Jubileum

Bij het woord jubileum denk ik steevast aan Koot en Bie. Komt door hun fameuze item in Keek Op De Week uit 1992, waarin Koot als colporteur Harry van Klingelen (ambulant reprentrant) een ‘jubileumplakwette’ verkoopt. Sindsdien gebruiken we altijd de Harry van Klingelen-uitspraak hier thuis. ‘Jubileeuum’ dus. Zoals Scandinaviërs het zouden zeggen: jubilöm.

Vandaag heb ik ook te maken met een persoonlijk jubilöm. Twintig jaar MS. Op deze dag twintig jaar geleden ging mijn rechteroog op zwart en had ik officieel mijn eerste serieuze Schub (ms-ontstekingsreactie). Heb over die begintijd van MS al genoeg geschreven, dus herhaal dat niet nog een keer. Hier de start van mijn blog. En hier MonSter & co. (1), het eerste verhaal van een serie van 4. Het is archiefwerk inmiddels.

In feite zijn het overgenomen verhalen van mijn schrijfsels op Weblog destijds, de site die plotseling ter ziele ging en ik halsoverkop zo veel mogelijks blogs vanuit daar naar het alternatief genaamd WordPress moest kopiëren. Wat een gedoe toen weet ik nog, 3 jaar aan schrijfsels proberen te verplaatsen. Hel. Ik geloof dat ik rond 2008 begon met een blog op weblog. Schrijven is voor mij altijd een fijne uitlaatklep gebleken om gevoelens tastbaar te maken. Letterlijk woorden geven aan alles wat in mijn kop omgaat geeft mij overzicht en een gevoel van controle. Dat vind ik fijn en geeft mij rust.

Weblog was niet mijn eerste blogervaring, vanaf 2004 werd ik actief op Bowienet en ik geloof dat rond 2005/2006 daar ineens het fenomeen blog geïntroduceerd werd. Niemand had er nog van gehoord. Wat is dat, een blog? Grinnikend probeerden we het uit. Bowie wist het wel. Ik nog niet, maar de mogelijkheid om via een blog te kunnen schrijven, het heeft me tot op de dag vandaag veel goeds gebracht. In vrienden, verbinding en liefde. Dichtbij en wereldwijd.

20-01-2001. 20-01-2021. 20 jaar MS

Het is op zich geen palindroom, maar op z’n minst wel een bijzondere cijfercombinatie als tijdsaanduiding. Grappig dat MS toch enigszins rekening heeft gehouden met mijn liefde voor dingen waar ik als lichtelijk OCD-type wel blij van word. Zoals systematiek. De officiële MS-diagnose kreeg ik op 01-02-2001. Niet gelogen om systematiek te verzinnen, het was echt zo. Uiteraard werden er dingen opgezocht via het opkomende Internet destijds, vooral door Manlief ten tijde van mijn ziekenhuisopname in het begin. Die ontdekte dat de zoekterm oogzenuwontsteking steeds maar weer verwees naar MS.

Tussen 20-01-2001 en 01-02-2001, die twee weken waren de ergste van mijn leven. Enorm ziek vanwege de lumbaalpunctie, ineens halfblind zonder herstel, dood en doodmoe, nog erger dan al die onverklaarbare maanden van vermoeidheid daarvoor.

Twintig jaar MS, wat is er veel wat ik toen niet wist en nu wel. Alles waar ik in het begin bang voor was gebeurde niet en alles wat nog erger was en waarvan ik het bestaan niet eens wist gebeurde wel. MS kwam in mijn leven toen neurologen nog geheimzinnig deden en dachten er goed aan te doen om informatie te verzwijgen. Er was nog geen echt werkende medicatie.

Wat is er veel veranderd in de afgelopen 20 jaar. Wat een ongelooflijke sprong is er geweest en nog gaande in de wetenschap rondom ms. Wat heb ik veel moeten inleveren vanwege ms. Mijn werk, mijn energie. Alles wat ik ooit was en niet meer ben. De heftige Schubs een paar jaar geleden. Dat MS vooral een hersenbeschadiging is gebleken en mijn zijn compleet heeft overruled. Vergelijk het met corona, maar dan geen eind in zicht en permanent.

Dat lukt best hoor, soms is het moeilijk en is een trap in het gat nodig. Maar berusting en accepteren en je leven leiden volgens jouw eigen regels en behoeften, daarin ligt de sleutel.

Jubileum. Dus.

Home isn’t a place, it’s a feeling

Bijna een maand geleden was ik jarig, toen het nog heel erg herfst was. Vanaf mijn geboorte nu al 52 jaren erbij gekregen in dit leven, wie had dat gedacht. Best al lang een prettig leven ook nog. De laatste 20 jaar allemaal wat ingewikkelder vanwege MS, maar nog steeds zou ik mijn leven en wie ik ben niet willen ruilen met dat van een ander. Ik denk dat de meeste mensen – met of zonder gedoe – dat wel herkennen. Je eigen vertrouwde bedoeninkje met alles erop, eraan en er omheen dat zo kostbaar en eigen is.

