Zitten en staren

Zitten en staren. Kijken naar die mooie slimme ekster in de tuin die altijd als eerste weet wanneer er brood ligt. Slechte reputatie als vogel, mythes die onterecht een eigen leven zijn gaan leiden en dat oordeel is hardnekkig. Prachtige vogel, esthetisch gesproken. Vijf hele stukken brood binnen anderhalve minuut in je snavel weten te stouwen en wegvliegen naar je eigen plek. Terwijl zo’n duif nog zit te roekoeën op een tak en zenuwachtige mussen en andere gevederde losers een half uur later komen aanfladderen. Maar geen brood hè?

Ik zie het kwikstaartje een nakomeling voeren op het gras. Ik had nog nooit eerder kwikstaartjes met een nest in de tuin. Blij van. Ik zie mooie vlinders in vele soorten rondfladderen, een muis die vanuit het hoekje van de veranda onder mijn stoel door rent richting tuin. Dat doet ie nu al dagen. Ik noem hem inmiddels Fred. Ik wapper een fruitvliegje weg uit mijn gezicht en verwijder er één uit de koffie. Ik sla een mug dood op mijn onderarm, altijd net na dat prikmoment. Ik baal dat de zonnebloemen zijn mislukt dit jaar.

De witte poes met zwartgrijze vlekken die ’s nachts op de veranda slaapt komt onder de heg gekropen en looppast langs de linkerborder. Ik zie ineens iets fel paars bloeien. ietwat verstopt aan de linkerkant en vraag mij af waarom ik dat niet eerder zag en hoe die plant heet. Brood is op voor poes. Van eksters en kauwen kan zelfs een poes niet winnen.

Een merel neemt een bad in het vogelbadje. De beste zangers van vogelland zijn gek op water. En hun tapdansen op het gras is lollig. Die slimmeriken krijgen het altijd voor elkaar om zo’n domme pier naar boven te krijgen en weg te kanen. Beetje Hans Klokkerig. Ik vind merels leuk. Een paar mussen op de rand en in het badje nu. Neem me voor het vogelbad straks te verversen. Fijn dat de vogels zich ineens weer laten zien. De tijd van rui is een saaie tijd, als ze zich massaal verstoppen. Omhoog kijken, prachtige lucht. Ik zou een foto moeten maken. Maar ik wil liever gewoon zitten en staren. Niets delen.

Een wolk drijft voorbij en ik bedenk me dat de wolk een hoger tempo heeft dan ik nu. Voor me zie ik mijn vertrouwde ‘tweelingbomen’. Ik maak me zorgen om de rechter, die ineens niet zoveel blad heeft dit jaar. Ik zie de bloemen voor me die intenser lijken nu het seizoen hen dwingt te kalmeren. Prachtig. Sommige bloemen bloeien juist nu intens. Ook al doe ik nu niets, ik geniet van alle inspanningen die ik heb gepleegd in alle voorgaande jaren om te zorgen dat er bloei te zien is van februari tot en met oktober. De voldoening zit hem in het resultaat van zelf gedaan. Dat vergt jaren geduld, maar de beloning is het meer dan waard. Vooral nu ik weet van nu en dat wist ik toen nog niet. Ik besluit alvast heel veel bollen te kopen en te planten, voor straks. Moet op briefje, naast heel veel briefjes, niet vergeten.

Turen in het veld hierachter dat ineens schaaploos is, dankbaar en gretig luister ik naar en profiteer ik van de ontstane stilte na al die maanden. Zie het konijntje daar weer huppen. Weet nooit of het steeds dezelfde is. Op een paal ernaast zit duif. Ik gniffel. Duif weet nog niet dat we de esdoorn gaan omhakken binnenkort. Waarin duif & duif jaren hun heil vonden in tenminste twee nesten per zomer. Afgelopen uit met die lelijke esdoorn, de schaduw en veel te grote onhandige vogels met veel teveel geroekoe, gewapper en geschijt in een veel te kleine boom. Vreugde vervult mij, te weten een roekoe- en blaatloos leven te gaan leiden binnenkort.

