Sentiment

Ik was een jaar of twaalf, dertien. Wist nog van zoveel niets. Beetje over bijtjes en bloemetjes en de eerste tongzoen ook nog niet beleefd. Misschien had ik toen nog een beugel, of dat geraamte was er net uit, ik weet het niet meer. Ik weet wel dat ik al aardig bekend was met Cannabis toen. Het is er uiteindelijk niet van gekomen (zakgeld, vermoed ik), maar een hennep-plantage lag op de loer. Want we hadden er een prima zolder voor en de kennis hierover had ik zeker, van het zaaien tot en met het oogsten.

“En dan is het september en tijd voor de oogst
De vrouwtjes met de zaadjes en/of de bloemetjes haal je binnen
Je legt ze op de grond of hangt ze met de voetjes aan het plafond
En dan wacht je 1 2 3 en een halve maand
Tot het droog is….”

Ik had ook een aan zekerheid grenzend vermoeden dat mijn toekomstige huwelijkspartner al wel een beetje bekend was. Best knap, op je dertiende. Eigenlijk waren er twee aan zekerheid grenzende huwelijkskandidaten. Die eerste kwam uit Tilburg, toen nog best ver weg voor een dertienjarige. De tweede kwam uit Engeland, dus dat zou iets meer inspanning kosten. Bovendien had ik van de eerste ooit al eens zijn veters mogen aanraken. Fysiek dubbelgeklapt daar vooraan, hangend over het podium. Dat moet toch een onuitwisbare indruk hebben achtergelaten. Ik kreunde ervan. Ik was ook zo trots op mijn kapsel, die door met brandslang spuitende security – om het verhitte, bij bosjes flauwvallende  meisjes-publiek af te koelen – slap, nat en stoer om mijn hoofd hing. Tussendoor nog hyperventilerende vriendin naar moeder gebracht. Ja het was zo’n avond om niet te vergeten. 13-jarige hartjes gaan daar snel van kloppen.

Mijn toekomstige partner zong leuke liedjes. Ik kon ze woord voor woord meezingen. Allemaal. Al die uren en uren op mijn slaapkamertje met mijn pick-upje op volle toeren. Je zou er groen en roze van gaan zien, maar dat vond ik nou juist weer leuk. Een groene en een roze sok dragen. Maar het deed wel pijn. Mijn o mijn, o zo’n pijn. Dat hij in het zuiden zat en ik helemaal oostelijk. Maar ik wist dat het ooit wel goed zou komen, dat ie op een dag wel naar me toe zou komen. Ooit. Mijn intuïtie heeft me tot nu toe nog zelden in de steek gelaten.

En dat deed ie. I shit joe not. Hij heeft nu een huisje in Diepenheim. Al jaren. De complete lokale bevolking heeft hem al regelmatig gesignaleerd bij de plaatselijke super. Behalve ik dus. Maar het kan ook heel goed dat ik hem wel heb gezien, maar niet heb herkend. Ach, de broodjesafdeling van De Spar, áls we elkaar zouden treffen. Dan zou ik zeggen: “Hé Henny, dat trouwen, dat is er niet van gekomen, maar ik zou zomaar vanavond je nachtzuster kunnen zijn”. Want ik (oké, mijn naam, hé!) kwam wél voor in dat liedje.

Nu gaat die imaginaire ex dus jaren na dato – 32 jaar? Trillend op z’n benen? – weer zingen met z’n bandje. Hij Doet Maar. Even was er een vleug van opwinding “Daar ben ik bij, dus!” om niet lang daarna te constateren dat ik dat eigenlijk helemaal niet wil. Ik wil die herinnering als dertienjarige houden zoals ie is. Ik zag recente opnames van H-ex en vrienden. Leuk, maar de magie van het moment – als dertienjarige – is ver te zoeken. Heb nog even wat oude beelden bekeken op YouTube, heerlijk die nostalgie. Ik koester de herinnering, ik hunker niet naar gekunstelde herbelevingen. En zeker niet gekleed gaan in het rood. Huh? Raar. Symphonica in Rosa & Verde zou ik dan nog snappen. Maar de eerlijkheid gebiedt mij te bekennen dat ik vooral beetje bang werd van de gedachte aan een massa van 40+ vrouwen om mij heen die dan ineens weer ‘meisjes’ worden. Een invasie van heel veel 40+ ouwevrouwenmeisjes. Doekje! Eeeeew….

Maar leuk blijft het, toen. Dertig jaar geleden. Het was echt met hart en ziel. Doe Maar. En dat blijft zo, die herinnering. Dames van nu en toen, veel plezier. Dat meen ik. Lekker even ‘dat gekke mens zijn’. Ik zou het ook moeten, maar ik ben al behoorlijk kantje boord. Kan er zo weinig bijhebben momenteel.

Bring it on, mijn favorietje van toen

Tjow x