Ik heb liefde in mijn leven, leef in vrijheid en heb een fijne woonplek en leefomgeving. Ben het eens met wat Cecelia Anhern zegt: Home isn’t a place, it’s a feeling.

En als 52 jaar oud wijf nog steeds mét zicht. Het is me gegund nog steeds te kunnen genieten van plaatjes zoals dit hierboven. Achteraf makkelijk praten, maar als kunnen zien ineens geen vanzelfsprekendheid meer is gebleken na ooit halfblind te zijn geworden, is het op de achtergrond toch altijd een naargeestig sluimerend dingetje. Wat als ‘het’ mijn andere oog ook sloopt? Ik probeer er inmiddels vooral niet teveel over na te denken en dat bevalt prima. De sloper heeft inmiddels wel wat andere zaken gesloopt, maar tot nu toe heeft ie al bijna 20 jaar mijn andere oog met rust gelaten. En in het land der blinden is eenoog koningin nietwaar?

En dat ik 20 jaar geleden vooral bang was voor een rolstoel na de diagnose is ook onnodige angst gebleken. In de loop van de tijd heb ik bij tijd en wijle inderdaad wel problemen met lopen gehad, maar met de juiste medicatie tegenwoordig loop ik technisch nog steeds prima.

Dat lopen gaat momenteel eerlijk gezegd soms een beetje moeilijker. Maar blijft beperkt tot het moment van opstaan na het slapen, dan geven de benen en enkels niet erg mee en zak ik eerst een beetje door mijn hoeven. In de ‘loop’ van de ochtend, middag of avond (ik slaap vaker dan de gemiddelde mens en enigszins op andere tijden) herstelt zich dit gelukkig snel. Heb wat opstarttijd nodig na het slapen. Vind zelf de herfst meer dan ok, als kind mijn lievelings zelfs, maar mijn lijf en leden vinden het minder en protesteren dan altijd een beetje. Daar baal ik wel van, maar hoort er inmiddels bij. Ik ben wel meer moe (understatement) tegenwoordig, vooral nu herfst is overgegaan in winterkou met mistig grijs ongemak. dus dat heeft weer zijn effect op fysieke opflakkeringen, benen in dit geval.

Gelukkig schijnen er heel veel lichtjes in deze tijd, op een of andere manier lijken mensen erg uit hun dak te gaan met feestverlichting dit jaar. Wat ik zo snap in dit opmerkelijke jaar. Mijn buurt is geweldig, een zee van licht in het donker. Maakt niet uit of het kitsch is of niet, al het licht telt. Binnen in mijn eigen huis schittert inmiddels een mega-grote kerstboom (van vloer tot plafond), feestverlichting overal binnen en buiten, de houtkachel op volle toeren en heel veel kaarsjes aan elke dag. Binnen is extra fijn door het nare buiten. Het laven aan warmte en licht.

Dankzij de chemisch vrolijk makende medicatie zak ik tegenwoordig qua gemoed niet meer totaal door mijn mentale hoeven als de blaadjes gaan vallen en de winterkou zijn intrede doet, met alle apathie en uitputting die ik gewend was naast het fysieke geploeter. Dat ik in deze tijd gewoon nog in staat ben iets te dóen en kan genieten, dat is ongekend apart. Moet er zelf ook aan wennen, maar zo fijn. Het gebrek aan licht in deze tijd valt mij elk jaar wel zwaar, nu ook, maar minder zwaar dan in al de afgelopen jaren hiervoor.

Depressie is de meest naargeestige trigger voor MS-uitval, volgens mijn lieve neuroloog hiervoor en huidige neuroloog (ook zeer lief en ook nog eens MS als specialisatie). Beiden adviseerden mij antidepressiva te gaan gebruiken. Ik was er eerst lange tijd zelf wat huiverig voor, maar uiteindelijk beste beslissing ooit gebleken. Lang leve de wetenschap en juiste artsen om me heen. En vuurtorens.

52 jaar geleden begon ik aan dit leven als een nogal blij ei die zich altijd verwonderde. In de basis is daar niet veel aan veranderd, omstandigheden wel.

Daarnaast was er ook de serieuze kant, de kat-uit-de-boomkijker en het ongemak voelen om gedwongen leuk te doen voor de camera. Dat dwingende en dat moeten poseren. Vreselijk, als vierjarige al. Die dodelijke blik naar de schoolfotograaf in kleutertijd. Op commando moeten lachen, chagrijniger kon je mij niet krijgen. Inmiddels vind ik deze foto altijd heel erg grappig als ie weer voorbij komt, vooral omdat ik wat dat betreft geen spat veranderd ben, 48 jaar later. En heus, ik houd erg van lachen en neem mezelf en het leven niet zo serieus. Maar lachen op commando en happy peppy selfies van mezelf nemen, geloof niet dat ik me daar ooit comfortabel bij ga voelen. Alsof iemand daar ook op zit te wachten.

