Pijntje pils

pi

Het begrip pijn is interessant. Voor een kleuter is een verse schaafwond op de knie net zo pijnlijk, zo niet pijnlijker, dan die volwassene die net z’n verstandskies heeft laten verwijderen. Pijn – lichamelijk of mentaal – is relatief. Ieder heeft zijn of haar eigen referentiekader en draagkracht. Je begeeft je altijd op glad ijs wanneer er *plop* een mening opkomt bij het lezen van andermans ‘lijden’. Iemand daadwerkelijk zien even buiten beschouwing gelaten. Gewenning, relativeringsvermogen, pijngrens en uiteraard de daadwerkelijke pijn. Obstipatie is hinderlijk pijnlijk, maar is als een splinter van een uitgebloeide paardenbloem vergeleken met een bevalling. Persoonlijke omstandigheden spelen een rol. Single zijn en niemand in de buurt waartegen je even kunt klagen over die verkoudheid die maar niet over lijkt te gaan of die fuckers op je werk die jou wakker laten liggen. Geen feedback. Relativeren gaat makkelijker met iemand dichtbij. Al is het alleen maar omdat diegene een arts belt indien nodig (alsof je dat zelf doet), luistert naar jouw betoog over frustraties en onzekerheden. Praktisch meedenkt en handelt. Degene waar je het niet aan vraagt, want die ziet het wel. En niet hoeven te vragen is een groot geschenk. Wanneer je bijvoorbeeld zelf niet in staat bent een auto te besturen en juist dan – want anders kon je dat wel zelf – naar peuten, paten of logen moet. En hoe consequent je op gezette tijden bent in het niet-koffiedrinken bij deze of gene. Dat het niet persoonlijk is, maar de wens en noodzaak tot een soortement van kluizenaarsbestaan. Soms is jezelf al veel teveel van het goede.

Soms doe je maar net of het best wel gaat. Een lachende smiley plaatsen is simpel, terwijl de ronde gele rakker eigenlijk stiekem huilt of een hele lange tong uitsteekt. Lang leve de sociale media, voor alles wat we wel en niet willen delen, of als de werkelijkheid een beetje jeu kan gebruiken. En ja, ik betrap mijzelf ook wel eens op het mij ergeren aan iemand die zit te klagen over het (tijdelijke) verlies van reuk en smaak als gevolg van een verkoudheid. Om even later te beseffen dat het niet oké is mij daar aan te ergeren (hormonen zijn af en toe mijn vriendjes ook niet ja! Begrepen?! JA?!!). Voor sommigen is de sociale media de enige uitlaatklep en daar heb ik wel begrip voor. Maar we zijn allemaal mensen en ergeren hoort daarbij. Je lekker een potje ergeren zorgt voor het nodige perspectief. Bovendien is het wetenschappelijk aangetoond dat we ons het meest ergeren aan gedragskenmerken van anderen die we onbewust bij onszelf herkennen en nou niet bepaald omarmen. Of waar we jaloers op zijn.

Persoonlijk vind ik mentale pijn pijnlijker dan lichamelijke pijn. Dat durf ik nu te beweren, na maanden van mij voorheen ongekende lichamelijke en aanwezige pijn. Uitval is onhandig, pijn is die chronisch zeurende peuter die zich zonder decorum blijft neervleien op supermarktvloeren. Je gebruikt het negeren-trucje, maar helemaal weg gaat het niet. Soms valt er iets te kiezen, soms niet. Als je besluit tot terugtrekken, dat kluizenaarsbestaan, dan kies je vooral voor zo min mogelijk iets uitleggen. Geen gedoe. Niet praten. Te moe. Eigenlijk wil je wel dat mensen om je heen het snappen, maar realistisch gezien weet je dat je dat niet kunt verwachten. Omdat je weet hoe je zelf bent en ooit was. Bovendien is ‘ begrip hebben voor’ – net als pijn – ook relatief. Ik ben in de gelukkige omstandigheid waarin ik vaak begrip ervaar. Maar begrip heeft een houdbaarheidstolerantie. Heel af en toe zie ik wel dat teleurgestelde smoeltje, hoor die verborgen irritatie en krijg dan toch ineens een onnozele vraag van juist diegene waarvan je weet dat hij of zij het wel snapt. Teleurstelling dus. Smet op eigen planning. Bovendien is het begrijpelijk dat mensen liever wat meer levendige mensen om zich heen hebben. Snap ik volkomen.

