Schrijven

Ik ben iemand die zich graag terugtrekt, maar tevens altijd ergens een moment zoekt om te schrijven als dat lukt. Schrijven is er in de afgelopen maanden vaak bij ingeschoten. Soms wel doorgegaan, maar vaak zonder enige vorm van delen. Denk dat ik maar zo’n tien procent van schrijfsels deel. Schrijven helpt mijn soms chaotische en haperende brein een soort van structuur te geven en ik slaap er letterlijk beter door als ik heb geschreven. Terwijl veel mensen zoeken naar mindfullness, zoek ik vooral naar mindemptiness.

Voor mij persoonlijk vergelijkbaar met de tuin in en me ontfermen over plantjes of onkruid plukken. Ik houd stiekem een beetje van onkruid en het verwijderen ervan. Het geeft veel voldoening een half uur bezig te zijn met de focus op onkruid. Zou het wel pluskruid willen noemen. Elk plukje die ik verwijder is net zoiets als dat zinnetje op papier zetten. Daarna moet er gerust worden en volgt er wat gestaar naar allerhande dingen in de tuin.

En koken, hoe ik dat door de jaren heen steeds leuker ben gaan vinden. Lang geen expert, maar wel veel bijgeleerd en uitgeprobeerd. Niet alleen de lol van lekkere maaltijden, maar alles daar aan voorafgaand. Het liefst alles vers kopen en maar snijden. Bijkomend voordeel, door mijn snijplezier halen we de twee ons groente pp per dag ruimschoots. Iets de hele dag stoven, ook zo fijn. En als dat dan van malsheid uit elkaar valt als resultaat, geluksmomentje hoor.

Vroeger ging ik veel naar concerten. Of feestjes. Dat was ook enorm leuk. Maar ik schik me maar naar dat tegenwoordige hoofd. Ik kan ervoor kiezen ervan te balen dat allemaal niet meer zo fijn te vinden, maar als je hoofd het toch niet fijn vindt, is het niet eens een verlies. En prijs ik me gelukkig met alle herinneringen, ik teer er nog op. En dat ik de mogelijkheid heb om fatsoenlijk eten te kunnen kopen, überhaupt een tuin heb en er genoeg moois is om naar te staren. Dat ik de mogelijkheid tot mindemptiness elke dag kan opzoeken vind ik rijkdom.

Schrijven, plukken, stoven, snijden en bakken. Het zijn dingen die op mindere dagen qua energie meestal wel lukken. Niet allemaal tegelijk, soms het een, soms het ander. Op betere dagen wordt er geplukt, gesneden en geschreven. Op mindere dagen veel gestaard. Zo volg ik dus onbewust allerlei cursussen en workshops, helemaal in mijn eentje. Soms met een eendje.

Velen volgen een meditatie, mindfullness of yogacursus en ik snap dat. Want dagelijks gedoe en je wilt toch rust in die kop en dat lijf. Maar dat zijn allemaal vaste afspraken en doorgaans kan ik daar niet zoveel mee. De ene dinsdag om drie uur is de andere niet. En erger, met anderen. Zoeken naar rust en dan bij elkaar gaan klitten, voor een ander werkt het misschien, voor mij wat minder als inmiddels antisociale hopeloze. Anderen. Sommigen heb je oprecht lief. Sommigen heb je zeker nodig. Anderen soms. Sommige anderen zijn overbodig. Dat klinkt akeliger dan ik bedoel, maar er komt een moment dat je daadwerkelijk vastgeroest gedrag moet gaan veranderen als eeuwige pleaser.

Het grappigste voorbeeld voor hen die zoeken naar rust en stilte is trouwens de ‘stiltecursus’. Dat je betaalt voor het zoeken naar stilte, maar wel met een groep (praten praten praten) en allemaal in die rustieke doch beperkte omgeving na al dat praten je eigen plek van stilte moet gaan zoeken. Wil je net onder die fijne boom gaan zitten, maar daar zit die medecursist al die een Burn Out heeft en je gunt hem die plek. Je zoekt jouw heil even verderop in dat grasveld, maar daar zit inmiddels die needy vrouw hardop te praten, die sowieso altijd al constant aan het woord was in de gezamenlijke sessies. Je hoeft er maar één te hebben om de boel te verprutsen in zo’n retraite, maar let er maar eens op, die ene is er áltijd. En denk je: “Ducktape van de Action om die mond af te plakken kost 200 euro minder dan deze dag hier om met anderen naar stilte zoeken”. Stilletjes wegwezen blijkt achteraf het enige fijne stille aan de stilte die je zocht.