Jarig dus laatst. Manlief en ik vierden dat door even weg te zijn en zaten in een h0tel (tuinkamer) middenin een bos, onderdeel van een restaurant met een ster. Coronaproof heel fancy eten met andere hotelgasten, 2 andere stellen, minstens 3 meter verwijderd van elkaar. De bediening droeg permanent een mondkapje, waardoor de uitleg bij elke gang niet altijd te verstaan was. Me e kwokant… e zeewie… o e macaro…sesa…aschjubvlief. Ik vind het altijd aandoenlijk, die horecamensen die zo hun best doen, vooral in een restaurant met ster. Altijd acteren onder een vergrootglas. Je ziet het mens, maar ook dat geploeter vanwege het protocol. Gelukkig was onze ‘gastheer’ redelijk ontspannen en toegankelijk, maar een klein beetje een poppenkast blijft het wel.

Bij beweging (toiletgebruik) deed iedere gast keurig een mondkapje op. Er was een tussentafel aan de tafel voor het bedienen. Dat was het wel, mijn tricky corona-uitstapje dit jaar. Ons jaarlijkse reisje naar Fuerteventura in de winter hebben we geannuleerd. Thuisblijven is vooral de beste optie momenteel, om zo snel mogelijk verlost te zijn van dit rotvirus.

Voor de rest kwam ik erachter dat anderen nog meer wijn kunnen verstouwen in een kortere tijd dan ik. Na 8 uur ’s avonds was er dat alcoholverbod, begreep ineens waarom de andere gasten eerder waren dan wij, we arriveerden het laatst (nog net vóór 18.00 uur, thuis eten we vaak net wat later, dus best vroeg). Toen wij begonnen met de amuse en wijn was de rest van het gezelschap al bezig met het derde glas en al enigszins opgewonden. Dat moment waarop je ineens ziet met je nog nuchtere kop dat de vrouwelijke versie van een stel ineens gaat flirten met de ober. Genant, maar aandoenlijk komisch. Afijn, je begrijpt dat wij het saaiste stel waren die avond. Manlief kreeg op de valreep nog een glas rood bij de vierde gang (tien voor acht, final countdown). We hadden heel ambitieus het 5-gangen menu besteld, achteraf spijt dat ik niet gewoon 3-gangen had gekozen. Ik houd van eten, zeker een fijnproever, maar ben geen grote eter. Gevalletje van ogen groter dan de maag. Trap er steeds weer in.

Het was wel top hoor, de bediening en het serveren. Fijne hapjes als amuse als je nog trek hebt, dan smaakt alles lekker. En op een blok hout geserveerd lijkt alles groter.

Daarna volgden een paar gangen die wisselend varieërden van heel erg lekker tot ‘hmm’. Met de constatering dat we thuis ook dagelijks best lekker eten. Ik ben geen zoetekauw en geef niets om toetjes. Het was echt een fantastisch dessert, maar tegen die tijd was ik al proppievol. Had dit toetjesliefhebber Jongste zo gegund op dit moment, die was uit haar dak gegaan, zonde eigenlijk.

Vooral propvol omdat daarvoor de vierde gang met hert werd geserveerd, medium raw. Vind dat sowieso geen dier om te eten en ben niet van de hompen vlees, vooral niet rood. Werd er misselijk van, maar durfde het bord niet onaangeroerd terug te geven (note to self: altijd à la carte bestellen en de chef niet laten bepalen). Heb een kwart ons Bambi proberen weg te kauwen en eerlijk tegen meneer ober gezegd dat ik vol was toen hij het bijna volle bord ophaalde. Ik zag die verontwaardigde wenkbrauwen onder die kale kop en boven dat mondkapje wel en voelde me schuldig tegenover de chef, zelf haat ik ook het weggooien van eten. Thuis vind ik het weggooien van over de datumdingen al erg, ik gooi amper eten weg, laat staan een stuk hert die ervoor neergeknald is. Schaamde me kapot. Voelde me in feite het meest schuldig ten opzichte van dat mooie hert. Geloof dat ik langzaam aan toch echt afstand ga doen van vlees. Die decadentie voelde ineens zo verkeerd ook.

Verder was het fijn om even weer tijd met Manlief door te brengen. Hoe leuk hond en kinderen ook zijn, soms is dat nodig, aandacht voor elkaar. En een dag middenin een bos zijn in de herfst, bossen zijn altijd het allerfijnst en allermooist in de herfst. En nu ik inmiddels weer kan ruiken is de herfst de beste geur ever. Maar het regende. En het bos waarin we liepen was bij lange na niet zo mooi als het bos hier om de hoek. Of dat andere bos om de andere hoek. Exit wandelen dus. Zo begonnen we al op tijd in de lounge van het hotel met borrelen. We bestelden er wat olijfjes bij en ze kwamen aanzetten met dit. Alsof ze me kenden (not), dit verzin je toch niet? Altijd de juiste momenten die vuurtorens, de juiste momenten van licht. Natuurlijk ben ik niet verbaasd.

