Kleur, vorm & Rex Ray

rr1  rr3  rr10  rr4

“Als ik het me kon veroorloven, wat had ik dan graag een échte Rex Ray aan de muur”, verzucht ik al jaren. Het moet een jaar of tien geleden zijn dat ik bekend werd met zijn kunst. Zag zijn werk en weet nog dat ik meteen verkocht was. Totaal onder de indruk van de kleuren, de vormen, de precisie. En dat vaak in gigantische afmetingen. Een explosief kleur- en vormspektakel dat ik graag om me heen zou hebben elke dag. Ook al is het maar een fragment.

“Dit moet je zien”, riep ik naar manlief toen ik Rex’ werk ontdekte. Het was nog de tijd voor Twitter en Facebook. Toen ik vanwege mijn bewondering voor een bepaalde artiest op diens site belandde, ergens eind 2003. Moi, nog totaal onbekend met het fenomeen Internet, laat staan sociale media. Een site die toen al vijf jaar bestond. Zo is die artiest, altijd nét voor andermans tijd. Toen ik nog in de Wordperfect en floppyfase zat. Een wereld ging open, een soortement van Facebook avant la lettre. Rex Ray was toevallig ook een actief lid op die desbetreffende site. Een groot Bowie liefhebber. Sterker nog, hij was verantwoordelijk voor de Lay Out van die site. Evenals zijn ontwerpen voor sommige Bowie Cd-covers en zoveel meer.

En ja, manlief was ook onder de indruk van Rex Ray’s werk toen ik dat liet zien destijds. Meteen om.

Vormen, kleuren. Mini Atthesea had al vroeg een licht onschuldige obsessie voor vorm en kleur. Zoals ‘de ballen’ in een plaats verderop waar ik geregeld met mijn moeder langsreed destijds. Opeengestapelde blauwe en oranje ballen, vanuit mijn kinderlijke blik de mooiste kleuren en vormen die ik me kon bedenken. Keer op keer reed ik erlangs als kind en keer op keer verzuchtte ik: “Ik wil die ballen zó graag hebben mama. Kunnen we ze kopen?” Ik draaide mijn hoofd net zo lang om totdat ik ze niet meer zag, zo had ik het lief ze te zien.

Het ballenobject staat er nog, meer dan veertig jaar sinds die achterbank. Als ik ze nu voor het eerst zou zien zou ik die ballen waarschijnlijk best lelijk vinden. Ze zijn inmiddels nogal vaag van kleur en ze staan voor lelijke kantoorgebouwen, naast heel veel stoplichten. Toen ook al, maar zo kijk je niet als kind. Een kind ziet alleen die vormen en kleuren die de rest van de omgeving compleet laten verdwijnen. Kon je maar eeuwig zo naar dingen blijven kijken.

Het ballenkunstwerk blijft een uitzondering, als ik er nu langs rijd dan moet ik vaak even denken aan dat gevoel van toen. En mijn lieve moedertje weet dat en zo kwam het dat ik op mijn verjaardag afgelopen november een compleet onverwacht en hartverwarmend kado kreeg van mijn gebroed. Een foto van mijn meisjes voor mijn ballen. Hoe bedenk je het?! Mijn moeder dus. Het ontroerde me zeer.

20141113_132451

En op diezelfde verjaardag kreeg ik van manlief deze Rex Ray print. Vormen. Kleuren. Dat waarvan hij weet wat ik zo mooi vind. We waren serieus druk doende om te proberen iets van Rex in huis te halen. Maar omstandigheden et cetera, het kwam er steeds niet van. Vandaar even dit. Op dat moment was alles nogal grijs en kleurloos in mijn gemoedstoestand. En zo werd het zomaar ineens een dag vol kleur en mooie vormen. En heel veel bloemen. En lieve mensen. En dat van de onderbuik. Van die dingen die men doorgaans geluk noemt.

20150219_233930

Rex Ray overleed 10 februari j.l. op 58e jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker.

