Paten, peuten en logen

afb024

Inmiddels alweer best lang geleden had ik vrijwel dagelijks te maken met mensen die loog of peut in hun functienaam hadden. Als collega’s. In mijn werkende tijd heb ik vooral heel veel leuke collega’s gehad. Daarna bevond ik me tijdelijk in een gebied van paten. Niet mijn beste ervaringen, eerlijk gezegd. What’s in a name? Dat is waar, maar inmiddels weet ik wel dat iedere kwakzalver paat achter zijn naam kan zetten en zogenaamd deskundig oogt.

Dat moment in de keuken toen ik op advies van een homeopaat dat ene theelepeltje van dat weetikveel goedje mengde met een glas water en daaruit een lepeltje opslurpte en dacht: “Oké, welkom in de idiotenclub Gretchen. Waar is die borrel?” Vrij dure goedjes ook. De hele mikmak in de prullenbak gesmeten. Wat een flauwekul, dat ik zo diep was gezonken. Kwakcash. Met kwakzalverij financieel profiteren van de goedgelovige wanhopigen. Maar ja, je doet soms rare dingen als je nergens een vinger op kunt leggen vóór een diagnose van een heuse loog. Heb ook op smoezelige matjes gelegen terwijl de paat vroeg of ik de aarde dichtbij of veraf ervaarde. Op de grond. Eh?

Toen kwam er een diagnose en een vrijwel peut- en paatloze periode. Heel af en toe de neuroloog. Heel veel verschillende. Die niet konden tippen aan mijn allerbeste therapeut die in die tijd ook in mijn leven kwam. Mijn hond Moby. Al die jaren samen buiten, zij heeft het beste in mij naar boven gebracht. In bos en veld. Samen met mijn smoezelige maatje, dichterbij is de aarde nooit gekomen.

Andere peuten en logen kwamen ineens weer in beeld toen Oudste zo ploeterde. Lieve Oudste heeft inmiddels het nest verlaten en studeert en woont verder weg. Het gaat goed, het gaat haar goed. Ik mis haar als dagelijkse basis, maar het is fijn te zien hoe goed ze zich redt en hoe ze op haar op haar plek is. Ik ben enorm trots op haar, omdat ik weet waar ze vandaan komt. De minst makkelijke keuze heeft gemaakt om dit te bereiken. Dat doorzettingsvermogen. En het is haar gelukt. Dat ze daar lag destijds in dat ziekenhuis. Trouwe volgers van mijn blog herinneren het zich misschien nog. Wat heeft ze dat goed geflikt zeg. Volgers weten ook dat ik zelden het woord trots gebruik, maar nu terecht wel.

Gelukkig daarna weer een hele tijd peut- en loogloos. Maar ze kwamen drie jaar geleden ineens in enorme aantallen aanwaaien vanwege mijn eigen gedoe. Ten tijde van mijn revalidatie heb ik wel een hoogtepunt bereikt in het contact met alle mensen die therapeut in hun achternaam hebben. Met ergo, fysio, logo en psycho als voornaam. Soms dacht ik: “Was je mijn collega maar, zoals toen. Toen jij en ik het over anderen hadden”. De rol van patiënt, zonder acteertalent, het verdient in mijn geval zeker geen Oscar. Het waren stuk voor stuk enorm goede peuten. Zelden zo onder de indruk geweest van zoveel professionaliteit en dat meen ik oprecht.

En dan is alles weer even relatief stabiel. Het regelmatige contact met mijn inmiddels vertrouwde neuroloog is er bij gaan horen. Gelukkig is zij een heel fijn menselijk mens. Vanwege de nieuwe medicatie en het protocol van dat medicijn prik ik elke drie maanden bloed en dan spreken we elkaar over de uitslag. Soms over meer. Als loog heb ik haar hoog. Zij snapt zoveel wat ik aan anderen niet kan uitleggen. Wars van poespas. Ze is op leeftijd en ik vrees nu al de dag dat zij er ineens niet meer is. Straks een andere loog vinden, wat een drama.

