Man in stoel

pap

Een foto van een man in een stoel, ergens in de jaren zestig. Misschien wel jaren vijftig, ik weet het niet. Wat is het altijd lastig iets over jonge mensen in te schatten, bijna vijftig jaar geleden.

Een beetje een stoere man gezien zijn blik, maar zijn lichaamshouding verraadt terughoudenheid en hij draagt ook geen jeans. Een kat uit de boom-kijker, dat zie je zo. De stoel links van hem is leeg, niet helemaal zeker over de stoel rechts van hem, maar die lijkt ook leeg. De foto is waarschijnlijk genomen op een verjaardag. Met zo’n setting van een rijtje stoelen die zelfs voor een deur staan. Kleine kamer dus. Was het aan het eind van een feestje en is hij het type van het licht uitdoen? Of was hij het geneuzel van andere gasten zat en ging hij even apart zitten? Armen over elkaar, observeren. En dan staat er ineens iemand voor je die een foto van je maakt waar je geen zin aan hebt. Is het zo’n blik? Of vond hij het wel prima, vleiend zelfs?

Ik vind het een mooie man. Met dat haar en die blik. Met onzekerheid en stoerheid in hetzelfde beeld. Net alsof ik hem al heel lang ken en herken. Maar we hebben elkaar nooit ontmoet en kennen elkaar niet. Toch weet ik wel iets over hem. Bijvoorbeeld dat hij niet oud is geworden. Maar 31 jaar. Hoe oud was hij op deze foto? Er zit van alles in zo’n blik, maar niets dat wijst op iets van een naderend onheil. Dat zeker niet.

Op het moment dat hij stierf was ik een foetus van drie maanden. 1968. Ik weet dat, omdat de man in de stoel mijn vader is.

Ik vermoed dat we een match hadden gehad als we elkaar hadden gekend. Herkenning. Toewijding. Door enkele dingen die anderen die hem kenden mij ooit vertelden over hem. Maar dat weet ik natuurlijk ook niet zeker. Misschien hadden we wel constant ruzie. Er is ook zoveel niet verteld. Misschien ook zoveel niet gevraagd. Ingrijpende gebeurtenissen zijn uitzonderlijk goed in het zich verstoppen en laten opsluiten. In hele verre kerkers in harten en zielen, alleen te openen met een shitload aan sleutels. Dat is begrijpelijk, als overleven een prioriteit is. En pijn niet gewenst is. En dat de vrager die vragen wil, niet nogmaals pijn wil veroorzaken bij diegene die de antwoorden heeft.

Ik weet in ieder geval zeker dat ik niet zijn haar heb geërfd. Helaas. Toch zegt mijn gevoel dat ik heel veel had kunnen lachen met hem, iemand die sarcasme begrijpt. Zijn zus, mijn tante Jo, zei altijd dat ik zo op hem leek qua karakter. Misschien. Ik heb het niet zelf kunnen ervaren en kan daar niet over oordelen.

Tante Jo overleed vorig jaar.

Ik denk dat mijn vader heel trots zou zijn op zijn vrouw, mijn mam, die sterk genoeg was al die jaren vader en moeder tegelijk te zijn. Die haar verdriet opzij kon schuiven ten gunste van mij. Ze vertelde me ooit dat ze zoveel steun heeft gehad van familie en vrienden om haar heen in die moeilijke tijd.

Mijn moeder. Van alle mensen in mijn leven ken ik niemand die zo’n groot sociaal netwerk heeft als zij. Mooie lieve mensen, maar ook de meest irritante en zelfzuchtige mensen, ze blijft er contact mee houden. Want: “Ach, ze hebben het moeilijk genoeg”. Persoonlijk moet ik er niet aan denken om zoveel zeurpieten in mijn leven te hebben. Wat een last. Het punt is, zij ziet die mensen niet als zeurpieten. Ze ziet sowieso bijna niets als een last. Had ik die blik van mijn mam maar.

Ze liet me niet opgroeien met gemis, juist met wat er allemaal wel was. Er is niemand die me ooit heeft weten te overtuigen van een soortement van trauma over het gemis van een vader. Je mist mensen die je hebt gekend. Ik ben hooguit soms heel nieuwsgierig naar genetische trekjes en vermoed dat ik wat dat sociale betreft misschien wel heel erg op die man in die stoel lijk. Sommige therapeuten probeerden het, maar over dat heb ik geen trauma en dat laat ik me ook absoluut niet aanpraten. Dankzij mam. Dankzij gezond verstand. En het scheelt ook dat ik al meer dan veertig jaar gewoon een vader in mijn leven heb gehad en nog heb. Een hele lieve.

De man op de stoel was nooit ziek. Ineens heel erg en zo erg dat ie nog geen twee maanden later doodging.

Ik bezoek zelden het plaatselijke kerkhof, maar als ik daar ben zijn er inmiddels zoveel mensen, familieleden die daar liggen. Zeker twintig en meer. Ik sluit altijd af met een bezoek aan het graf van mijn vader als ik er ben. Een 40+ kind die dan voor het graf van een 40- ouder staat. Te idioot voor woorden, maar ja, het leven is soms idioot. En gaat vooral door. Toen ik 31 jaar was kreeg ik mijn tweede kind. Me realiserend dat ik inmiddels al 16 jaar ouder ben dan hij ooit is geworden.

Toch voelt het nooit echt beladen als ik daar sta. Dat niet. Vaak een gedachte over dat soort getallen. Of een enkele keer een gedachte met een knipoog delen. Of helemaal niets. 

Dat van op een stoel zitten met niemand naast je. En dat er nooit gemis is met de juiste mensen naast je. En dat je de dag moet plukken, terwijl dat eigenlijk best een rare uitdrukking is. Je plukt bloemen of in neus. Of vruchten van iets. Een dag plukken, hoe gaat dat in de praktijk?

Doe het maar gewoon. Ook al heb je geen idee hoe. Of niet, als er niets te plukken valt. Het gaat zoals het gaat. Vaak is het fijn en wenselijk om niet altijd na te denken over iets. Denk ik.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s