Alleen en gratis het bos in met honderden bomen en velden ter beschikking lijkt mij praktischer. Ik ken die bossen en die velden. Ze zijn vijf minuten om de hoek. Dat is makkelijk praten ja, realiseer ik me ook wel. Heb er vele malen in vertoeft en erin gelegen en gewandeld, gratis en voor niets. Een ander heeft de zee weer dichtbij. Trouwens, wat is ver weg als je in een klein kikkerlandje woont?

Met het zoeken naar breinlediging zit het vaak wel goed. Zolang ik maar alleen ben en niet iedereen in de buurt tegelijk de bosmaaier of de slijptol gebruikt. Die dagen heb je ook natuurlijk. Zo’n sprookje is het nou ook weer niet op het platteland. Veel groen betekent ook veel gesnoei en geloei.

Schrijven. Ik ben geen echte blogger. Andere bloggers zijn beter dan ik in het constante schrijven. Of überhaupt in schrijven en het concept blog. Nog steeds blijf ik moeite houden met een soort van podium, dat pedante wat aan een blog kleeft. Ik tag ook zelden, om meer lezers te trekken (en geef toe, ik vergeet het ook vaak). Ik hoef niet per se veel lezers. Ben ook verre van interactief op WordPress. Het zal vast interessant zijn me meer te verdiepen in zo’n gemeenschap en andere blogs en soms lees ik ze ook, zitten goede tussen. Maar dat heb ik al eens jarenlang ergens anders gehad, zo’n komjunitie. Toen Hyves nog niet eens bestond. Heel leuk destijds, maar zoiets vergt tijd, loyaliteit en energie. Dat is ook allemaal al geweest en had daar veel lol aan, maar hoeft niet opnieuw.

Soms is het gewoon fijn om alles even uit te leggen in een blog. Om vervolgens weer voor een tijd niet alles uit te hoeven leggen in het echt. En dan wordt het soms een heel verhaal, veel te lang. Zoals nu. Dat hoort niet in blogs. Ook voor blogs gelden ‘regels’ heb ik begrepen. Daar zijn, jawel, ook cursussen voor. Ik ben geen betaalde columnist, dus ik hoef niks met regels en mensen met een korte spanningsboog. Best fijn.

Je bent nu trouwens op het punt beland waarbij je volgens de regels van een blog en spanningsbogen allang afgehaakt bent. “Should I stay or should I go?”. Aldus The Clash.

Soms deel ik mijn blog op Facebook. Handmatig, want ik wil daar niet alles automatisch delen. En meestal daarna word ik altijd redelijk zenuwachtig. Omdat op Vreesboek altijd de meeste reacties zijn. Ik heb een aantal volgers van mijn blog en dat reageren gaat vaak via email en app. Het vraagt een e-mailadres om direct op WordPress te reageren en dat is net iets meer gedoe. En mensen houden niet van gedoe. Toch nemen sommigen de moeite, dat is vaak meer dan ik zelf doe. Dank aan jullie, jij ja.

De reacties op mijn bloglink via Facebook zijn meestal positief en opbeurend. Dat mensen de moeite nemen te lezen en ook nog reageren is lief. Ik snap ook niet waarom ik me dan toch ongemakkelijk voel na het delen, in plaats van me juist aangemoedigd voelen om meer te delen. Dat is toch idioot? Waarom vind ik het zo moeilijk complimenten aan te nemen en ze ter harte te nemen?

Dat het ineens op Facebook voor mij zo overdreven voelt, dat schrijven. Ineens ook zo zichtbaar. Om vervolgens weer voor een tijd in de luwte te schrijven.

“Privézaken moet je voor jezelf houden”.

Negatieve privézaken deel je natuurlijk niet, want dat komt zo pathetisch over. We scrollen vluchtig door onze sociale media en zoeken vluchtig naar iedereen die ons een luchtig gevoel geeft. Hoezo eigenlijk? Alsof er altijd iets te bewijzen valt: “Kijk, ik heb het wel leuk!” Waarom moeten we altijd aan anderen (maar vooral aan onszelf) bewijzen hoe leuk het leven is? Het leven is heus wel leuk, heel leuk zelfs. Zelfs met gedoe.

Kom nog even terug op mijn vorige blog. Heb veel reacties op mijn laatste blogbericht, vooral in privéberichten en whatsapp. Ik realiseer me nu dat het verwoorden van pijn en het praten over levensbeëindiging wat heftig kan overkomen. Het was niet eens mijn bedoeling. Het was vooral iets over wat hopelijk nog lang voor me ligt. En ik vind het persoonlijk belangrijk dat dat soort onderwerpen niet geschuwd worden. Want dat is ook het leven. Net zoals sociale zekerheid, ouderenzorg, milieubewustzijn en onderwijs. We stemmen verdorie voor al die dingen die in politieke debatten een speerpunt zijn en waar we allemaal een persoonlijke mening over hebben, maar als het écht een issue zou kunnen zijn of worden in je leven en het dan ineens uit de weg gaan?

