Van de dooien niets dan goeds

Oud worden, doodgaan. ‘We’ praten daar niet altijd veel en graag over. Waarom zouden we ook, maar tegelijkertijd: waarom ook niet? Tenslotte gaan we allemaal een keertje zo dood als een pier, in dit korte leventje. Want dat is natuurlijk totaal niet noemenswaardig, die korte tijd die je gegeven is, als individu op deze aardbol en hoelang je ‘je ding mag doen’. Het geheel van al die individuen – in dezelfde tijdszone tegelijkertijd samenleven  – maakt die relatief korte tijd nog enigszins zinvol, maar toch.

Doodgaan is naar, voor anderen, maar niet voor de persoon zelf. Persoonlijk vind ik het nogal een prettig idee dat de twee vaste waarden in mijn leven, geboren worden en sterven, er zijn. Alles daar tussenin is sowieso al iets van keuze, geluk, genen, willekeur en de mate waarin je gezien en gehoord wil worden. Sommigen blijven hun leven lang anoniem en drukken toch een stempel op hun bestaan en, vaak onwetend, op die van andere mensen. Anderen zijn meer en constant aanwezig. Ook goed. Zo navigeert een ieder door het leven, op zijn of haar eigen manier.

Ik ben niet bang voor de dood. En dat meen ik. Ik zou hooguit een beetje onzeker kunnen zijn over het feit hóe ik uiteindelijk doodga. Niet teveel pijn en gedoe graag. Maar dat terzijde. Als ik al een angst over doodgaan zou hebben, gaat dat niet over mijn eigen afscheid, maar over mijn vrees om het overlijden van dierbaren mee te maken. Ik wil graag eerder gaan dan die mensen die ik nu in mijn gedachten heb. Ik wil daar niet bij zijn. Dat vind ik een vreselijk idee. Daar ben ik bang voor. Laat mij maar eerst. Dan maar niet oud worden.

Oud worden, we willen het allemaal. Denken we, vinden we. Gezond dan hè. Maar ik ben daar nog niet zo zeker van. Hoe dan? Wat moet je daar voor meemaken en doorstaan dan? Tien, twintig jaar langer leven, maar wel vier begrafenissen meer meemaken die je niet kunt en wilt bijwonen? Het leven draait al zo lang mee. Qua homo sapiens. Een lachertje. Wat stel je voor als mens? Indien je naam geen Einstein of Mandela is. Alles is al zo lang aan de gang. Doodgaan op je 49ste of 89ste is in die context te verwaarlozen, qua paar jaar meer of minder.

Ik kijk heus niet uit naar doodgaan, mocht men een verkeerde indruk hebben. Maar ik ben er gewoon niet bang voor, geloof ik. Wel moet ik eerlijk bekennen dat ik – na een periode van extreme duizeligheid – een soortement van angst voor ‘vallen’ had. Ineens ook hoogtevrees, wat mij totaal onbekend was daarvoor. Het is nu allemaal weer beetje in balans, maar het laat nog steeds te wensen over en sporen na. De bergen krijgen ze me niet, nooit meer in. Ik kan zelfs niet kijken naar mensen die op touwen van de ene berg naar de andere klimmen, met een afgrond eronder. Ik word al misselijk als ik er aan denk. Dat zit in mijn hoofd, die irreële angst, dat weet ik. Misschien is het onbewust wel een doodsangst, zeg het maar. Ik neig zelf meer naar de richting van ‘controleverlies’ op een ietwat extreme manier. Mezelf kennende het meest logische. Zou d’r eens een therapietje tegenaan kunnen gooien, maar ach.

Ik probeer altijd te begrijpen wat de angst voor de dood voor sommigen betekent. Is het het doodgaan zelf? De doodstrijd? Pijn? De onzekerheid over het hiernamaals? Of misschien gaat het om de angst om niet meer gezien en gehoord te worden. Dat je er gewoon niet meer bent. Punt. Het echte ‘loslaten’, dat zou een basale vrees kunnen zijn. Dat het leven gewoon doorgaat zonder jou. Met al die gebeurtenissen, acties, reacties, nieuwe geventileerde meningen en dat jij daar dan niet op kunt reageren. Voor sommigen wellicht lichtelijk rampzalig. Dat Geert Wilders een maand na jouw overlijden minister president is geworden bijvoorbeeld. Wat een bak. Maar je weet het gewoon lekker niet. Fijn toch? Dat was toch ook niet anders vóórdat je geboren was? Het wiel is gewoon ook uitgevonden zonder jou en mij.

Om de één of andere reden, vraag me niet waarom, heb ik altijd gedacht dat ik nooit kinderen zou kunnen krijgen en jong zou sterven. Dat van zwangerschappen is grappig, gezien het feit dat beide keren in een knipoog tot stand zijn gekomen 😉 Dat van dat jong sterven, dat weet ik dus nog niet. Kan maar zo, alhoewel het begrip ‘jong’ inmiddels al discutabel aan het worden is.

