Klusjes, klei en stickertjes

– Ondanks dat Moby toch een behoorlijke nudist was, ten opzichte van andere rassen, kon ze prima tegen de kou. Wel wat vaseline op het voetenwerk uiteraard, maar altijd dikke pret in de sneeuw. Warmte vond ze vervelender. Heb ik altijd typisch gevonden, met zo’n dun grijs zomerjasje.

Paar jaar terug, Westerflier.

nokia 00030

Daarna natuurlijk altijd even opwarmen…..      Digital StillCamera

– Sneeuwpret in Nederland momenteel. Leuk voor degenen die er lol aan hebben, geniet ervan. En dat de skáátsers maar mooi mogen skáááts’n (Hupsebosch!). En ook vooral Erben Wennemars lekker skáááts’n, dan is ie in ieder geval niet op tv. Op één of andere manier komt in de winter nog steeds altijd Spaan & Vermeegen’s “Wat is het koud hè?” naar boven drijven in mijn hoofd. Hebben jullie dat ook?

– Over koude gesproken. Het koudst ooit ter wereld was het in Vostok (zuidpoolgebied, Rusland). -89,2 graden, op 21 juli 1983. Zie dan de barbecue maar warm te houden.

– Het warmst ooit ter wereld was het in Al Aziziyah in Libië (de Sahel). Daar werd op 13 september 1922 een temperatuur van 57,7 °C gemeten. Ach, mensen gaan ook vrijwillig in een sauna zitten en daarin is het nog heter. Dus niet zo’n drama lijkt me. Ik houd trouwens erg van warmte, maar sauna’s nooit fijn gevonden. Eén keer gedaan, vreselijk zo’n stikhok. Acht minuten volgehouden en stond toen snakkend naar adem weer buiten. Kan ook te maken hebben met claustrofobie natuurlijk. Of claustrofobie in combinatie met allemaal vreemde vellen om je heen, nare hitte en stekende neusgaten. Wat nou wát heeft getriggered weet ik niet. Grappig dat de neuroloog mij sauna’s afraadde ooit. Geen probleem. Een warm strand daarentegen kan ik goed verdragen. En heus, ik zit ook meestal gewoon onder een parasol. Warm strand….windje (dat heb je niet in sauna’s, dat zal het zijn) Hmm…

– Ah, Soul food

sardi4

– En Foot for soul

ffs

– Over muziek gesproken, als kind moest ik altijd aan bananen denken bij ABBA’s “Chiquitita” en nog. En de eerste keren dat ik Pink Floyd’s “The Wall” hoorde (als tien/elfjarige), hoorde mijn fonetische sensor heel erg “Eet een ijsje”, in plaats van “education”.

– Hello en klei. Je gunt niemand blindheid, maar het blind zijn van het meisje uit de Hello-clip van Lionel Ritchie had op z’n minst een bepaalde functie. Wat als ze de dag na het kleien van dat hoofd ineens had kunnen zien? En het moment dat ze hem dan echt kon zien? Hello Goodbye. Ik heb trouwens ooit ook een klei-cursus gevolgd. Was best leuk, al was destijds de aanleiding het ontsnappen uit een postnatale depressie. Je houdt er een paar leuke dingen aan over, een raku-vaas en een fruitschaal, maar voor de rest is kleien toch vooral synoniem aan depressie in mijn geval.

lionel11

– Vriezen, sneeuwen, winter. Wat opvalt nu is het missen van geur buiten. Je ruikt niks. Let er maar eens op. Geen vers gemaaid gras, dennenbomen of natte takken. Geen bloemen en het stinken van de GFT-container. De natuur ruikt naar niks. Je ruikt ineens uitlaatgassen en je eigen vuilnisbak binnenshuis. Het is nu vooral erg geurloos buiten. Ik ruik niet eens de kadavers in het bos. Gelukkig hebben we hier en daar in de omgeving nog wat boeren. Met runder-, en varkensluchten, als je ergens achteraf loopt. Is in ieder geval iets. “Ha lekker, stront!”