Ik heb allang geen zin meer in het meedoen met zo’n schijnheilige werkelijkheid van alleen maar iets delen wat leuk is. Ik deel ook het liefst leuke dingen. Soms is het allemaal leuk ja, soms niet. Ik snap die kramp over dat laatste niet. Waar komt die bewijsdrang voor het leuke leven vandaan? En als het een pijnlijk onderwerp betreft, dan hebben we het graag ludiek. Ik snap dat ergens wel. Voor de persoon met chronisch – of zelfs terminaal  – gedoe in kwestie is het vooral zaak om het luchtig te houden voor anderen. Omgaan met, winnen of verliezen van een ziekte (ook mentaal), alsof het een competitie is in dapperheid. Persoonlijk word ik behoorlijk zenuwachtig en nogal misselijk van al die beelden van aan hongersnood stervende en naar adem snakkende kinderen na een gifaanval. Ik probeer vooral de beelden te vermijden, want dan slaap ik niet, maar doneer me dan maar de pleuris. Me realiseren waar ik soms over klaag. Luchtig en ludiek, graag. Maar wat dood en verderf betreft (kanker, hongersnood, oorlog), zelfs ik raak dan door mijn sarcasme heen.

Schrijnend voorbeeld, dat elk jaar terugkomende mysterieuze gedoe onder vrouwen op social media over welke bh er die dag gedragen wordt en meer van die flauwekul, allemaal als een support voor vrouwen met borstkanker. En dan mannen buitensluiten als ‘grap’. Tenenkrommend. Mannen die in de wachtkamer van oncologie de hand van hun partner vasthielden en zelf ook doodsbenauwd waren voor een uitslag.

Met support is niks mis, maar met “Kijk mij eens supporten” wel. Schei toch uit. Besteed je energie liever direct in het overmaken van een bedrag naar het KWF. Met je stoere roze pink ribbon armband (tip: verdiep je in Pink Ribbon, al is het alleen maar voor je eigen portemonnee. Just saying). Ga collecteren, voor wat jij belangrijk vindt. Voor gezonde mensen echt maar een uurtje tijdsbeslag en het levert zoveel op! Ik weet dat, omdat ik  zelf een paar jaar een collecte heb gecoördineerd.

Deel het fijne van je leven, vooral. Ik word ook blij van fijne berichten. Maar het delen van pijn, het is blijkbaar niet zo vanzelfsprekend.

Ik doe het gewoon. Zo schrijven. Ik kan en wil niet anders, omdat het ook bij mijn leven hoort. Plus al het fijne. En dat is nog steeds behoorlijk veel. Geloof me, ik wil echt niet dood. Nog lang niet. Ik mag toch hopen dat men dat heeft begrepen. Het leven is echt te mooi, vooral nu. Heb oprecht geen kramp over de dood en vind dat geen eng onderwerp. Ben nog steeds van mening dat iedereen dingen op papier moet zetten qua wensen, juist als je nog gezond en goed van geest bent. Juist voor de nabestaanden wel zo handig.

Velen kennen sores, gedoe en nare dingen in zijn of haar persoonlijke omgeving. Ieder op zijn of haar eigen manier met een persoonlijke draagkracht. Ook vaak onzichtbaar. Dat ik zo denk en schrijf heeft alles te maken met mijn eigen omstandigheden en die verschillen soms van de omstandigheden en interesses van anderen. En soms ook weer niet. Er zijn best veel mensen die moeten leven met gedoe. Ik heb ze ook dichtbij. En de mensen met het rottigste gedoe schuilen vooral, zijn zichtbaar op dat juiste moment en verwachten niets van een ander.

Ik ben heel erg van het leven. In het nu. En soms is dat kut ja. En je probeert het beste eruit te halen met elkaar. Op een dinsdagmiddag in de lentezon een wijntje drinken achterin de tuin in de zon. Omdat het op dinsdag zo’n dag is. Zaterdag misschien niet. Het is enorm fijn dat er iemand naast mij is die snapt dat er misschien ooit een grens is. Dat is niet dramatisch, maar realistisch. Andersom geldt dat ook.