Voordat we ’s ochtends vertrokken begon mijn verjaardag al goed middernacht. Met een prachtig boeket Baccara rozen van Manlief. Hij weet waar ik blij van word. Liefde.

Jongste die een kadootje vond die zo bij mij past. Er zit een verhaal achter van toen de nu volwassen meiden nog meisjes waren en mijn liefde voor prentenboeken en voorlezen. Elke avond, mijn allerliefste ding. Mis het. Zoveel kinder/prentenboeken gekocht destijds. Een van de favoriete boeken was ‘De gele ballon’, waarbij je steeds die ballon, de boef en het blauwe autootje moest zien te vinden. En dat jouw eigen inmiddels volwassen kind voor jou als moeder een soortgelijk prentenboek aan je geeft, maar dan met Bowie als zoekplaatje, dan is je leven af toch?

De kaarten van dierbaren waren persoonlijk en hartverwarmend.

Diepgelukkig vanwege een zee aan bloemen, intimi die weten waar ik enorm blij van word.

In mijn favoriete plek op aarde (thuis) zitten, met al die bloemen om me heen, wat een rijkdom. Dank aan allen (you know who you are) voor dat fijne gevoel. Dankbaar!

Jongste hing niet alleen letterlijk slingers op,

maar maakte zelf ook een kaartje. She knows me well.

Net als Oudste en lieve schoonzoon J.

Een mooi bloemstuk en kaart met zonnebloemen ontvangen van mijn mam en pap. Mijn mama is ook van het persoonlijke en kent me als geen ander. In deze tijd van afstand is het extra zuur dat ik voorzichtig moet zijn in het fysieke contact met mijn ouders. Mijn vadertje kampt nogal met problemen (ernstig hartpatiënt bovenaan de lijst van andere dingen). Mijn mam is vooral mantelzorger en heeft ook eigen fysiek gedoe, maar voegt zich naar het feit dat ze alleen het meest noodzakelijke buiten de deur doet om pap te beschermen. Dat vind ze vreselijk en saai, want mijn mam is wat dat betreft het tegenovergestelde van hoe ik ben. Hoe meer sociale contacten in het echt, hoe blijer zij wordt. Voor sociale mensen zoals mijn mam is het een zware tijd. Met de zorg voor mijn vader erbij.

Voor overprikkelde en mensschuwende mensen zoals Jongste en ik geeft deze rare tijd voornamelijk rust, maar tegelijkertijd wens ik ook dat het normale leven voor iedereen weer snel terug komt. Staat buiten kijf dat iedereen die dierbaren hebben verloren vanwege corona of zelf corona hebben (gehad) enorm hebben geleden en nog. Daarnaast begrijp ik de ellende in inkomensverlies voor velen heel goed. Of jongeren in de bloei van hun leven die niet meer kunnen uitgaan. Ik weet zelf nog precies hoe ik was als jongere, die weekenden, daar lééfde je voor. Daardoor hield je alles vol in studie en alles.

Als je 52 bent met gedoe gaat de tijd ook snel, de dalen duren altijd langer dan gewenst. Zodat je altijd het gevoel hebt dat je tijd tekort komt, omdat je niet 100% kunt profiteren van de dag, omdat je vele uren daarvan verprutst door het noodzakelijke slapen. Als iemand die vroeger altijd graag werkte en dutjes zonde van mijn tijd vond heb ik inmiddels wel een soort van overgave gevonden om vrede weten te sluiten met mijn eeuwige vijand die vermoeidheid heet. Heb er lang tegen gevochten, maar die strijd bracht mij alleen maar meer vermoeidheid. Ik kan niet winnen van MS of depressie, maar heb wel enorm geleerd geduld te hebben. Dat pijn, somberheid en uitval niet na een paar weken ineens over zijn, maar maanden en zelfs jaren kunnen voortduren. Dan moet je wel wat met aanpassen en geduld om het leven draaglijk te houden. Ik doe mijn best, soms lukt het goed, soms niet. Ik probeer in ieder geval te genieten van elke dag die goed voelt.

Positief nieuws, David Bowie’s Heroes staat dit jaar op nummer 10 in de Top 2000. Men zegt dat het voornamelijk uit de hoek komt waarin mensen helden in de zorg willen eren. Prima als dat de reden is. Ik heb mijn eigen verhaal wat Bowie betreft. Qua mensen, vriendschap, liefde en muziek. Wat ik aan een ieder die nu zorgmedewerkers een hart onder de riem willen steken zou willen zeggen is: stem dan volgend jaar wél voor een partij die hart heeft voor zorgmensen en marketing in de zorg verwerpt.