20090423__20090426_E03_AE26FAART~p1

Glas, geur en babybilletjes

Ja mensen, ik kijk weer scherp. Ik zie alles en iedereen weer een beetje zoals het is. Heeft ook wel zijn nadelen: sommigen mensen zijn beter in vaagheid te aanschouwen heb ik gemerkt ;-)) Ik ben nu multifocaal. Met lezen onder, scherp zien boven en een schemergebied ergens tussenin. Dat schemergebied was een wen-waarschuwing. “Geef het twee weken”, zei de oogspecialist. Na één dag al geen punt, maar dat heeft misschien te maken met het feit dat ik sowieso al lang gewend ben aan schemergebieden en vaagheden. Maar dat ik daarbuiten gewoon weer redelijk normaal kan kijken, dat is erg prettig en relaxed.

monkey_glasses

Moet je natuurlijk niet de eerste dag met scherp zicht een wijnproeverij bezoeken met vrienden. En daarna het wijnproeven nog even verlengen in de achtertuin (want anders is het sneu voor de Bob). Maar ach, zoals de wijnexpert al zei: “Wijn drinken is ook kijken” en dan mag je dus ook kijken door andere glazen, toch? Multifocaal, je kunt er alle kanten mee op. Geen punt van maken en bovendien veel te gezellig.

proost_wijnproeverij

Even onder ons, dat van die grote brillen al geruime tijd – ik zou het persoonlijk wel prettig vinden dat we massaal weer naar standje micro zouden gaan. Dat je er niet als een uil uitziet na je vakantie. Maar eigenlijk weet ik niks van mode en brillen. Of horloges. Ik zie het niet. Ik heb ook best een grote zonnebril en dat is omdat ten tijde van de aanschaf er alleen maar grote zonnebrillen verkrijgbaar waren. Dat ene kleintje wat ik zag, die wilde ik stiekem, maar die was dan weer ietwat rond en dat staat me niet. En daar hoort eigenlijk stekeltjeshaar bij en dat staat mij al helemaal niet. Dat weet ik, want ooit gehad (rood en zwart, erg hè?) Mode. Ik vind het best een gedoe.

En als je dan weer goed kunt zien, zonder het geploeter van rare aura’s en energievretend kijken en je acht uur kunt slapen – het klokje rond! – dan is alles al gauw oké. Zo’n dag van ‘zien’. Eropuit, camera mee. Gewoon eigen omgeving weer zien. En die is ook mooi. Simpel, maar mooi. Ik houd erg van simpele dingen en details. Blij dat ik de details weer kan zien. Zoals kuikens met moeder in de Schipbeek.

km

Dan nog even dit, een hele tijd geleden schreef ik al eens over mijn adoratie van Zwitsal. Naast vers gemaaid gras, de voetzolen van een hond, de natte haren van een peuter in pyjama na het bad, de lavendelvelden in de Provence, de zee, gebakken spekjes, het gedragen t-shirt van een geliefde, de shampoo van de kapper, warm knoflookbrood, sowieso vers gebakken brood, truffels, Dolly Girl Ooh la Love (precies die, de grijze) van Anna Sui, mijn moeder, lopende kaas, de Maquis op Corsica, je vingers na het eten van Chipito’s (zo ‘o jee!’ dat het bijna lekker is), nieuwe boeken, een elpee, verse basilicum, de lente, een schoon dekbed dat buiten heeft gehangen, zolders, gerookte amandelen, zuurkool en een nieuwe leren tas is Zwitsal al decennialang één van mijn favoriete geuren. Ik was pertinent van plan dat te gaan gebruiken bij mijn aanstaande baby destijds. Een baby is al mooi, maar dan ook nog een Zwitsal-baby, die combi leek mij het ultieme geluk. De kraamverzorgster maakte een eind aan die droom, want als er iets geparfumeerd is dan is het wel Zwitsal, aldus de kraamzus. En dat mag niet bij baby’s. Gelukkig rook de mijne van zichzelf al lekkerder dan alle Zwitsal van de wereld, maar toch. Een Zwitsalddict heb ik mezelf wel eens genoemd. Jongste kwam een tijd terug met het grote nieuws: “Mam ik heb iets gezien waarvan ik zeker weet dat jij daar heel blij mee bent!” Wat bleek? Er is nu een heus Zwitsal parfum. Ik lieg niet! Echt, iets dat je gewoon ‘op’ kunt doen, net als Chanel. Jongste mee naar de drogist, want die wist exact waar dat stond. Kopen natuurlijk. Nu twijfel ik wel, want binnenshuis is het absoluut mijn favoriete Oh de Twalet. Maar buitenshuis…. Is het raar dat je een beetje naar babybilletjes ruikt? Ik vind van niet. Maar ik denk dat velen hier anders over denken. Net zoals je misschien minder gauw Yves Saint Gebakken Spekjes achter je oor spuit. Maar blij word ik er wel van. Van Eau de Zwitsal. Nu maar hopen dat Unilever binnenkort Eau de Vinyl op de markt gaat brengen.

