Trots

p

Het woord “trots” vind ik een lastige. Het woord zal in mijn schrijfsels wel eens voorgekomen zijn, maar ik vermoed niet zo vaak. Eerder zal ik ‘blij mee zijn’ of iets in die trant hebben gebruikt (ga dat natuurlijk nakijken en als ik meer dan vijf keer trots heb gebruikt, laat ik het weten). Wat mijzelf betreft zou ik echt niet zo gauw iets kunnen noemen waarop ik trots zou kunnen zijn. Gelukkig kun je ook trots zijn op anderen. Tenminste, ik zie dat vaak. Dat mensen trots zijn op iemand anders. Trots heeft indirect altijd weer met jezelf te maken, ongeacht de context. Je kunt bijvoorbeeld trots zijn op de prestaties van jouw kind, vriend, oom, nationale zangeres of plaatselijke worstmaker, omdat er een bepaalde verbintenis is tussen jou en hen. Jóuw kind, of een winnende worstmaker uit jóuw dorp. Zodoende is trots dus meestal overgoten met een persoonlijk sausje. Daar is niks mis mee en wellicht begrijpelijk, vanuit het oogpunt ‘verbintenis’.

En iemand kan het ten aanzien van een ander als compliment gebruiken, wat fijn is natuurlijk. Ik weet eigenlijk niet zo goed waarom ik moeite heb met het woord trots. Het is ook wel een raar woord, als je het een paar keer zegt en het geschreven ziet staan. Het klinkt een beetje pauwerig, tikkie brallerig, zo voldaan ook. Een beetje gene voel je ergens toch wel. Heb ik dan.

Ik probeer even te bedenken welke levensmomenten in mij opkomen die mij met trots vervulden (alleen dat al, dat ‘vervullen’ erbij). Ik neig naar iets met mijn kinderen. Over hoe zij iets opgelost of bedacht hebben, met bepaalde moeilijkheden om zijn gegaan. Het zwemdiploma misschien? Vond dat nogal een geploeter. Hele kleine doortastende mensjes, met hele kleine armen en benen in dat veel te grote zwembad en door dat meterslange gat in het diepe. Dat was knap ja, zo’n diploma. Blij ook, vooral voor die beide kleine mensjes destijds en zeker voor mezelf (daar zijn we af, pfff). Maar trots? Ik was niet diegene die uiteindelijk heeft gezwommen.

Ten tijde van de Olympische Spelen zag ik mensen schrijven: “Trots op Epke!” Dat is opmerkelijk, want er is er maar één die daar jarenlang zo hard voor getraind had en dat was Epke zelf. Prachtig vond ik dat moment trouwens en heel erg gegund. En daar kun je blij van worden, zoals velen van ons dat hadden. Epke kon oprecht trots op zichzelf zijn. Maar dat ík daar trots op zou zijn is raar, omdat het enige wat Epke en mij verbindt hetzelfde land is waarin we wonen. Het helpt ook niet echt in de associatie dat ene Rita ooit een politieke partij oprichtte met iets met trots erin en dat als je het woord achterstevoren leest er stort staat en strot als anagram (ja van die tic wil ik ook wel eens af, die van anagrammen maken en woorden achterstevoren lezen. Nezel nerovetsrethca nedroow).

Je kunt ook trots zijn op bezittingen denk ik. Een postzegelverzamelaar die bijvoorbeeld na vijfentwintig jaar eindelijk die zegel uit Djibouti heeft weten te bemachtigen. Of iemand die David Bowie een hele goede zanger vindt (drie maal raden wie), die ooit een kalender won met daarop de authentieke handtekeningen van David Bowie zelf en Mick Rock (De fotograaf. Ja die. Ik zal jullie de details besparen. Geen dank). Maar die kalender, die hebben er ook wel meer. Dus. Ik ben er wel heel blij mee, dat wel. Maar trots is ook al zo wat.

Is trots wellicht een beetje makkelijk? Op de bagagedrager zitten en zelf niet fietsen. Meeliften op andermans succes. Zou ik het een lastig begrip vinden, omdat je eerst hebt moeten ervaren hoe het is om enige vorm van trots ten aanzien van iets van jezelf te hebben gehad alvorens trots te kunnen zijn op iets of iemand anders? Ten opzichte van mijn medemens voel ik vooral veel nederigheid. Ten aanzien van alles wat een ander wel weet, kan, durft, onderneemt, heeft gezien en doet. Al die creativiteit. Zelfvertrouwen. En al die energie. Vooral dat laatste, daar ben ik soms stiekem een klein beetje jaloers op. Dat je trots kunt zijn op jezelf. Niet op een ander, gewoon op jezelf. Eén ding zou al leuk zijn.

Ik heb nog een hoop te leren. En leren te begrijpen. En misschien leren iets meer van mezelf te houden.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Home. Bookmark de permalink .

4 reacties op Trots

  1. Gerbie zegt:

    Je maait me het gras voor de voeten weg. Wilde net komende week een stukje schrijven met het woord trots in de titel. Nu moet ik weer nadenken of ik dat wel bedoel…

  2. magz zegt:

    Gewoon schrijven, ben benieuwd! Nadenken is altijd leuk ;)

  3. Pingback: Trots | Niets is geheel waar, en zelfs dat niet.

  4. Pingback: Meer of minder | Atthesea

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s