De trein

2348875664

De laatste jaren ben ik steeds meer een treinreiziger geworden. Dat klinkt vreemd, nu ik dit zo opschrijf, want in de regel ben ik vooral heel erg een automobilist. Was, moet ik zeggen. Nou ben ik sowieso niet en nooit iemand geweest die grote afstanden door het land hoefde af te leggen, maar als ik van A naar B moest, dan stapte ik met plezier in het autootje. Het hele land door. Jaren gewerkt op een locatie waar je onmogelijk met het openbaar vervoer kon komen (of het duurde drie uur) en dat half uurtje heen of terug zonder een enkel stoplicht door de buitengebieden vond ik heerlijk. Met cassettebandjes toen nog. Ja ja, oud wijf. Impulsieve uitstapjes? Auto starten en gaan. Onafhankelijk, dat vooral.

Het reizen met de trein heeft voor mij in de basis altijd iets van gejaagdheid en gedoe. Want: rekening houden met vaste tijden en overstappen op de juiste sporen. Houd ik helemaal niet van, dat afhankelijke tijds- en juistheidsgedoe. Eén aanwijzing verkeerd begrepen en je zit al in de trein naar Roosendaal in plaats van Zwolle. Komt bij dat ik vanaf een centimetertje of 50 pas een bord kan lezen en ik inmiddels perron-marathons tot mijn persoonlijke hoogtepunten kan rekenen. Ik begrijp nog steeds heel goed dat, toen ik dat nog kon, altijd de auto pakte in reizen. Instappen om drie uur en nog wat en verder zonder nadenken wel een keer op jouw plaats van bestemming arriveren. Verder heb ik het áltijd koud op perrons. De afgelopen winter een paar keer trein moeten reizen en er is een moment geweest dat ik me voornam nooit meer iets met de NS te maken willen hebben. Toen ik een aansluiting miste door vertraging en in die drie kwartier wachten buiten transformeerde tot een ijspegelzombie en in die twee uur durende treinreis daarna mijn handschoenen niet uit heb gedaan.

Ik ben geen regelmatige treinreiziger, maar ben er steeds meer afhankelijk van geworden en dus zit ik meer in de trein dan mij lief is. En toch, als ik er eenmaal in zit, valt het doorgaans ook wel weer mee. Als ik maar zit en weet dat ik de goede kant op ga. Ik ga er steeds meer aan wennen. En dan kan een soort rust ineens op mij neerdalen. Soms heb je de pech dat er een uur lang heel veel hard pratende mensen om je heen zitten (vaak in een stiltecoupé), zoals paar weken terug richting Schiphol. Maar doorgaans is het meer van hier en daar wat gebabbel en zijn de meeste mensen verdiept in een boek of tijdschrift. Staart 80% naar het beeldscherm van een smartphone en zitten er altijd een paar zestigplusdames in de buurt die een dagje uit gaan of zijn geweest. Die lezen niet en kijken niet op een beeldscherm, maar praten over die kijkoperatie van volgende week of een gezamenlijke kennis met een ziekte en hebben hun handtas op schoot, waar soms een rolletje Italiano’s uit wordt gehaald en wordt verdeeld. Vandaar dat die gesprekken meestal gepaard gaan met kauwen. Let er maar eens op.

In tegenstelling tot de meeste treinreizigers houd ik van een treinreis met helemaal niks. Niks in mijn oren, niets lezen en mobiel in de tas. Waar ik dan soms op kijk om te weten hoe laat het is. Draag al jaren geen horloge meer, vandaar. Of een klein sms-contact met degene aan de andere kant van die treinreis die mij verwacht. Dat helemaal niks, dat vind ik erg fijn. Dat is de reden waarom ik de trein steeds meer kan verdragen. Vaak is het zo, dat als ik eenmaal in de trein zit, er al een heel scala aan activiteiten aan vooraf zijn gegaan. Voor een ander inspanningen die heel gewoon en onopgemerkt voorbij zijn gegaan. Voor mij inspanningen die zich opstapelen en een effect hebben. Douchen, aankleden, jezelf fatsoeneren, haar föhnen en vooral denken aan alles wat je niet moet vergeten. Na dat, heb ik eigenlijk een half uur rust nodig. Wat niet kan als je een trein moet halen. Concentreren op het juiste kaartje kopen en overstappen op het juiste moment zijn wat lastiger als je moe bent. Ik stap nooit energiek een trein in. Vandaar dat ik het enorm fijn vind eenmaal te zitten, naar buiten te staren en een beetje te observeren en te luisteren hier en daar. Bijkomen. Want een treinreis leidt tot iets, een andere activiteit, dus probeer ik vooral dan die rust van het zitten te pakken.