Bowie heeft me ongelooflijk veel gebracht. Licht in mijn leven op allerlei fronten. Kijk dit, de man die zit te sparren. De humor, het charisma. Wat een fijne kerel was het toch. In 2003 huilde ik tranen met tuiten tijdens zijn concert in Rotterdam toen hij Heroes zong. Ik brak, maar bloeide tegelijkertijd vanaf toen weer op. De muur die ik om me heen had gebouwd vanwege de MS-diagnose brokkelde af. Het weer openstaan voor het leven en de mensen daarin, dat is vooral gelukt dankzij David Bowie.

Heb geduld lieve mensen, deze coronashit gaat ook weer voorbij. Het vraagt veel van een ieder, vooral langer dan gewenst. Heb lief wat dichtbij is of ver weg dat dichtbij voelt.

Blijf gezond, geniet van wat je hebt en steek kaarsjes aan. Love you all. Fijne intieme feestdagen gewenst xx

Pret en passies

Persoonlijk vind ik het nog wel meevallen, hoe vaak ik iets zeg over David Bowie. Maar in al die jaren blijkbaar vaak genoeg, zodat de meeste mensen die mij kennen wel op de hoogte zijn van mijn liefde voor die artiest. Nu even wat meer natuurlijk, zoveel nieuws rondom die man, musical Lazarus in New York, ‘Bowie is’ expositie in Groningen van start gegaan en een nieuw album uit in januari. Het zijn leuke tijden voor fans. Ik houd het zelf amper bij tegenwoordig. Wees niet bang, ik ga het ook over andere dingen dan die man hebben in dit schrijfsel. Heel even.

Ik ontvang over Bowie soms links, een tag, iemand heeft een krantenknipsel voor me uitgeknipt, goede vrienden vinden de leukste Bowiedingen in kringloopwinkels en nemen dat voor me mee. Mijn moeder gaf me laatst een LP met een jaren 60-compilatie die er al was toen ik nog thuis woonde. “Staat een liedje van Bowie op, vind je vast leuk”. The Laughing Gnome. Uitgerekend dat nummer heeft al eens tot hilarische taferelen gezorgd op een feestje jaren geleden in de UK met eensgezinde Bowienutters. In de categorie: “Maar goed dat mijn moeder hier geen weet van heeft”.

Nog steeds heb ik het minder over Bowie dan vele anderen over voetbal, hun bedrijfje, bandje of huisgenoot kat, dus voel mij verre van schuldig. Ik overdreef zelf ook vaak wat de hond betreft, toen zij er nog was. Maar ach. Snap liefhebberijen en erger mij geen seconde aan de passie van een ander.

Mijn affiniteit met vuurtorens is ook bekend. Vanuit verschillende delen van de wereld heb ik inmiddels vuurtorens of vuurtoren gerelateerde dingen gekregen. Mensen groeten of taggen mij bij een vuurtoren, delen een foto, sturen kaartjes. Dat denken aan is zo lief en waardevol. Staat allemaal in mijn kabinetje, naast veel ander dierbaars. Ik gun iedereen zo’n kast met hele fijne en mooie dingen, barstend van liefde en waarde en dat je dat dan elke dag ziet. Niks geen prullaria. Bij brand zou ik na man en kinderen vervolgens die kast proberen te redden.

Dat sommige mensen Bowie dénken als ze je zien geeft wel te denken. Zo kwam ik een keer nietsvermoedend aanlopen richting het plaatselijke kermisterrein en schalde iemand met een megafoon, een kilometer verderop vanaf het terrein: “Bowie is bijna in the house!” Hoe genant. Ik moest wel lachen, maar het schaamrood kroop tot mijn navel. Mensen hebben echt geen idee hoe verlegen ik eigenlijk ben.

Of die keer in het café met vrienden voor aanvang van een pubquiz. Toen mijn cabareteske neef en plaatsgenoot arriveerde (de quizmaster die avond) en ons glimlachend begroette met : “Ha, het Bowieteam”. Ook best genant en een tekortkoming naar desbetreffende vrienden die veel meer van muziek weten dan ik. Er was zelfs een rijtje Bowievragen, maar we waren als team al uitgeschakeld voor dat. Ja, toen wist ik alles, hmpf.

Aanstaande maandag naar de tentoonstelling ‘Bowie is’ in het Groninger museum. Zelfs de meiden gaan mee. Hoe leuk is dat. Ze hebben echt hun eigen zeer andere en persoonlijke voorkeuren in muziek, maar nieuwsgierig genoeg.

