Vandaag

Vandaag ben ik na 6 weken weer in het Nijenhuis geweest. Het Nijenhuis was de moeilijkste hobbel, maar het moest er een keer van komen. Voelde je zo – keek ook telkens achterom, vooruit – het was zo raar onder jou. Bij voorbaat al mijn zonnebril opgezet en zakdoekjes meegenomen. Bleken noodzakelijk. Zoveel samen geweest daar met jou. Nooit daar geweest zonder jou.

Ik mis je zo. Het gaat ons goed lieverd. Guus doet het geweldig. Anne is ok en allemaal ok.  Maar ik doe mijn best en geniet van zoveel moois nu. Weet je wel dat ik brood in de tuin heb gegooid – voor de vogels? Geen ouwe lieve vreetzak die dat onmogelijk maakt. Binnenkort De Schipbeek. Zonder jou, maar zó met jou.  En het Westerflier. Fuck it, al die momenten. Hoe gaat het daarboven? Is er nog iets te vreten en snappen anderen jouw ouwewijverige gedrag? Zien ze daar hoe lief jij bent? Heb je pa/Herman al ontmoet?

Vandaag. Vandaag mis ik je zo. Jouw geur, neus, liefde, nabijheid. Mijn Moobje bij me. Zo lagen we daar vaak samen hè? Op de bank. Ik heb me vaak afgevraagd hoe je in godsnaam ineens zo ontspannen was in rare posities zoals deze. Terwijl je toch vooral enorm hyper was en altijd in was voor actie. Maar wij samen, “bij vrouwtje zijn”, jouw plus en mijn plus – plus en plus is min – veroorzaakte rust. Ik mis onze connectie die ik bij niemand anders voel.

I miss my guiding light.

Pijn

Slaap zacht, mijn allerliefste vriendin. Mijn alles.

Ik was er nog niet aan toe jou te missen. Jij weet niks van blogs enzo, maar weet dat ik dit nu schrijf terwijl de oneindige tranen wederom niet van stoppen weten. Een foto proberen te zoeken van jou, die jou zo typeert. Geen gedoe, gewoon zoals je was. Ook genoeg fotomodel-achtige foto’s van jou. Wat heb ik veel foto’s van je gemaakt tijdens onze gezamelijke wandelingetjes. Elke dag, zeven jaar lang. Van bos, strand, bank, stoel en tuin. Wat een geluk dat te hebben vastgelegd, wat een narigheid dat allemaal te zien nu.  Zoals hierboven, dit was je. Ons favoriete plekje, weet je nog?

Sinds de dag dat we jou ophaalden is mijn leven zo veel leuker geworden. Jij en ik – dat was wat hè? Ik mis je zo verschrikkelijk, doet zoveel pijn. Je was te jong om nu al te gaan. Lieve schat, vergeef me voor deze beslissing. Jou te zien lijden en dat je nooit meer zou kunnen lopen of rennen, ondenkbaar. Kon ik maar vernemen dat jij dit ook vindt. Wist ik maar dat je nu ergens bent waar je weer kunt rennen achter een bal en vieze dingen vreten.

Ik mis jouw pok-pok geluid de hele godganse dag. Pok-pok met je staart op de bank, pok-pok als je in de weg stond.  Pok-pok op de vloer en de veranda. Pok-pok tegen de keukenkastjes. Pok-pok in je allerlaatste seconden… Altijd blij, altijd lief en loyaal. Waren mensen maar zoals jij. Dat wisten jij en ik.  Ik mis jou als ik kook, beneden en thuis kom. Ik mis je op de bank en ik mis  je geur, jouw oren voelen (elke dag) en ons snuiven. Ik mis jouw gezeur – vlak voordat Anne naar school gaat – wanneer je wist dat we naar buiten gingen.

Jouw afwezigheid is te aanwezig.

Vandaag hebben we we je weer opgehaald. Zodat we je weer bij ons hebben. Wat een kutmoment daar bij de Breborgh. Maar je bent er weer en krijgt een mooie plek in de tuin. Vandaag met z’n vieren naar het Sterrebos geweest. Om stokken te zoeken voor plekje in tuin. Vanaf de eerste meter zo gehuild lieve Moob. Nog nooit daar geweest zonder jou. Kon niet stoppen met huilen. Hebben stokken gevonden die jij recentelijk nog hebt gezocht en aan hebt geknaagd. Lieve ouwe vreetzak…

De zon schijnt, onze Schipbeek-momentjes zijn begonnen. Maar je bent niet hier. De glans is eraf. De blauwe luchten zijn blauw maar voelen anders. Ik moet op zoek naar een nieuwe therapeut. Onmogelijk natuurlijk. Want mensen, tsja. Als je er nog één weet, stuur maar door. Ik mis je zo. Zoveel. Lief zielsmaatje, dank je voor alles. Ben enorm dankbaar voor jou. Plies zorg dat ik niet zoveel huil en er niet uitzie als een brulaap.

Slaap zacht,

My lighthouse…R.I.P.