Parnassia

Dat een naam in jouw beleving alleen maar te maken heeft met iets positiefs. Zoals Parnassia bij Bloemendaal. De naam staat voor mij voor het strand waar we heel wat fijne uren doorgebracht hebben de afgelopen, pak ‘m beet, tien jaar. Van winter tot zomer. Meestal buiten zomertijd, als de drang naar de zee weer toe ging nemen. Vanuit onze ver-van-het-strand-plek is het geografisch gezien het dichtstbijzijnde strand. En dat ging of gaat altijd vergezeld met een bezoekje aan de strandtent.

Parnassia heeft voor sommigen ook de associatie met ‘mentaal ongemak’, vanwege de alom bekende psychiatrische kliniek.

Even geleden is desbetreffende strandtent nogal negatief in het nieuws geweest. De eigenaar schijnt niet erg tactisch om te zijn gegaan met een klant op het terras (Pieter Steinz) die daar zat, zonder bestelling, terwijl zijn vrouw even ging zwemmen. Verbaal iets bestellen was geen optie, Steinz kan namelijk niet praten vanwege ALS. Niet leuk, niet handig van de eigenaar. Vervolgens krijg je zo’n explosie van verontwaardiging op Twitter (goedbedoeld, dat geloof ik zeker), maar ook een platform waar men naming & shaming vooral niet schuwt en waar men zich een dag later al weer druk maakt om totaal iets anders. Op Facebook werd een protestpagina in het leven geroepen met een oproep tot een massale sit-in, zonder iets te bestellen op desbetreffend terras. De eigenaar en zijn gezin mochten tevens ook genieten van wat doodsbedreigingen hier en daar.

Opvallend dat juist de meest rake en minst beschuldigende reacties kwamen van mensen die net als Steinz ook dagelijks te maken hebben met chronische ‘lastige feiten’ waarvan ze zouden wensen dat het een tweedaagse hype was. Zoals bijvoorbeeld Marc de Hond. Zijn kijk op het Parnassia-incident verwoordde hij mooi in deze reactie. Daarbij ook een treffende uitleg over acceptatie en hoe dat nooit een afgesloten hoofdstuk is. Maar deze tekst die hij kort daarna schreef trof mij nog meer.

En wat vond Pieter Steinz eigenlijk zelf van al die ophef? De terrasklant in kwestie. Journalist, columnist en tot dit jaar directeur van het Nederlands Letterenfonds.

CMEPNXiUkAAocPG

En in dit bericht de reactie van zijn vrouw (Haarlems Dagblad, 09-08-2015).

De eigenaar heeft dus uiteindelijk publiekelijk zijn excuses aangeboden en een zondagse dagomzet geschonken aan de ALS-stichting (€16666,49). Dan denk je, lessons learned, zand erover en door. Maar nee, dan komt er weer een explosie van reacties als ‘te laat, wat een lul, schandalig’, enzovoort.

Ja, dat was al duidelijk. Ook zonder dertigduizend herhalingen en reacties.

Heel gek, binnen drie dagen was het ineens raar stil betreffende de kwestie. Hoe was dat terrasprotest van al die mensen met hun hyperitis nou verlopen? Ik was daar wel benieuwd naar. Op Twitter niks meer. Ik moest ervoor googlen en las dat er van de tigduizend hyperitici uiteindelijk zeven mensen zijn komen opdraven. Zeven. Waaronder drie journalisten. Dat moet file zijn geweest voor de parkeerplaats. Het is ook zo’n gedoe hè? Daadwerkelijk op de fiets of in de auto stappen. Net nu je oma jarig is. Gelukkig weet Pieter Steinz ook alles van gedoe. Dat scheelt weer een slok op een (niet bestelde) borrel vanaf een toetsenbord.

Ophef op zich is niet zo’n punt, integendeel zelfs. Maar uit loos geblaat zonder kennis van zaken, een gebrek aan nuance en hype-acties komt maar zelden iets constructiefs voort.

En je snakt tegenwoordig wel eens naar iets van liefdevol.

En wat vind ik er van? Onder andere dat ik me van al die strandtentbezoekjes geen een slechte ervaring kan herinneren wat de bediening betreft. Ik heb er eerlijk gezegd niet bewust op gelet en het zal dus wel gewoon oké zijn geweest. Met die warme choco of iets koels. Al naar gelang het seizoen.