De hele stad staat in het teken van mijn ouwe held, in etalages en omlijstende optredens. De recensies over de tentoonstelling zijn tot nu toe uitermate lovend. Ook van recensenten die geen fan zijn van Bowie. Sommigen zijn het nu wel. Een mooi statement las ik in een van die recensies, dat het niet zozeer alleen om de muziek en de items gaat, maar dat het creatieve proces, het in het hoofd kruipen van een creatief persoon zo enorm zichtbaar en voelbaar is gemaakt middels deze expositie.

En waarom Bowie nog steeds relevant is. Ook voor jonge mensen. Zie hier een recente impressie.

Ik heb er zin in en kijk er al weken naar uit. Ook naar het nieuwe album Blackstar. De laatste twee onthulde nummers vind ik prachtig. De twee hiervoor absoluut niet. Zo gaat dat met Bowie.

Niet veel aan het bloggen tegenwoordig. Weinig puf. Geniepig gedoe van uitvalletje hier en daar. En moe. En dan nog meer moe. Zo gaat dat eerst een tijdje. Praten met mensen en je ogen dichtknijpen om te focussen, je wilt luisteren en gezicht en hoofd gaan van deng deng. Je wilt niet naar je razende hoofd grijpen, want ergens weet je dat dat onbeleefd is. En dan komt die – goh was jij er ook weer – typische duizeligheid en dat – hey you again – slepende linkerbeen. En het moment dat reuk en smaak dan weer compleet verdwijnen (zo jammer, die kerstboom niet kunnen ruiken of kaas kunnen proeven). Dat elke hap die je moet kauwen en hem ook nog proberen weg te slikken op een marathon lijkt, dat praten en eten niet samen gaan, dat is geheid verslikken. Dat elke prikkel er weer een teveel is. Hm.

Ik had daar zo geen zin in. Geen zin in de neuroloog bellen, de constatering en dat ik daar dan weer wat mee moet. Geen zin in het scenario van mensen die zelf druk zijn, met hun eigen sores momenteel en dat ze dan weer ingeschakeld moeten worden om mee te rijden, omdat ik dat zelf niet kan nu. Naar het ziekenhuis voor dat infuus vijf dagen lang. Dat het monster mij regelmatig bij de lurven pakt is een, maar dat anderen daarin betrokken worden, liever niet. Ik dacht, ik doe het gewoon rustig aan. Waait wel over.

En dan komt het kantelpunt dat manlief een beetje boos wordt, om het wegwuiven en een moeder die niet snapt dat je niet aan de bel trekt. Dus eindigde ik toch nog in een gesprek met mijn neuroloog. Dat je stiekem nog even hoopvol bent in het meevallen, deskundigen doen namelijk nooit zo dramatisch. Vooral mijn eigen neuroloog niet. Maar nee. Schub it is. Dus ben weer aan het kuren. En dat kan tegenwoordig zonder infuus en dat hele gedoe, lang leve de wetenschap! Gewoon een tabletje. Had ik dat eerder geweten, dan had ik eerder aan de bel getrokken. Minimale belasting voor anderen, blij!

pred

Nog twee dagen te gaan. Hopelijk net die boost om me net op tijd weer op de been te krijgen maandag. Ik zie er inmiddels uit als een tomaat, van kruin tot enkels. Typisch Prednisonhoofd. Maar nu de derde dag, zijn er toch minimale lichtpuntjes te bespeuren. Been sleept net iets minder en minder deng deng in het koppie. Lichtelijk hyper wordt je er wel van, ik heb geen ervaring met drugs, maar snap het fijne gevoel van het chemisch opgetild worden wel een klein beetje. Nadeel is dat je ’s nachts ook heerlijk opgetild wakker ligt.

Met rode wangen van de pret en de Pred naar Groningen dus. Zag de tentoonstelling al eerder in Londen een paar jaar geleden, waar de aftrap was. Hoe mooi was dat. Samen met lieve Tien, een van mijn dierbare Bowiemaatjes. Dat we los van elkaar, zonder het te weten, er achter kwamen dat we op uitgerekend dezelfde dag tickets hebben voor de tentoonstelling in Groningen deze keer. Van al die dagen! Hoestmogelijk. Even een moment pikken haar en haar kleindochter ook nog te zien, fijn.

Londen toen, V&A museum, juni 2013. Met stiekem genomen foto’s van binnen, dat was eigenlijk zeer verboden. Niet doorvertellen.

b8   DSC00957  b1

En met de Kerst voor de deur en dat ik het geluk heb dat dat altijd nogal gezellig is met familie van alle kanten, nu even grof geschut inzetten om dat allemaal leuk te laten verlopen zonder gedoe. Mijn zwager en schone zus kunnen zo lekker koken en ik wil dat proeven! En kunnen praten tussendoor.

Fijne Kerst allemaal! Doei.