Zwitsal_Om_Te_Geven_Eau_De_Zwitsal

Over geur gesproken – en dat vind ik een categorie apart – de geur van bejaardenwoningen. Of hoe mensen op leeftijd ruiken. Ik vind dat persoonlijk niet vies. Integendeel. Laatst fietste ik op een warme dag langs ons plaatselijke seniorencomplex. Sommige mensen zaten buiten, sommige deuren van hun woning waren dus open. En ik rook ineens die specifieke geur. Die geur van oma en opa Diepenheim’s huis vroeger, van opoe’s kamertje, van dat van mijn opa en oma in Borculo, van mijn stiefoma aan de Van Kollaan. Van al die seniorenwoningen die echt allemaal hetzelfde ruiken. Dat is toch gek? Ieder mens is anders en heeft een andere geur, maar waarom ruik je ineens allemaal hetzelfde als je de – ik noem maar wat – tachtig gepasseerd bent? Ik vind het persoonlijk een fijne nostalgische geur. Fris gewassen (lekker schrobben met echte zeep aan een aanrecht) vermengt met mufheid, wat waarschijnlijk veroorzaakt wordt door de oude meubels, met in de verte een vleugje 4711 Keuls water en iets tabakkerigs, vaak een pijp. Het heeft wel wat. Dat geldt trouwens niet meer als je toevallig op een afdeling Neurologie belandt in een ziekenhuis. Waar je onvrijwillig tussen de 4711-categorie moet slapen en waarbij allerlei lichaamsvloeistoffen – die men doorgaans intern probeert te houden – letterlijk in een bed belanden en de kamer van een rijk aroma vervullen. En zo’n aanslag doen op jouw reuk- en gedoogtolerantie, dat ik ervan moest huilen. Niet eens zozeer dat oog dat het niet meer deed. Maar die geur toen op die kamer. Absoluut niet Pampers- en Zwitsalproof. Gelukkig mocht ik verhuizen de volgende dag.

En met zoiets denk je natuurlijk aan eten. Zo zal ik nooit ham eten in een ziekenhuis. Sowieso kan ik geen vlees eten in een ziekenhuis. Of überhaupt eten in een ziekenhuis. Voor een ieder die wil afvallen: snijd bijvoorbeeld een linkeram af of doe iets gevaarlijks. Ga motorcrossen. Verf rare uitslag. Iets met een teek. In ieder geval iets met een grote kans op een ziekenhuisbezoek. Gegarandeerd kiloverlies. Gratis tip. Geen dank.

En – over eten gesproken – ik wilde het eigenlijk ook nog hebben over Jamie Oliver. Over 15 minuten en over 24Kitchen. En over de vakantie. Maar dat komt nog. Want van de twentyfour hours moet je er helaas ook altijd een paar slapen. En andere dingen doen.

En kijkend vanuit verschillende perspectieven: van alles toch wel mijn favoriete bril gebleken, deze…

snrk

Of van mooie liedjes genieten. Tom Odell is erg in mijn gehoor, maar ook The Crimea. Een band die ik al jaren bewonder en veel beluister. Zo graag live wilde zien, maar ik ben te laat. Want ze hebben hun Farewell-optreden gehad. En zo gaat dat. Met dat gedoe van de diems carpen. Je bent al gauw te laat. Geeft niks, wel jammer. Leven gaat altijd iets sneller dan ik zou willen. En je kunt niet alles. Gelukkig hoef ik geen ham te eten in een ziekenhuis en blijft de muziek van Davey en consorten toch gewoon op mijn iPod. Fijne zekerheden.

Mooi interview als je hier op klikt. Waarin Davey MacManus o.a. vertelt over zijn vertrek naar Afrika, waar hij een weeshuis gaat opzetten. Een heel mooi mens. Die passie, pijn en dat vat vol emoties, dat hoor ik ook áltijd in zijn liedjes en teksten.