Het begrip chronisch is vooral moeilijk voor anderen, weet ik inmiddels. Ik verwacht niet zoveel. Hooguit dat ik bepaalde dingen zelf snap. En eerlijk gezegd, ik snap zelf nog heel veel niet van alles wat mij vloert de laatste maanden. Ik ben ook nog niet zo vertrouwd met zoveel pijn. Maar misschien ben ik wel een meer dan overdreven controlefreak. Of het duurt te verwarrend lang allemaal. In falende gezondheid is er nog steeds het één en ander te kiezen. In goede gezondheid ook en dat verdient net zo min een oordeel wat keuzes betreft. Leven en laten leven. Elk individu met persoonlijke grondslagen, verantwoordelijkheden, omstandigheden en keuzes. Zolang we oordelen op basis van verwachtingen, eigen interpretaties, aannemingen, vooroordelen, afgunst en dat van alles van voor de voordeur, maar niet wetende van daarachter is het wijs en vooral rustgevend om te leven volgens je eigen regels, prioriteiten en mogelijkheden.

Als die zeurende peuter nogal lang aan het zeuren blijft (fysieke pijn), dan volgt uiteindelijk die mentale pijn. Ergens bovenin gebeurt er dan iets chemisch bij geen verbetering. Een weekje oké. Drie weken ook. Of zes. Na een paar maanden geeft het emotionele leger het toch een beetje op. En na maanden van pijn en uitval, voel ik dan pas de echte pijn. Die andere kwab (kwal) tussen de oren. Dat is het soortement van pijn waar ik geen controle over heb en de weg kwijt raak. En mij het meest gevloerd voel. Zolang je nog zoekt naar oorzaken en behandeling. Bang dat men teveel focust op dat zenuwgedoe. Wat als er wat anders is? Ooit heus wel ‘blij’ met een bepaalde diagnose, alleen al om het feit dat die lamleggende vermoeidheid ineens toch niet psychisch bleek te zijn. Mentale uitval – als gevolg van dat fysieke- beschouw ik nog steeds als mijn grootste vijand.

Het gaat heus wel beter. Beter is altijd relatief. Beter is beter ten opzichte van twee maanden geleden. Zeker beter ten opzichte van vijf maanden geleden. Ik heb goede dagen, goed als in communicatief een beetje weer in staat zijn tot reactie en plannen maken. Ik word nog steeds een beetje zenuwachtig van iets of teveel plannen, maar lig er niet meer wakker van. Gezin. Grapjes. Klusjes. Soms begint de dag met afwezigheid van pijn en lamlendigheid en dat blijft de hele dag zo. Dan weet ik van gekkigheid niet waar ik moet beginnen met datgene wat al heel lang niet kon. Huishoudelijke taken zijn een feest als dat lukt. Of een echt feestje, een concertje. Weekendje naar de zee met de fam. Heel voorzichtig. En toch weer teruggefloten worden. Nog te vaak begint de dag redelijk en halverwege sluipen pijn en lamlendigheid weer binnen. Of je staat er mee op en moet je afwachten of het een dagje of drie dagen duurt. Of twee uur. Ik weet niet zo goed hoe ik moet hamsteren en weer normaal een conditie moet zien op te bouwen met deze onvoorspelbaarheid. Het is echt anders met deze zintuigenpijn vergeleken met al die 15 jaar hiervoor. Een uitvallend been, het lijkt een verkoudheid. Wetende dat anderen in mijn categorie juist helse pijnen ervaren in de ledematen. Het is echt voor iedereen anders. Achteraf gezien zijn, voor mij persoonlijk dan, die zere enkels en raar werkende benen een fluitje vergeleken bij deze zintuigenshit. Raar lopen is wel handiger qua begrip. Zolang we het maar zien. Ik heb vaker de behoefte gehad aan een hoofdrolstoel dan aan die voor benen-fail.