Kleur, vorm & Rex Ray

rr1  rr3  rr10  rr4

“Als ik het me kon veroorloven, wat had ik dan graag een échte Rex Ray aan de muur”, verzucht ik al jaren. Het moet een jaar of tien geleden zijn dat ik bekend werd met zijn kunst. Zag zijn werk en weet nog dat ik meteen verkocht was. Totaal onder de indruk van de kleuren, de vormen, de precisie. En dat vaak in gigantische afmetingen. Een explosief kleur- en vormspektakel dat ik graag om me heen zou hebben elke dag. Ook al is het maar een fragment.

“Dit moet je zien”, riep ik naar manlief toen ik Rex’ werk ontdekte. Het was nog de tijd voor Twitter en Facebook. Toen ik vanwege mijn bewondering voor een bepaalde artiest op diens site belandde, ergens eind 2003. Moi, nog totaal onbekend met het fenomeen Internet, laat staan sociale media. Een site die toen al vijf jaar bestond. Zo is die artiest, altijd nét voor andermans tijd. Toen ik nog in de Wordperfect en floppyfase zat. Een wereld ging open, een soortement van Facebook avant la lettre. Rex Ray was toevallig ook een actief lid op die desbetreffende site. Een groot Bowie liefhebber. Sterker nog, hij was verantwoordelijk voor de Lay Out van die site. Evenals zijn ontwerpen voor sommige Bowie Cd-covers en zoveel meer.

En ja, manlief was ook onder de indruk van Rex Ray’s werk toen ik dat liet zien destijds. Meteen om.

Vormen, kleuren. Mini Atthesea had al vroeg een licht onschuldige obsessie voor vorm en kleur. Zoals ‘de ballen’ in een plaats verderop waar ik geregeld met mijn moeder langsreed destijds. Opeengestapelde blauwe en oranje ballen, vanuit mijn kinderlijke blik de mooiste kleuren en vormen die ik me kon bedenken. Keer op keer reed ik erlangs als kind en keer op keer verzuchtte ik: “Ik wil die ballen zó graag hebben mama. Kunnen we ze kopen?” Ik draaide mijn hoofd net zo lang om totdat ik ze niet meer zag, zo had ik het lief ze te zien.

Het ballenobject staat er nog, meer dan veertig jaar sinds die achterbank. Als ik ze nu voor het eerst zou zien zou ik die ballen waarschijnlijk best lelijk vinden. Ze zijn inmiddels nogal vaag van kleur en ze staan voor lelijke kantoorgebouwen, naast heel veel stoplichten. Toen ook al, maar zo kijk je niet als kind. Een kind ziet alleen die vormen en kleuren die de rest van de omgeving compleet laten verdwijnen. Kon je maar eeuwig zo naar dingen blijven kijken.

Het ballenkunstwerk blijft een uitzondering, als ik er nu langs rijd dan moet ik vaak even denken aan dat gevoel van toen. En mijn lieve moedertje weet dat en zo kwam het dat ik op mijn verjaardag afgelopen november een compleet onverwacht en hartverwarmend kado kreeg van mijn gebroed. Een foto van mijn meisjes voor mijn ballen. Hoe bedenk je het?! Mijn moeder dus. Het ontroerde me zeer.

20141113_132451

En op diezelfde verjaardag kreeg ik van manlief deze Rex Ray print. Vormen. Kleuren. Dat waarvan hij weet wat ik zo mooi vind. We waren serieus druk doende om te proberen iets van Rex in huis te halen. Maar omstandigheden et cetera, het kwam er steeds niet van. Vandaar even dit. Op dat moment was alles nogal grijs en kleurloos in mijn gemoedstoestand. En zo werd het zomaar ineens een dag vol kleur en mooie vormen. En heel veel bloemen. En lieve mensen. En dat van de onderbuik. Van die dingen die men doorgaans geluk noemt.

20150219_233930

Rex Ray overleed 10 februari j.l. op 58e jarige leeftijd aan de gevolgen van kanker.

20090423__20090426_E03_AE26FAART~p1

Waar zijn we nu?

64573_10200257758632490_171430062_n

Oftewel: Where Are We Now? Bowie’s nieuwe single. David Bowie is back! Na tien jaar van stilte en inmiddels definitief gepensioneerd verklaard, komt ie vandaag op z’n 66ste verjaardag met de aankondiging van zijn nieuwe album “The Next Day”. Ongelofelijk dat dit zo uit het niets tevoorschijn komt, geen geruchten, niets. Geweldig. Typisch Bowie.

Er zijn de laatste tien jaar enkele nieuwe albums van diverse artiesten aangekondigd en uitgebracht, waar ik op voorhand al naar uit keek. Altijd mooi, nieuwe muziek en inspiratie van artiesten die je hoog hebt en je raken. Soms valt het tegen, vaak niet. Er zijn sowieso maar weinig albums waarvan ik elk nummer van 1 tot en met de laatste track even mooi vind. Als ik minimaal de helft van de nummers van een bepaalde CD mooi vind, dan staat ie ook al gauw in mijn persoonlijke top tien. Albums met een laag zap-gehalte. Misschien is het wel een vrouwending, bepaalde nummers heel erg mooi vinden en die heel vaak willen horen. Of lyrics, waar ik doorgaans ook zeer vatbaar voor ben. Wel in combinatie met een fijne tune natuurlijk. Maar vaak moet je CD’s simpelweg in zijn totaliteit beluisteren, om juist die bepaalde sfeer en combinatie te voelen.

