Hak, mol en doei

mol-max

– Meest vermakelijke quote die ik las vandaag: “Ik heb inmiddels een donorcodicil ingevuld waarin ik mijn ogen nalaat aan Wilders”. (Vincent Bijlo verwoordt zijn afkeer voor Geert in een column).

– Gratis tip: trouw nooit nóg een keer met iemand in een een al bestaand huwelijk. Niet alleen omdat het nogal sneu is zo’n tweede bevestiging nodig te hebben, ook bespaart het je uitgaven die je beter voor die toch al onafwendbare scheiding had kunnen gebruiken, mocht het idee van twee keer dezelfde huwen in je opkomen. Of trouw met een succesvolle voetballer. Vergeet dan deze financiële tip.

– Ik koop zelden of nooit groenten in pot (behalve mais voor de taco’s), maar áls ik dat ga doen dan ga ik het nieuwe Hak-potje kopen met dat 1-2-3-deksel dat altijd opengaat. Lang leve Hak!

– Ineens zag ik het. Erik Mouthaan is de grote broer van Van Velzen.

erikmouthaan_copy1 foto_21040_roel-van-velzen-wordt-opnieuw-vader

– Vanaf gisteren weet ik van het bestaan van ‘imagodeskundigen’. Wat heerlijk, kan ik dat ook en sterker: kan ik zo’n iemand inhuren? Graag!

– Vincent Bijlo is De Mol

– Over mol gesproken, vanaf 10 januari mogen doosjes Paracetamol alleen nog maar 50 pillen bevatten. Dit in verband met het stijgende aantal zelfmoordpogingen door Paracetamol. “Het is nog steeds mogelijk meerdere doosjes te kopen”, hoorde ik op het nieuws. “Wel gaat het personeel dan vragen waarom je zo’n grote hoeveelheid nodig hebt”. Hilarisch. Zo’n zin om dat uit te proberen in een drukke Kruidvat-rij. Nog even bedenken welk van de redenen die nu allemaal in mijn hoofd voorbij komen het leukst is om te noemen.

– Weer gelezen vandaag: de term “hardwerkende ondernemer”. Grappig dat er vaak het woord ‘hardwerkende’ staat voor het woord ‘ondernemer’ en nooit als bijvoeglijk naamwoord voor loodgieters, helpdeskmedewerkers, tenenlezers, kapsters, verpleegsters, vuilnismannen en de rest van de werkende bevolking. Ik heb respect voor een ieder die de kost op zijn of haar manier verdient, ook ondernemers, vanuit mijn positie rest mij alleen schuldgevoel. Er zijn hardwerkende verpleegsters en ook verpleegsters die de kantjes er af lopen (zelf gezien). Zo is het toch ook in de ondernemerswereld? Ik vraag mij dan af hoe dit in het leven geroepen is en door wie. Het klinkt zo excuuserig. Als ondernemer zou ik dat vervelend vinden, zoals niet alle ambtenaren lui zijn. Maar ik ben natuurlijk een hardwerkende, luie ambtenaar die soms wat onderneemt, soort van 😉

– Net zoals “liefdesbaby’s”. Die snap ik ook nooit, babytechnisch gesproken. Meestal hebben BN-ers die. Die zijn liever denk ik. Of huilen nooit.

b

– Het hebben van een wandelende tak is niet meer. Waar zijn de wandelende takken? Niemand heeft meer een wandelende tak. Bestaan die nog? Uitgestorven? Ik heb er ook één (of twee of drie) gehad als kind. Iedereen had wandelende takken in de jaren zeventig/tachtig. In zo’n aquarium zonder water. Geen bal aan eigenlijk. Maar ja, je had er een en die gaf je af en toe een blaadje en je keek er naar. Als je ze al kon zien. Meer niet. En je kon zeggen: “Ja! Ik heb ook een wandelende tak en de mijne heet Harry!” Eigenlijk was het een heel lelijk insect. Je had er meer last dan plezier van. Ze gingen ook vaak al na anderhalve week dood. Had jij ook een wandelende tak? Leuk hè?!