Misschien hadden we toevallig wel elke keer dat lieve meisje als serveerster. De serveerster die het als eerste prima vond dat Pieter Steinz daar zonder bestelling op het terras zat en zijn vrouw nog veel plezier wenste voordat ze ging zwemmen. Zo’n meisje. Ik moest steeds aan haar denken tijdens die ophef. En hoe rot ze zich moet hebben gevoeld daarna. Ik mis overal en ook in Steinz’ verhaal ‘het meisje’. Hoe het positief begon en het negatief eindigde. Aan haar lag het niet.

Parnassia. Als ik die naam tevoorschijn tover openbaart zich vooral het blije ei in mij.

Dit is nog maar een fractie van alle foto’s die daar genomen zijn. Deze zijn al best even geleden. Met jong, blij grut en een lachende grijze. Jaren later, begin 2012, was het toevallig een keer extreem mistig. Overdreven types die symboliek en intuïtie serieuzer nemen dan wenselijk (wie, ik?) hebben dan ergens zo’n voorgevoel waarvan ze hopen dat het niet zal gaan matchen met het nog te komen achtergevoel. En Jongste, niet de minste in creativiteit en symboliek (je zou ze voor minder nog aanklagen voor een vermaledijd zesde zintuig), die dit heldere beeld maakte in mistige omstandigheden.

Digital StillCamera

Dit is uiteindelijk de allerlaatste foto die genomen is van de Moob. Op dat mistige Parnassiaanse strand dus. Aan Jongste de eer. Hoe Goofy wil je het hebben? Niet een blik waarvan je denkt: “Zo wil ik voor eeuwig herinnerd worden na mijn dood en by the way, over twee maanden ben ik dat dus, van dat dood”. Ik zou zelf niet zo vrolijk kijken met drie hernia’s. Dat had ze, maar dat wisten we toen nog niet. En ze dartelde nog best achter die bal aan in de mist. Het was een stoer meisje, qua pijn.

IMG_0432

En wat die blik betreft, zo had ik haar het liefst. Vergeet al die reclames met statige Weimies. In het echt zijn het grote ouwe wijven met totaal geen gevoel voor decorum, valt er nog wat te vreten, doe ik het goed, gaan we zo weer naar het bos, is er nog meer eten, mensen zijn lief, lekker in de poep rollen, vrouwtje pleasen en een tennisbalobsessie. Weinig ophef.

Vrolijke ophef vond plaats als ze met de kop uit het raam van de auto de zee rook en de hyperitis kreeg vlak voor Parnassia. Dat beeld met die lachende kop komt altijd als eerste bij mij op bij het horen van die naam. Waar ze altijd welkom was op het terras. Een Goofy, met een empathisch vermogen waar menig therapeut nog een puntje aan kan zuigen. Of een strandtenteigenaar. Compassie in het kwadraat. Ik zou alle mensen die navigeren op haat, onwetendheid, afgunst, angst voor anders, hypes en tunnelvisies zo’n hond wensen.

Dan kun je namelijk lastig om liefdevol heen.

Vandaag

Vandaag ben ik na 6 weken weer in het Nijenhuis geweest. Het Nijenhuis was de moeilijkste hobbel, maar het moest er een keer van komen. Voelde je zo – keek ook telkens achterom, vooruit – het was zo raar onder jou. Bij voorbaat al mijn zonnebril opgezet en zakdoekjes meegenomen. Bleken noodzakelijk. Zoveel samen geweest daar met jou. Nooit daar geweest zonder jou.

Ik mis je zo. Het gaat ons goed lieverd. Guus doet het geweldig. Anne is ok en allemaal ok.  Maar ik doe mijn best en geniet van zoveel moois nu. Weet je wel dat ik brood in de tuin heb gegooid – voor de vogels? Geen ouwe lieve vreetzak die dat onmogelijk maakt. Binnenkort De Schipbeek. Zonder jou, maar zó met jou.  En het Westerflier. Fuck it, al die momenten. Hoe gaat het daarboven? Is er nog iets te vreten en snappen anderen jouw ouwewijverige gedrag? Zien ze daar hoe lief jij bent? Heb je pa/Herman al ontmoet?

