Crisis oplossen

“Wat als nu alle mensen op de wereld 1 euro in een soort wereldspaarpot stoppen? Maar de arme mensen in Afrika mogen best wel iets minder erin doen hoor, want een euro is best veel voor hun denk ik. Dan doen zij bijvoorbeeld wat ze kunnen missen. Misschien twee cent of zo. En hele rijke mensen doen er misschien stiekem iets meer in. De lieve rijke mensen dan hè? En dat je dan die spaarpot geeft aan de mensen die de baas zijn. Dan hebben ze wel meer dan 5 miljard euros! Als hun dat dan verdelen over alle landen in de wereld dan is er toch geen crisis meer en kan iedereen altijd eten kopen, toch?! Maar dan moet je ook wel kijken wie er echt geen eten kan kopen, want dat is zielig, dat een rijk land die sowieso wel eten kan kopen net zoveel krijgt. Dat snappen hun ook heus wel die rijke mensen. Als ik nu een tent in de tuin maak en dat daar dan hele arme mensen in kunnen wonen, die oorlog hebben en zo. Ik zou dat wel willen, zo’n tent. Dan breng ik hun wel het brood ’s morgens”.

Annelin (Augustus 2012).

Preventie

De laatste tijd bekruipt mij het gevoel dat we ineens weer twintig, misschien wel dertig, jaar terug gaan in tijd. In een dynamische actie-reactie maatschappij voorspelbaar. Hoogtijdagen, Rupsjenooitgenoeg-cultuur, graaien en consumeren, crisis, de schuld-geven-aan, consuminderen en een overheid die opnieuw weer het wiel gaat uitvinden.

In mijn arbeidsverleden als jeugdhulpverlener heb ik de hoogtijdagen van ‘preventie’ aan den lijve ondervonden. Sterker, tijdens mijn stage – fasehuis, waar jongeren met beperking en/of ontwikkelingsachterstand leerden zelfstandig te wonen – is mijn interesse ten aanzien van preventieve hulpverlening aangewakkerd. Scriptie met dat thema. Later gewerkt in een residentiële omgeving, waarbij ik me vaak afvroeg – en durf te constateren – dat wanneer er in een veel eerder stadium was ingegrepen, de ‘schade’ meer beperkt was gebleven. Hoe kon het ook anders, daarna in de dagbehandeling voor jonge kinderen gaan werken. Ik kwam op de plek terecht die ooit de reden was voor de keuze van mijn opleiding. Naast het plezier in het omgaan met kinderen met een ontwikkelingsachterstand, ongeacht de oorzaak, werd ik meer en meer bewust van het belang van preventie. Vroege signalering, hoe eerder hoe beter, voorkomt zoveel schade en ellende op lange termijn. Voor alle partijen; kind, ouders en….kostentechnisch. Een kind in dagbehandeling kostte destijds ongeveer 20.000 gulden per jaar. Geen idee wat dat kostenplaatje nu is, maar ik verwacht niet dat het minder is geworden. Afgezien van de één of twee kinderen die onterecht geplaatst werden (meestal door ouders met een etiketbehoefte), heel veel kinderen die terecht die hulp nodig hadden.

Vijftien jaar geleden was men er zich van heel erg bewust dat de focus op preventie moest liggen, om op de langere termijn kosten te besparen (en vooral veel onnodige ellende). En terecht. Mijn toenmalige werkgever bedacht – in samenwerking en met subsidie van de gemeente Enschede – het Kinderopvang Plus-project. Meer ‘deskundige’ hulpverleners uit de dagbehandeling werden ingezet om reguliere kinderdagverblijven te ondersteunen en te signaleren of bepaalde kinderen een risicogroep vormden en of ze potentieel in aanmerking kwamen voor professionele hulpverlening. Met het doel om door middel van vroegtijdige signalering en laagdrempelige hulp deze kinderen buiten het orthopedagogische circuit te houden. Heb mijn baan als groepsleidster ingeruild voor deze functie.