Het voorbij glijdende landschap, dat vind ik enorm ontspannend. Het is wel zo, dat er zich vele vragen in mijn hoofd vormen. Over alles wat ik zie en hoor. Dan zie je in een Intercity die overal voorbij raast in een tiende van een seconde iemand op een perron staan of op een terras zitten en dan denk ik: “Ik zie jou nu één seconde in mijn leven en zie jou nooit meer terug”. Of ik zie een vogel op station Duivendrecht te midden van veel drukte in een patatje pikken en vraag me dan af of vogels ook kunnen lijden aan Obesitas. Als dat je habitat is als vogel. Vogels die altijd fast food eten. Morbide Obesimus. “Help mijn kraai is te dik”. Dat soort dingen. Of dat stel laatst tegenover me – ik schat vijftig jaar getrouwd – die samen een puzzel uit een Privé-pagina oplosten. Hij had die Privé op schoot en schreef en zij keek mee en verbeterde constant. En dat hij dat niet erg vond en heel normaal. En ze at ook steeds dropjes, altijd maar kauwen en al kauwend zeggen wat haar man fout deed. Schuin tegenover zat een stel die zij kenden (dat wist ik door de begroeting) en zij keek constant naar de schoenen van die mannelijke kennis. Dat zag ik. Dus ik ook kijken. Blauw en suede (Elvis!) en dat was best kek voor zestigplus. De vrouw naast hem had een rode bril. Doordat mevrouw Dropje zo keek naar die schoenen, keek ik daardoor heel bewust naar de schoenen van haar eigen Privé-man, anders had ik daar niet op gelet. Sandalen met grijze sokken. Ach. Toch zou ik ook voor die sandaalman hebben gekozen denk ik, want hij oogde heel lief. De Elvisman daarentegen had een beetje een Hulk Hogan-snor en een vreemd accent. Maar zijn rodebrilvrouw was weer liever. Die praatte ook niet veel. Zij en de sandaalman zouden wel bij elkaar passen. Ergens wist mevrouw Dropje dat ook, denk ik.

Achter hen zaten een jonge meid en een vrouw op leeftijd, waarvan ik weet dat het geen moeder-dochter was (dat weet je gewoon), maar toch intiem. Peettante? Stiefmoeder? Ik weet nu van alles van haar en haar stage en hoe dat tot stand kwam. Wat zij nu doet, hoe ze woont en wat haar onzekerheden zijn. Maar niet haar naam. Schuin achter mij zat een jonge meid met een koffer. Kwam binnen op Schiphol met anderen en ging apart zitten. Haar ‘vrienden’ hadden ook een grote koffer. Zeiden iets tegen haar en zij was vooral erg chagrijnig. Ging apart zitten en 100% smartphone attentie daarna. Ik vermoed dat die vakantie samen niet succesvol geëindigd is. Het valt niet altijd mee, andere mensen. En ik kijk dus heel veel naar buiten en hoor en interpreteer. En met mijn ogen dicht en soms open, bevind ik mij tijdens een treinreis noodgedwongen tussen andere reizigers. Mensen die ik prima kan missen in mijn leven, maar die op dat moment even gelijktijdig aanwezig zijn. Gelukkig zijn mensen in het algemeen net zo eigenaardig en gewoon als jij en ik. Het blijft boeien. Met de wetenschap dat je na veertig minuten (zie je op je vooraf uitgeprinte schema, wat ik dan doe) niks meer met hen te maken hebt. Heerlijk.

En dan bereik je je eindbestemming en staat er iemand klaar met een auto om je op te pikken. Dat in de auto stappen, dat voelt als thuiskomen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s