Ik moet nog van alles. Ik wil van alles. Straks even boodschappen doen. Misschien nog even strijken. Ik zou het kastje naast me wel eens willen schuren. Zie ineens een enorme stengel onkruid. Dat ik dat nu pas zie. Moet eruit. Ik zie ineens meer. Ik wens dat ik uren onkruid zou kunnen wieden. Dat is zo fijn, dat met die kop gebogen in de tuin en alles elimineren om al dat wat mooi bloeit te beschermen. Maar moe, pijn ook. Dus ik zit en staar. Nog maar een koffie.

Ik loop naar binnen en zie voor de zoveelste keer weer de prachtige bos bloemen die een dierbare vriendin aan mij gaf vorige week. Bloeit nu nog mooier. Ik maak een foto, app die naar haar en vertel dat ik elke dag geniet van dit. Ik weet dat ik haar lange tijd niet meer zal zien omdat ze in Engeland woont. Net alsof dat boeket dat ook weet. Ik druk de koffieknop in en ruik aan de bloemen. Ik hoor dat de vaatwasser klaar is middels de piep. Negeren. Ik ga naar buiten met de koffie en ga weer zitten. En staren. Morgen is het niet meer zo moe en is de pijn weg. Morgen stuur ik al die mails als de pijn minder is, de vlammen in mijn hoofd zijn verdwenen en ga ik even langs bij die of die om te horen hoe het is. Morgen is de fijnste dag van de week. En overmorgen.

Ik pak mijn mobiel en kijk even op het online nieuws, Twitter en Facebook. Facebook is ideaal, reageren en snel iets plaatsen vanuit je luie stoel. Lijkt alles zo lekker oké. Geen ziel die weet hoe je je echt voelt. Prima. Boodschappen gedaan. Zo moe. Beetje misselijk en duizelig. Even zitten. Ergens verderop maait een buurman het gras. Ik zie een vlinder neerdalen op het dekbedovertrek aan de waslijn, ondanks de vlinderstruik op twee meter afstand. Vlinder en ik houden van dezelfde geur. Blij van. Natuurlijk foppen. Daardoor verheug ik me nog meer op die geur waar ik straks onder ga duiken. Actie nodig. Was van de lijn, bed opmaken en koken. Iedereen thuis-moment. Ik geniet van het gezamenlijke diner, fijn moment. We praten over gekke dingen, compressoren en vines. Reizen en bucket lists. De rest ruimt op terwijl ik mijzelf verlies onder een vers dekbed middels een twee uur durende droom.

Ik word wakker na het koffiemoment en neem een koffie. Het voelt als ochtend na zo’n diepe slaap en daardoor altijd beetje gedesoriënteerd. Ik neem de derde Ibuprofen van de dag in de ijdele hoop een of andere ontsteking ergens bovenin te bedwingen en de pijn te verlichten. Een doosje met onaangebroken Lyrica die de neuroloog heeft voorgeschreven staart mij inmiddels al een maand aan. Ik durf het nog steeds niet, wat bijverschijnselen betreft. Dat het heftiger is dan hoe ik me nu voel, in de opbouwfase. Nog meer, hoe is dat dan? Dus permanent in bed en twee weken geen autorijden. Wil ik niet. Komt nooit uit. Lafaard. Ik weet het.

Ik pak de spierbalsem en Oudste biedt aan dit voor mij te doen en smeert en masseert het goedje op en in mijn schouders en nek. In die zombiestatus van dat moment ben ik te afstandelijk om tegen haar te zeggen hoe bijzonder zij is. Terwijl ze dat zo verdiend. Maar zij heeft geen podium nodig. Ze doet dat. Heb haar zo lief. Twee uur later komt de piek van de dag, weet ik inmiddels.

De lucht is knaloranje als ik buiten kom. De koffie smaakt een beetje bitter. Er zit een fruitvliegje in het glas water. Ik zit en ik staar en dat is het beste wat me op dat moment kan overkomen.

20140903_150949 20140830_145731

9 gedachten over “Zitten en staren”

  1. Lieve lieve Margreet,
    Wat kun je toch mooi schrijven.
    Ik heb, weer, tranen in mijn ogen.
    Je bent lief.
    Xx10

  2. Margreet,
    Als ik ooit iets voor je kan doen, klein of groot, laat het me weten.
    Ik sta klaar voor je!

    Iris

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s