Pizzaboer

resolve

In mijn vorige blog vertelde ik over mijn goede ervaringen met de computerboer. Mijn ervaring met de pizzaboer is een totaal andere. Het Bolognesemannetje stond hier een keer aan de deur om kortingskaarten te verkopen voor de – toen nog bestaande – lokale pizzeria. Hij sprak rap en luid (en zet daar maar te voor) met enge ogen en dito glimlach. Een van nature bozig hoofd, dat zag je zo. Gek genoeg hebben dat soort bozige hoofden vaak de vorm van een atoomwolk en zijn ze qua grootte vaak net iets te. Er is ook altijd iets geks met dat haar. Echt, let er maar eens op. Denk Geert Wilders, Maarten van Rossem, Donald Trump, Johan Derksen… zelfs hun kapsel is permanent boos. Zo ook dat van de pizzaboer. Maar het zal de beleving wel zijn geweest.

Afijn, toen de pizzaboer zich op mijn grondgebied begaf zat ik niet echt in een fase waarvan je zegt toppie. Van die vage fases waarin ik meestal alles wat luid, snel en ongemakkelijk aanvoelt probeer te vermijden. Nu heb ik in het verleden soms foute beslissingen genomen op momenten van algemene vaagheid en er ook van geleerd, dus was op mijn hoede. Ik vroeg, heel beleefd, waar het nou precies om ging. Dat vond de pizzaboer raar, want: “Deze hele straat, nee wacht, *stemverheffing* DORP, heeft al zo’n kortingskaart, behalve jullie” en “Je moet wel heel erg onder een steen hebben gelegen om dit te hebben gemist”.

“Klopt, zei ik, ik lig nog wel eens onder een steen. Nee wacht, rots”. Weet niet precies meer wat, maar heb vervolgens iets gezegd wat zijn blik nog boosaardiger maakte. Ik denk iets overdreven liefs, want dat verwart bozige mensen altijd zo geinig. Ik weet het van mezelf, bij irritante mensen haal ik het slechtste in hen naar boven, geen eigenschap om trots op te zijn, maar het gebeurt. Een naar en opdringerig mannetje vond ik het. En dus, toedeledokie kaart, alsof ik ergens zou gaan eten met dit soort mensen in de buurt. Die spugen in de keuken namelijk stiekem in je bestelde spaghetti Bolognese en serveren het vervolgens met een glimlach.

Ik zie hem nog nijdig weglopen met dat dramatische gewapper van die kaart boven z’n boze – nucleaire – bolletje met boos haar. Sneu type.

Nog geen week later werd desbetreffende pizzeria getroffen door een grote brand. Tot aan de grond toe afgebrand, helemaal niets meer van over. Dat vond ik dan ook weer te ver gaan, want dat pand heeft nogal een verleden in ons dorp. Dus dat was sneuer dan sneu. Mijn moedertje heeft er als kind nog haar gymuitvoeringen gehad. En ik ben al oud, kun je nagaan wat voor een geschiedenis dat pand heeft. Decennia lang ook nog de patatboer van het dorp geweest, naast het jarenlange schnitzel- en karbonadeparadijs op feestjes van oma’s, opa’s, ooms, tantes en opoe.

Gymuitvoeringen, toneeluitvoeringen, fanfareconcerten, schoolmusicals, pluimveetentoonstellingen en het onthaal van Sinterklaas. Alles gebeurde daar. Bussen met dagjesmensen werden dagelijks aangevoerd. Mensen van ‘buitenaf’ herinnerden zich vooral de grote speeltuin buiten. Of erger, als ik vertelde waar ik woonde, noemden mensen die speeltuin.

Het is na overname een tijdje een redelijk succesvol wokrestaurant geweest met manager Jenny aan het roer. Anderen hadden J. Lo, Jenny from the Block. Wij hadden J. Wo, Jenny from the Wok. Althans, zo noemden wij haar hier thuis. Toen wokken niet meer hipster was, nam een tapasboer het over en stond er ineens Barcelona op de voorgevel. Daar heb ik toen één keer gegeten en daar heb ik het maar niet over. De pizzaboer was de laatste eigenaar.

Een pand met herinneringen. Dat van vroeger, toen men nog nooit gehoord had van tapas, Vitello Tonato of balsamico. Ik ken families die destijds witte rijst met een klodder ketchup erop al nasi noemden. De tijd van huzarensalades, een vieze kers op de appelmoes, doorgekookte rode kool op een réchaudje, het slaatje vóór de soep en – oh man – de luxe die biefstuk heette. Met de vanzelfsprekendheid dat iedereen er gewoon was. Qua familie.

Kijk, jaren geleden. Ik vermoed 1984. Vijftien jaar, inmiddels is onze Jongste ook zo oud. Zittend op de schoot van een nicht tijdens een van die familiefeestjes in desbetreffend pand. Geen idee waarom ik die bloem tussen m’n tanden had. Verontschuldigingen voor die aanstelleritis, toen al.

1984 15 years

Nu, ruim dertig jaar later, is er inmiddels al veel te vaak afscheid genomen van veel teveel familieleden die zo vanzelfsprekend waren. Als je vijftien jaar bent, met een bloem tussen je tanden, is het leven vooral heel erg eeuwig. Met een kers op alles.

Dertig jaar later is nu dus ook het pand verleden tijd. Afgaande op wat de pizzaboer beweerde (tuurlijk waar) waren wij dus ineens de enige familie in het dorp die niet in het bezit was van een plotsklaps ongeldige kortingskaart. Heb nog even een moment getwijfeld de niet uitgegeven vijftien euro te doneren aan de plaatselijke brandweer. Met zelfs twee neven in het lokale brandboerencorps. Maar toevallig was het net pizzadag, dus verdween desbetreffend bedrag in de portemonnee van de sympathieke pizzakoerier van het plaatsje verderop. Met fooi.

Heb uit eerbied nog wel even de pizza boven mijn hoofd laten wapperen, alvorens hem tussen mijn tanden te klemmen.

6 gedachten over “Pizzaboer”

  1. Hahaha weer geweldig! Vooral die herinneringen van horeca-aangelegenheden uit het verleden, die nu ook bij mij in mijn gedachten zweven, terwijl ik mij kapot zit te vervelen op mijn werk. Dank je wel, xx10

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s