Ijsbeerpoep

Friesland doet z’n naam eer aan. De allochtone provincie van Nederland, maar bij temperaturen onder nul ineens populair. The Jack-in-the-box van de natie. Alhoewel je nog beter skaaaatsen en worst-mutsen als handelsmerk kunt hebben dan die stereotiepe Tukker in quizzen, reality shows en soortgelijke Boulevard items. Beetje dom, verkeerde kapper, aangeschoten met pijpje Grolsch in de hand bij trekkertrekwedstrijden en vooral veel “himmaaal goed” en “hadstikke’ gebruiken. Gelukkig ken ik persoonlijk ook andere Tukkers.

Ik snap dat wel hoor van dat schaatsen. Ik ben opgegroeid in het huis van een ‘ijsmeester’, vertel mij wat over twinkelingen in ogen bij vorst. Zoals de energie overuren draait bij mensen – zoals ik – tijdens de eerste blaadjes en hittegolven, zo draait het energieniveau overuren bij ijsliefhebbers. Welk een drama een warme zomerdag voor hen is, zo voelt vorst voor mij. Verschil moet er zijn. Feit is dat de hond belachelijk te kort komt in wandelen momenteel – fysiek trek ik dit weertype hooguit twintig minuten qua buiten zijn – en ik geforceerd doe alsof er helemaal niets aan de hand is. Want men zegt dat sterke persoonlijkheden elk weertype kunnen hanteren. Ik wil natuurlijk maar al te graag te boek staan als ‘sterke persoonlijkheid’. Daarbij als opmerking dat ik vind dat schaatsen – an sich – wel een beetje overschat wordt.

Over de hond gesproken, die zit trouwens constant om me heen te zenuwen. Of voor de houtkachel. Net even naar buiten geweest, windfobie-beest plast niet met wind, want veel teveel gewapper alom. Thuis dan maar in de tuin, weer naar binnen en meteen voor kachel. Mijn vingers wit, dus 10 minuten onder hete kraan. Hond loopt en staat constant voor kachel of kijkt mij aan: “Doe er wat aan, die kou”. Ik pak en gooi me een hernia aan hout op het vuur.  Schiet niet op met dit blog. Niet dat je zegt: lekker rustig even wat regels weg typen. Bovendien zit ik nu – as I type – met een nieuw aangeschaft product in mijn nek geplakt: een Therma Care zelfverwarmend kompres. Want ja, kou betekent moe en pijnlijke lichaamsdelen. Ik kan hem ook nog op enkels, armen en kont plakken, volgens de gebruiksaanwijzing. Dat leek me wel wat, vandaag bij de Etos. Warm ja, maar plakt voor geen meter, dus je moet je torso redelijk stabiel houden eer dat ding blijf zitten. Goed wel dat de warmte van het kompres die kramp van de bevroren houding compenseert als het ware.

Ah! De hond is eindelijk gaan liggen. Voor het vuur. Nu nog slapen en niet zielig kijken.

Manlief vertoeft deze week in het Midden Oosten. Twintig graden plus, fijn. Jammer genoeg net iets te druk schema om daar echt van te genieten.  Die komt van een kouwe kermis thuis hier vrijdag. Ik zal een dikke winterjas meenemen bij het ophalen. En een kompres.

Het mooie is, somberheid ligt op de loer, maar vooralsnog slaat het nog niet toe. Dat ken ik wel anders van vele winters hiervoor. Ben ik dankbaar voor. Lichttherapietjes zijn – uit ervaring – een heel klein pleistertje op de wonde (heb er een boek mee kunnen uitlezen, altijd fijn), maar voornamelijk flauwekul en te ‘licht’ voor het wegnemen van mentale malaise. Misschien ligt dat trouwens wel aan het feit dat dat blauwe licht van zo’n lamp opgenomen wordt via de oogzenuwen en laat dat nou nét….

Die ijsberen achter in de tuin eten trouwens de vetbollen van de koolmezen op. Ze poepen ook niet misselijk. Werk aan de koude winkel dus. Morgen komen de pinguïns, die dansen gelukkig meer dan ze poepen.

Warmte. Niet te koop. Zoals Turin Brakes zingt. Ik houd van deze band. Hartverwarmende liedjes.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s