– Zou er rampspoed komen in het nieuwe jaar als je een boeddhabeeldje, gekregen in december, van een echte boeddhist (geen rundvlees enzo, echt een echte) begin januari al onthoofd hebt? (laten vallen, niet expres!)

– Kunnen we in het nieuwe jaar het woord “über” afschaffen alstublieft? Vet, wreed, vette shit en zelfs het Amerikaanse ‘awesome’ – wat steeds meer bij de jeugd binnensluipt – zal mij een worst wezen. Maar über, nee liever niet. Het bekt niet lekker en het heeft een smaakje. Raar woord. Altijd al gevonden. Al is het alleen maar ten gunste van mijn opa Louie, ergens daarboven, of beneden. Een familielid waarvan ik weet dat ie über en alles daaromtrent altijd bestreden heeft begin jaren veertig, op zijn manier. Elke keer als ik “über” lees, doorgaans als superlatief bedoeld, moet ik aan mijn opa denken en heb de neiging het uit te leggen aan hem. Gebruik maar gewoon het ordinaire ‘super’ of zoiets. Über is uit. Deal?

– Als ik nog een paar maandjes gewoon wakker word elke morgen, dan zit de kans erin dat ik de Middellandse Zee weer ga zien deze zomer. Mooi man.

tumblr_mfssfqelnJ1rivqeeo1_500

– Het janeeën. Gisteren hoorde ik het mezelf ook weer zeggen: “Ja, nee…etc”. Als je er op let, hoor je het vaak. Vooral vrouwen janeeën veel, meer dan mannen valt mij op. Meestal is het een antwoord, maar vaker een interruptie middenin het verhaal van een ander. Of een blijk van een soort verontschuldiging/smoes/excuus/uitleg. “Ik dacht dat Lotte vandaag door jou zou worden gebracht, nu hoor ik dat mijn moeder dat heeft gedaan.” “Ja..nee, ja klopt, maar ik was de afspraak bij de tandarts vergeten.” Terwijl het ook veelvoorkomende jahalloën redelijk duidelijk is in zijn emotie – “Ja hállo! Dat ga ik écht niet doen!” – vind ik het janeeën iets subtieler in zijn bedoeling. Trouwens, het neejaneeën of janeejaaaën komt ook voor.

– Om terug te komen op mijn podo blog , ik ben inmiddels voor de tweede keer bij de podoloog geweest. Dit keer voelde ze binnen in mijn schoen en ging daarna typen. Maar ik was erop voorbereid, ik had zo’n handen-wassen-zonder-water-tubetje bij me en op de trap was ik al weer schoon, ha!

– Ik vind “Doei” een leuk woord. Ik weet dat veel mensen het liever niet gebruiken of zelfs in elkaar krimpen wanneer ze het horen. Kinderachtig, platvloers of iets in die trant. Ik niet. Ik vind het een opgewekt woord. Een lief woord. In de Nederlandsche taal een mooi woord. Mensen die Doei gebruiken als afscheidsgroet lachen hier vaak bij. Het liefst met een welgemeende zwaaibeweging. Doei gebruik je wel voornamelijk bij redelijk goede bekenden. Waarvan je weet dat je ze snel weer zult zien. Mijn kinderen wezen mij er eens op dat ik telefoongesprekken meestal afsluit met “Joe doei” of “Joe doeg”. Dat is dan weer minder, als je dat zo hoort. Met dat Joe. Kinderen zeggen vaak Doei. Volwassenen die Doei zeggen verraden nog een stukje kinderlijkheid, zonder zich iets aan te trekken van gevestigde waarden. Men kan dat ook als ‘dom’ betitelen, maar ik durf te geloven in dat eerste. Doeidoei is helemaal leuk. Doei is het uitzwaaien van de kinderen als ze naar iets leuks gaan of naar oma. Een kinderarm zwaaiend uit het autoraam en heel hard “Doeeeeeiiiiii!!” roepen. Doei is plezier. Ik ben voor Doei.

Doei.