Bowie. Een ieder die mij een beetje kent weet van mijn affiniteit met The Thin White Duke. Daarentegen houd ik gewoon van muziek, ook heel veel naast Bowie. Er zijn weken dat ik niet eens luister naar Bowie. Soms komt ie voorbij, soms zet ik hem op. Ik geloof dat Peter hem nog vaker in de CD-speler gooit dan ik, letterlijk. Voor mij is Bowie er altijd gewoon. Maar eens, op dat bepaalde moment, in die fase in mijn leven, zo geraakt, zo onder de indruk geweest. Dagen erna nog een klein beetje van het padje. Spijt, van al die jaren die ik gemist heb in optredens. Geluk, om nog zoveel te kunnen ontdekken vanaf toen. Onwetend, van alle mooie mensen die daardoor op mijn pad kwamen toen en nog. Beseffend, dat één van de meest efficiënte ‘medicatie’ muziek is voor mij. Eerst kwam Bowie, vlak daarna Moby. Dag therapieën!

Geloof me, vergeleken met sommige andere Bowie-fans ben ik echt nog redelijk nuchter. Alhoewel sommigen in mijn omgeving er anders over denken. Eens gek, altijd gek, toch? 😉 Ik herinner mij de tijd dat ik met vrienden wel eens mee deed aan de lokale pubquiz en dat, terwijl wij daar als team zaten, mensen zeiden: “Hey het Bowie team!” Erg leuk voor mijn mede-teamgenoten, die eigenlijk veel meer van muziek wisten dan ik, pffwaaah! Terwijl ik eigenlijk niet eens zo vaak Bowie-video’s op Facebook of waar dan ook plaats, laat staan foto’s. Ik ken zelfs vrouwen die nu nog steeds vrijgezel zijn in hun veertiger jaren, omdat ze denken dat ze ooit met die knar hun leven gaan delen. Genieten en verdwazing, daar zit heus een hele wereld tussen. Maar jee. Wat een rare dag vandaag. Dat ik niet eens meer na heb gedacht hoe puberachtig mijn gedrag was. Kan mij ook niet schelen trouwens. Dat je denkt dat het een grap is en het is waar. Bowie en weer iets nieuws, wat een kado. Het delen hiervan met al die mensen die dat snappen, sommigen die zo dierbaar zijn geworden. Ik denk dat vandaag mijn sms-mail-hoogtepunt van het jaar was. Herinneringen…

cddbscddam47ams59248zwaardcmmonkeya

Rare, bijzondere, leuke en gekke mensen (ik niet hoor, die anderen), maar allemaal muziekliefhebbers. Die juist door die 26 albums van Bowie hun voorkeuren hebben, ervaringen. En dat je daar over verschilt qua smaak, ómdat het verschilt. Bowie albums die altijd vernieuwend zijn geweest. David Bowie heeft mij een beetje voorbij de horizon laten kijken. Muziek in mijn leven gebracht en niet alleen de zijne. Mensen op mijn pad gebracht die ik koester. Iets verder kijken dan ‘dat vind ik mooi en dat niet’.

Vandaag is Bowie-dag.

Vandaag was een rare dag. Omdat juist datgene even weer naar boven kwam wat ik toen zo nodig had. En wat nu weer zo enorm binnenkomt. Had ‘m niet zien aankomen. Grappig dat ik merk dat ik even weer een beetje van het padje ben. Terwijl ik eigenlijk toch zo nuchter ben. Toch?! Haha! David Bowie is soms een beetje moeilijk uit te leggen aan anderen. In de loop van volgende week weer terug naar normaal en saaie zee-foto’s en kinderen en alles. Wees gerust. Gek genoeg dacht ik dat ik inmiddels nuchter genoeg was geworden hier nuchter mee om te gaan. Niet dus. Het verbaast mij en eigenlijk ook weer niet.

Hier de nieuwe single. Ik vind hem erg mooi. Eerst niet kritisch kunnen zijn, maar nu, na 25 keer, durf ik te zeggen dat ik het erg mooi vind. Earl Slick gitaar en Tony Levin (Peter Gabriel, yes) on bass.

Het is een mooie dag en dat is het. En Annelin had een tien voor wiskunde. Ik ben geloof ik nooit verder gekomen dan een zes ooit. Ik val van de ene verbazing in de andere vandaag en ik kan wel zeggen dat ik vandaag een mooie dag vind. Zo simpel kan het zijn.

We can be heroes x