pig_snout

– “Ha lekker, stront!” snoven we altijd als we Twente naderden, vanuit Zwolle. Ooit woonde ik op kamers in de stad. Was maar Zwollywood, maar ik woonde aan een drukke weg. Ik vind de stad erg leuk, maar de stad is iets wat ik op moet zoeken, niet andersom, heb ik gemerkt. Onvrijwillig lawaai en ongewenste geluiden, de hele dag, ik zou er nooit aan kunnen wennen. Mijn basis moet stilte zijn. Qua leefomgeving. En buiten zitten. Mijn tuin. Die andere 10 van de 362 dagen per jaar in een stad zijn vind ik leuk. Natuur of cultuur? Als mijn basis natuur is kan ik onbeperkt cultuur verdragen, nooit andersom 🙂

– Oudere mensen kruipen vaker voor. Is me nu al een paar keer opgevallen. Nou vind ik dat niet zo’n spul, sinds ik zelf de geneugten van slecht kunnen staan heb mogen ervaren, maar er komt iets anders bij kijken. Hypocrisie en hebzucht. Nu mag je over ouderen niet zonder respect praten, maar sommige ouderen vragen erom. Sommigen doen soms ook zo verongelijkt. Net kinderen. Inclusief bijbehorende pruillip. Of quasi onschuldig doen – onder het mom van ik zag het niet/ik had u niet gezien/ik heb het niet gehoord. Nou is dat bij sommigen zeker het geval, maar je haalt de geniepigen er zo uit. Tenminste ik wel. Of ligt het aan mij? Degenen die ineens wel snel kunnen lopen of handelen als er iets te halen valt. Dat gezeur over de kassabon en de vergeten korting en/of zegels. Dan is die alertheid er ineens wel, terwijl ze vijf minuten ervoor dementie-veinzend hun kar net iets te ruw langs jouw enkel schuurden, zonder excuus. Bah. Van een kind kan ik dat op één of andere manier beter hebben. Maar ach, er zijn ook heel veel lieve bejaarden, weet ik toch.

ov

– Ik mag graag zien dat de wc-rol met de afrolkant naar voren hangt. Dus níet met de afrolkant naar de muur. Ten eerste is het praktischer, ten tweede hygiënischer (wc-handen versus muur). Het is zelfs zo erg, dat ik de rol bij anderen ook omdraai als ie niet goed hangt (dan weet je het nu, mocht het je ooit zijn opgevallen).

“Menschen hang het rolletjen goed, de muur wenscht nimmer ’s mans bruinen gloed”

– Van die klusjes die je vaak uitstelt. Of ‘vergeet’. Er zijn van die klusjes die handig zijn om in de winter te doen en waar ik in de lente dan achter kom het ‘vergeten’ te zijn. Nu dus gedaan. De diepvries uitzoeken en schoonmaken. Heel gedoe, met ontdooien en altijd een natte bijkeuken. Winterklusje, want de inhoud kan gewoon buiten staan met dit weer zonder te ontdooien. Aangezien ik niet met etiketjes werk (“Foei!”, aldus Rob Geus), twijfel ik trouwens over veel van de inhoud, hoe lang het er al in ligt en soms zelfs wat het is, dus smijt ik het maar weg. Nieuw diepvries-voornemen: stickertjes. Die Rob van de Smaakpolitie is zo heerlijk irritant dat het weer grappig is, met z’n ‘stickertjes’ (dat woord komt in één aflevering tenminste zesenveertig keer voor zag ik ooit). Met die ‘s’ een beetje slisserig – sssjtickertjes – en die ssjcheve mond. “Ik zie ssssjtickertjes, daar word ik helemaal vrolijk van”. Die Rob dus. Duidelijk geval van stickertjes-fetish.

Volgende winterklus: de zolder. Ik word al paniekerig als ik er aan denk. Hoe te beginnen en waar? Maar het streven is ook dit voor de lente klaar te hebben. Daarna ben ik buiten en komen de leuke klusjes weer in zicht. Iemand nog een matras nodig? Of drie?

– Als morgen de zon voor de verandering schijnt, maar eens de sneeuwige paden op en lanen in. Met camera. Zal mij benieuwen met die ISO (In Sneeuw Oefenen). Alhoewel ik de camera gegund had dat de eerste foto’s van opkomende bloemetjes zouden zijn. Anton Corbijn, eat your heart out, zou ik zeggen.

Het allerbeste lieve mensen. “Don’t forget to keep your head warm”.

Doei.

A3_SdJLCYAAJk9D

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s