Afgelopen week bezocht ik het kerkhof weer eens. Ik doe dat niet zo vaak hoor, omdat ik niet zo geloof dat ons ontvallen zielen een voorkeur zouden hebben juist op zo’n plek rond te hangen. Ik voel hen meestal ergens anders dan daar. Veel familieleden en bekenden die daar inmiddels een plek hebben. Beseffende dat je toch echt ouder wordt. Om mijn wandeling te beëindigen bij mijn vader’s graf.

Drieëndertig jaar is hij geworden. Dat wist ik natuurlijk al, maar dat besefte ik dan ineens weer zo, toen ik daar stond. 33 jaar, in de bloei van je leven. Met de wetenschap dat je voor het eerst vader zult worden. Nooit ziek. Klaar voor een nieuwe fase. En dan word je ziek. Ineens heel erg. En zeven weken later ben je dood. Dat is heftig. Voor anderen. Zijn vrouw, mijn moeder met name. Ouders. Familie, vrienden.

Iets als ‘verlies’ ervaren kan alleen als je het – iets of iemand – eerst heb ‘gehad’. Ik kan mij niet herinneren dat ik een vader miste als kind. Althans, niet bewust. Als kind neem je sowieso de dingen meer zoals ze zijn. Geen trauma dus, voor zover ik weet. Hier en daar is er een peut geweest die mij dat probeerde aan te praten. Niet gelukt. Dat is voornamelijk te danken aan mijn moeder. Niet zoals ze zeggen ‘vader én moeder tegelijk zijn’ (dat kan niet), maar er volledig zijn. Altijd. Ik ben inmiddels tien jaar ouder dan mijn vader ooit geworden is.

Op het kerkhof struinde ik langs opa, oma en opoe. Een tante. Een oom. Een overbuurvrouw’s urn, zij die maar 21 jaar heeft geleefd. Vaders en moeders van kennissen of vrienden.

En de plek die je liever vermijd, of, die er niet zou horen te zijn. Te kleine graven met beren en vlinders erop. Ze detoneren altijd in het geheel, ook al hebben ze de mooiste plek met de mooiste boom. Een stuk of tien, twaalf veel te kleine graven op een rij. Twaalf teveel. Twee ervan zijn van de kinderen van mensen die ik al lang ken en mij dierbaar zijn. Ik geloof niet dat ik ooit iets heftigers heb meegemaakt en ooit nog zal meemaken dan de dood en de begrafenis van een klein kindje. Hel. En ik ben niet eens de ouder.

En naast het graf van mijn toenmalige werkgeefster, ten tijde van mijn vakantiebaantje destijds heel erg alive and kicking en veel te vroeg gestorven, ligt mijn schoonvader. Iemand die we allemaal missen in de familie. Zijn graf is meestal een plaatje. Met verse bloemen en een foto. Ik heb gemengde gevoelens over die foto, ik kom er simpelweg niet over uit wat ik daar van moet vinden. Misschien omdat ik zo graag mijn eigen beelden wil, vooral niet zichtbaar. Maar ik respecteer het gevoel en de wens van mijn schoonfam.

Daar stond ik, aan mijn vaders graf, met daarop één verpieterd bloemetje. 43 jaar later. Het leven gaat en ging door. Zo gaat dat, zo hoort dat. Ik stond daar en heb in gedachten een paar woorden gewisseld met mijn papa. Een vader die ik nooit heb gekend, maar af en toe aanwezig ervaar. Niet altijd, soms wel. Ik ga een vers bloemetje neerzetten denk ik. Omdat ik dat nu even wil. Kerkhoven zeggen trouwens meer over de achterblijvers dan degenen die zijn gegaan. Sommigen krijgen pas hun eerste bloemetje als ze dood zijn. In het ergste geval symboliseren de bloemen de genegenheid en aandacht die de doden bij leven nooit hebben mogen ontvangen.

Gelukkig ervaar ik dit, levend en wel, anders. Ik ken veel genegenheid en heb inmiddels al veel bloemen gekregen in mijn leven. Vooral van genegen personen die weten hoeveel ik van bloemen houd. Laat maar zitten, dat gedoe met mijn graf. Zolang er geen Céline Dion tijdens mijn uitvaart gespeeld wordt ben ik al tevreden. Ik reïncarneer ter plekke in een psychopathische seriemoordenaar als ik dat zou merken, dus u bent gewaarschuwd.

We willen geen dierbaren verliezen en elk mens is altijd te jong. Een broer van twintig of een moeder van tachtig.

Sommigen zingen mooi over de dood,  met de juiste nuances.

“My death waits to allow my friends
a few good times before it ends
so let’s drink to that and the passing time

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s