Dat ik in mijn eerste jaar daar beviel van tweede dochter en uiteindelijk ziek werd is een ander verhaal, maar het was fijn om zo aan het begin te staan van ‘voorkomen’ en te signaleren in zo’n vroeg stadium ‘van’. Met een beetje extra aandacht, aanpassingen en begrijpen van gezinssituaties en vanuit daar de juiste mensen inschakelen om hulp te bieden aan een gezin. Met die simpele hulp en extra begeleiding is het daadwerkelijk mogelijk gebleken om een kind buiten het serieuze hulpverleningscircuit te houden. Groepsleidsters van het kinderdagverblijf leren te ‘kijken’, hun lol wanneer ze zagen wat ze konden betekenen. Soms met simpele dingen als een ruimte anders inrichten. Mijn eigen strijd om te leren omgaan met mensen die denken vanuit “we hebben dit altijd zo gedaan, wie ben jij…?”. En dan toch verandering zien. Omdat het werkt. Mooi. In mijn (toen nog niet wetende) laatste week daar zie ik nog steeds die groepsleidster voor me die met één van de “Plus-kinderen” – jong meisje, twee jaar – vol enthousiasme een groot vel papier samen van vingerverf te voorzien. Ik kwam binnen en ze kwam met verfvingers en grote grijns op me af en vertelde hoe blij ze was ineens zoveel meer contact te hebben. Ze genoot zichtbaar en ik ook. Gezinssituatie was problematisch, maar er ontstond een ingang en vanuit die opening bereidwilligheid tot hulp vanuit de ouders.

Er werd financieel geïnvesteerd in dit project. Inmiddels is dit project al jaren gestopt. Geen geld meer, kraan dicht. In het reguliere onderwijs wordt momenteel ‘omgebogen’ (leuker woord voor bezuinigingen) naar grotere klassen, geen assistentie en geen tijd en geld voor kinderen die leerweg-ondersteuning nodig hebben. Men denkt te bezuinigen, maar op de lange termijn gaat dit zo veel geld kosten. Ik vrees zelfs op korte termijn. Eerder en vaker naar Speciaal Onderwijs. Duurder kun je het niet krijgen. Dat is al bewezen en we staan dus weer op het punt van tig jaar geleden. Altijd weer dat eeuwig uitgekauwde en bewezen wiel uitvinden. Ministers – die nét weten wat griep is – roepend dat een kind veel te snel een ADHD of watdanook-etiket opgeplakt krijgt, dus draaien we de kraan voor de patiëntenverenigingen ook maar dicht. Het jaren vechten voor erkenning kan dus weer van voor af aan beginnen. In die jaren is er een zuiver en streng protocol bedacht voor o.a. de diagnose ADHD. Dat etiket krijg je echt niet zomaar, wat sommige ouders misschien slecht uitkomt. Eén of andere gek heeft ook bedacht dat psychische hulp aanstellerij is en dat je die eerste 200 euro voor hulp zelf moet lappen. Knieën in de prak vanwege overgewicht oké, maar hersenen zijn geen daadwerkelijke lichaamsdelen, als daar wat mis mee is. Tsja.

Voordat iemand mij weer beticht van ‘linkse hobby’, tomatenpolitiek of grachtengordel-links: links of rechtsom – zelfs een rekenkundige kluns als ik snapt dat symptoombestrijdende bezuinigingen in de gezondheidszorg en onderwijs leiden tot extra kosten in de toekomst en dat dan het hele circus van preventie en ‘hulp aan huis’ en ‘voorkomen van’ opnieuw (verrassend!) de nieuwe doelstelling zal worden. Hoeveel commissies, vergaderingen, kamervragen en nieuwe oude discussies zullen er weer plaatsvinden over een tijdje? Verworven kennis, oorzaak-gevolg, feiten, leren van fouten en succes. Ik heb met zwakbegaafde jongeren gewerkt. Kenmerkend voor deze doelgroep is dat ze niet of weinig in staat zijn te leren van eerdere ervaringen. Niet omdat ze dat niet willen, simpelweg omdat ze dat niet kunnen. Maar sommigen waren verrassend helder en duidelijk in hun wensen en ideeën voor de toekomst. Daar zouden sommige ministers nog iets van kunnen leren.

Ik mis mijn werk. Maar ik benijd mijn ex-collega’s niet die momenteel weer opnieuw alles moeten bewijzen, met het draaiboek van toen in de hand. In plaats van energie te stoppen in het echte werk. Hulp bieden. Met hart en ziel.