Vandaag. Vandaag mis ik je zo. Jouw geur, neus, liefde, nabijheid. Mijn Moobje bij me. Zo lagen we daar vaak samen hè? Op de bank. Ik heb me vaak afgevraagd hoe je in godsnaam ineens zo ontspannen was in rare posities zoals deze. Terwijl je toch vooral enorm hyper was en altijd in was voor actie. Maar wij samen, “bij vrouwtje zijn”, jouw plus en mijn plus – plus en plus is min – veroorzaakte rust. Ik mis onze connectie die ik bij niemand anders voel.

I miss my guiding light.

Alleen

 

De laatste dagen heb ik volledig alleen – op de hond na –  doorgebracht. Waar ik vooral van heb genoten is de stilte. Vrijwillige communicatie. Meer in de trant van Dank u en Ok in b.v. de supermarkt. Dat reken ik niet als echt converseren, toch ? Voor de goede orde: ‘praten’ is op veel momenten my middle name, maar als het niet pers se hóeft. Dat is lekker

Geen bezoek. Alles afhouden. Just all about me. Heerlijk. De mensen die mij kennen weten hoe veel ik van mijn liefsten hou. En dat ze gauw weer terug zijn hier om me heen vind ik fijn. Ze zijn er gewoon. Waar dan ook. Meestal hier thuis. Maar nu even ergens anders allemaal.

Ben er weer achter gekomen dat ik bij tijd en wijle erg gebaat ben bij solitude. Ik hou van mensen, maar ik vind mensen ook zo ingewikkeld soms. En sommigen vergen zoveel energie. Niet allemaal, maar een groot gedeelte wel. En ze willen soms vaak zoveel praten. Dat zegt waarschijnlijk meer over mij dan over die mensen. Alhoewel ik mezelf niet zo ingewikkeld vind – tuurlijk niet – vermoed ik dat heel veel anderen dat wel vinden.

Ik heb het uitzonderlijk getroffen met een partner die – dat durf ik te stellen na 26 jaar – wat mensen betreft redelijk hetzelfde denkt en ervaart. Klinkt enger dan het is hoor. We zijn verder best verschillend  Ik geloof ook niet dat wij als meest sociale koppel worden beschouwd, alhoewel er zeker een handjevol mensen is die we graag zien en wederzijds, denk ik. En prijs mij gelukkig met mijn eigen persoonlijke vrienden en vriendinnen – los van partner en kinderen.

Mensen zijn boeiend, vind ik. In die zin schuw ik niet echt de conversatie, integendeel. Observeer ook graag anderen. Toch veroorzaakt een bepaald mechanisme dat ik soms binnen enkele seconden het liefst hard zou willen weglopen bij iemand of z.s.m. een ruimte wil verlaten. Sommige mensen hebben de gave jouw cervale inbox binnen een paar minuten te laten vollopen. Hoe doen ze dat toch ? En er zijn ook mensen die juist energie geven met hun verhaal en prettige communicatie. En humor, vooral dat. Moet gezegd; mijn intuïtie en voelsprieten staan nogal op scherp doorgaans.

Ben gek met mijn tuintje. De bloemen. Ik hou ontzettend veel van de zon. Van mooie wolken ook. Ik hou van kleuren. Van lachen. Heel veel van muziek. Van Manlief. Van mijn twee meiden. Van Moby. Van wandelen met Moby. Moeder Aarde. Mijn moeder. Jurrie. Van familie en vrienden die er echt toe doen. Heart & Soul. De Zee. Van licht. Van elke dag dat ik wakker word en nog steeds kan zien, kan lopen, kan ademen. Van alles kan doen. Of niets doen, vrijwillig.

Op sommige dagen hou ik zelfs van mijn MS-vriendje, omdat ik weet dat ik die dag heb gewonnen en hij niet. Als ik toch ga winkelen, ondanks pijn. De prijs betaal in vermoeidheid, maar dat dat niet wint van tevredenheid. En trots. Dat mijn eigenwijsheid in ieder geval nog ergens toe dient. Ik hou stiekem een beetje van mijn MS, omdat het me heeft geleerd degene te zijn die ik altijd al had willen zijn.

En ik hou van alleen zijn. En dat is heel wat anders dan eenzaamheid. Ik heb niet zoveel anderen nodig geloof ik. “Alleente”,  Ik houd ervan, omdat ik eigenlijk niet daadwerkelijk alleen ben. Nooit.

For Now. Thomas Feiner. Prachtig.