Vorige week weer een blaasscan gehad. Eerder deden de gespecialiseerde (MS) verpleegkundigen dit. Zij waren er ook voor gesprekken en adviezen, met enorm veel empathisch vermogen en kennis van MS, die een stap verder gingen dan het spreekuur van de neuroloog. Maar die twee die er (al 25 jaar) waren, zijn weggebonjourd door hogerhand en in plaats daarvan zijn verpleegkundige specialisten ingezet. What’s in a name? Net een graadje hoger in opleiding. Maar wat zegt dat over deskundigheid? Een zorgverlener is meer dan een diploma. Vooral als ze goed zijn in zorgen. Neuroloog vertelde dat een van haar twee trouwe verpleegkundigen – ze is 62 jaar – ineens weer op afdelingen is gaan werken en nachtdiensten moet draaien nu. Haar kennis over MS en dat contact met iedereen voor zo lang. Dat ineens zomaar overboord gooien.

Ik zie ineens zo’n snotjoch van een manager zijn briljante idee indienen in zo’n vergadering (of lunch) en dat ie helemaal het mannetje was die dag. Goed gedaan kind. Weet jij ook veel.

Die afspraak vanwege de blaasscan dus, met een verpleegkundig specialist, weer een andere dan de vorige keer. Een lieve aardige jonge vrouw. Gedreven en empathisch. Ook zij kan er niets aan doen dat het beleid zo is en ik snap haar kansen. Ze was oprecht geïnteresseerd, vroeg van alles. Juist ik was degene die eigenlijk geen zin meer had in alles uit te leggen aan nog weer iemand anders.

Heb via haar een verwijzing naar de uroloog. Weer een nieuwe loog erbij, ach. Kan het niet laten steeds te denken aan iemand in de familie die altijd uro zegt als ze het over de euro heeft. “Kostte maar tien uro!”. Benieuwd of de euroloog nog iets gaat opleveren.

Ik kan er om blijven lachen, maar zo is het niet. Het liefst zou ik alle peuten en logen wel uit mijn leven willen bannen, maar ze horen inmiddels bij mijn leven en ik heb ze simpelweg geregeld nodig.

Ze lijken alleen zo vaak en te veel steeds weer op te duiken. Voor mezelf, oké. Niet voor mijn kinderen. Jongste is al een tijd een beetje ongelukkig en onvrijwillig bevinden we ons wederom in een nieuw web van logen en peuten. Ik wil het eigenlijk niet meer. Al die mensen. Nog een keer. Al dat praten. Al dat uitleggen. Ik kan dat ook niet meer zo goed. Dat maakt me onzeker, want dit is heel belangrijk. Maar ben vaak zo moe. Vooral als het koud is. En ik doe mijn stinkende best om helder te blijven. Want dat moet. Ik wil alles voor haar. Dat zij beter wordt. Ook dit gaat lukken. Dat vertrouwen is er absoluut.

Maar soms verlang ik stiekem nog wel eens naar dat moment waarop ik op die andere stoel zat, die van tegenover de patiënt. Of in het bos liep met Moby, muziek in mijn oren, hoe al dat licht zo voelbaar was. Zo intens. Hoe we samen verdwenen in hoog gras in het veld waar nu huizen staan. Hoe alles zo licht voelde, zo opgetild. Alsof iemand je constant draagt.

Alles gaat voorbij, alles verandert en er is nog steeds heel veel moois. En ik ben de laatste die zal zeggen dat ‘alles een reden heeft’ of meer van die wijsneusheden. Wel weet ik dat geploeter altijd een keer over gaat in net iets minder geploeter. En dat je elke keer daarna weer een stap verder bent in het schijt hebben aan alles wat vooral niet relevant is.

Voor de rest rommel ik ook maar wat aan. Inmiddels compleet paatloos en dat wil ik graag zo houden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s