Met MS leven is soms geen lolletje. Net zoals het voor al diegenen met ander onzichtbaar gedoe en heftige omstandigheden vaak ook verre van halleluja is. Met MS kun je nog steeds heus wel sociaal zijn, ondanks uitval en pijn. Het valt uit te leggen. Lamleggende somberheid niet. Dat is niets en niets willen. Het voelt vele malen meer overheersend en je kunt het nooit uitleggen, nooit goedmaken en lichter maken. Je verliest er mensen door die het niet snappen, je komt meer dichtbij dan ooit bij de mensen die je blijven omarmen. Ik zie het als winst, omdat er een filter wegvalt en het oprechte stand houdt.

Dank aan allen die ondanks mijn stilte en afwezigheid het de laatste maanden niet opgaven, niets verwachtten. Aan de deur kwamen, terwijl die weer op slot zat. Wilden komen en ik dat afhield.

Waarom Manlief nog meer alles afhield, ter bescherming. Waarmee ik zestien jaar geleden het ziekenhuis inwandelde, beiden nerveus voor een uitslag, en samen met hem het ziekenhuis uitwandelde en ik zei dat ik dat dus aan niemand ging vertellen, zo’n diagnose. Hij snapte dat. Zo’n stempel niet willen. Misschien heeft niet iedereen zo’n man of vrouwlief, maar schaam je kapot hen buiten te sluiten in welk ludiek bericht dan ook.

Meer dan dertig jaar samen. Dat van alles in de laatste zestien jaren en hij is nog steeds niet weg. En de laatste maanden steeds maar weer vrij nemen voor afspraken met mij en Jongste. Gedoe komt altijd als All You Can Eat tezamen. Hoe Manlief ook eigen gedoe heeft, maar de gave heeft zelden iets als gedoe te zien. Held. Mijn moeder, ver in de zeventig (en dan heb je vooral veel gedoe met mensen om je heen die ziek zijn en wegvallen, het is verschrikkelijk, in haar geval), die steeds weer klaar staat. Heldin. Niet zelf meer kunnen rijden is een van mijn grootste ergernissen. Eergisteren mijn mam weer mee naar een ziekenhuisafspraak, want Manlief vertoeft nogal eens In Midden Oosten voor werk. De allerlaatste afspraak. De aller-laat-ste. Na maanden te vaak het ziekenhuis van binnen te hebben gezien. Het is klaar nu. Vizier vooruit.

Waar anderen het ook moeilijk hadden en we er niet waren. Je doet je best, maar helemaal goed doe je het nooit. Het is zoals het is. Met gedoe.

Het leven is nog steeds mooi genoeg. Veel te mooi om te verlaten. Ben van plan nog lang te genieten.

“One day is fine and next is black”

4 gedachten over “Schrijven”

  1. Mogge, wat ben je toch een lieverd en wat ben ik blij dat jij mijn lieve vriendin bent. Die zo mooi kan schrijven. Luv you😘

    1. Luv joe too! In kilometers veraf en altijd zo dichtbij… Dat er ooit (al best lang geleden inmiddels) ‘iemand’ was die mij jou leerde kennen, blij! Jouw recente mooie bloemen en woorden shinen boven me as I type 🙂

  2. Ik moet schrijven (met de nadruk op “moet”). Het zit me gewoon in het bloed.

    En ik haak niet af bij het lezen, al heb ik dan lichtelijk andere dingen die ik graag doe, zoals wandelen, foto’s nemen en nog zo het één en ander maar niet koken, noch in de tuin onkruid wieden.

    En dat opgeklopte allemaal hoeft voor mij ook niet. Want als je wat “anders” hebt te dragen dan staan ze ongeïnteresseerd en krijg je je verhaal aan de straatstenen niet kwijt.

    Ik heb geen FB, wil ik ook niet. Ik heb enkel een blog, voor mezelf. Maar als iemand anders er iets of wat in vindt is dat mooi meegenomen.

    1. Dat is een mooie gedachte: “Als iemand er iets of wat in vindt”. En ja, wandelen en foto’s nemen, voor een paar jaar terug was dat vooral mijn dagbesteding. Erop uit, mooie dingen zien en dat vastleggen. Fijn is dat. Ik kan niet zeggen dat anderen niet geïnteresseerd zijn. Integendeel eigenlijk. Niet iedereen begrijpt de nuances, maar dat hoeft ook niet. Ook van die mensen zijn er opbeurende reacties, Dat is bijzonder en daardoor begrijp ik vaak mijn eigen terughoudendheid niet. De belangrijkste personen in mijn leven begrijpen het letterlijke gedoe wel en dat is voldoende.Ik vind dat je mooi en fijn schrijft, btw 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s