En dan te bedenken dat ik een paar maanden geleden de intentie had om naar de sportschool te gaan, om de spieren van het gestel wat te versterken, mochten de zenuwen even tegenstribbelen. De sportschool en ik. Serieus waar en aandoenlijk grappig (ook zonder dit alles gaf ik mij de optie van drie maanden, als dan nog….). Sportschool komt nu na de chiropractor, neuroloog, boodschappen doen, onkruid plukken en inmiddels het VU Amsterdam die zich momenteel voor de tweede keer ontfermt over mijn bloed. In de schaal van 1 op 1000 (ja er zijn best veel Nederlanders met die zenuwfucker) ooit al te horen gekregen dat ik behoor tot die 3% van die 1 op 1000 die geen last heeft van warmte, integendeel.

En nu dus waarschijnlijk een lichaam dat blijkbaar de enige vorm van medicatie niet accepteert en afstoot. Die uitzondering op de uitzondering zijn. Ergens verbaast het mij niet eens. Maar ik wil verdomme ook wel eens gewoon naar een gewone sportschool met van die types om me heen met ijsblokjes onder de armen. In een kek sportpakje met Nikes of weetikveelschoenen net doen alsof je met gemak een paard op kunt tillen. Zoals Pippi. En daarna een pilsje drinken aan de bar. En ik lust niet eens bier.

Ik wil van alles. Ik doe wat ik kan. Ik wil veel meer en heb mij van alles voorgenomen en wil dit en dat en daar en daar bij zijn en wil die en die zien en spreken en knuffelen en wilde dat ik toch haar of hem weer zag of sprak. Altijd weer minder tot stand gekomen dan ik mij had voorgenomen. Maar het gaat zoals het gaat en trouwe lezers weten: sorry heb ik vaarwel gezegd. Bijna. Ik doe mijn oefeningetjes en probeer iedere dag te wandelen. Mooi alternatief voor de sportschool, bovendien veel leuker.

Een blog schrijven is lastig, want dat kan ik alleen via de pc en met dit gestel kan ik simpelweg niet lang achter (of voor, hoe je het bekijkt) achter zo’n apparaat zitten. Zo’n blog als dit vergt dan ook dagen…weken. Ik heb dan ook enorme twijfels of ik dit wel moet voortzetten. En zo’n lang gezeik als dit is natuurlijk ook behoorlijk overdreven. Maar eigenlijk is het misschien zonde om het op te geven. En zo serieus neem ik het echt niet, een blog. Het is meer mijn eigen strijd. Alsof ik met woorden grip krijg op iets waarover ik geen grip heb. En schrijven is een heel gedoe en vermoeiend bij tijden, maar praten des te meer! Zie behoorlijk wat onafgemaakte schrijfsels hier in concepten staan. Vol goede moed begonnen en te vaak onderbroken door gedoe (leuker woord voor pijn). Volgend blog gaat over Facebook en ik zie nog iets over bospoepers. Stay tuned 😉

En als het goed gaat, dan heb ik eerst twintig andere dingen te doen dan het schrijven van een blog. Vooral als het lente is. Deze lente. Als je iemand bent die altijd mei en juni wil stopzetten en dat je er zomaar april bij krijgt. En dit moment, dat al het fijns nog steeds voor je ligt terwijl je er gewoon al middenin zit.

“Heeft u een bonuskaart?” vragen ze dan bij Appie. “Welke van de tien wil je hebben?” hoorde ik mezelf deze week zeggen. Uiteraard weer veel gevatter en stoerder dan de werkelijkheid. “Everything you can imagine is real”, zijn de befaamde woorden van mijn held Picasso. En zo is het. Zonder verbeelding en kleur is er teveel focus op alles wat mij uitschakelt. Heb het nu een beetje nodig om dingen in te kleuren. Ruiken, proeven en slikken zijn al geruime tijd niet vanzelfsprekend. Maar ik heb mijn stem, zicht en gehoor nog. En een pinpas. En schoenen (hoewel je natuurlijk altijd nieuwe nodig hebt, over inkleuren gesproken). Een man en kinderen. Kaasje in de koelkast. Paracetamol en tulpen in de tuin. Geen paracetamol in de tuin natuurlijk. En ja, soms iets teveel pijn naar mijn smaak. Maar ik heb wel een tuin. En van dat alles en meer.

Doei.

2 gedachten over “Pijntje pils”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s