The continuing

En alles begint weer z’n gangetje te gaan. Je gaat weer werken, alles gaat door. Je bent ‘er’ weer. En nooit meer echt fit. Maar dat kan ook niet, want ze zeggen dat met het arriveren van een kind alles verandert. Werken, lachen, jezelf een schop in de kont geven. Je sexleven op peil houden en vrienden zeker niet verwaarlozen. Na een paar jaar toch denkende over een tweede kind. Maar nooit of te nimmer dat weer mee willen maken. Wat te doen? Gesprekken met de gynaecoloog stelden gerust. De Seroxat lag bij wijze klaar op de plank, een onnodig zware bevalling zoals bij Oudste zou voorkomen worden en hulptroepen werden vooraf geregeld. You only can do so much. Met dat groene licht was ik in 1 maand zwanger. In al mijn gebreken bleek in ieder geval vruchtbaar en dat is uiteraard een ongekende luxe.

Onze Jongste wordt geboren in mei 2000. Ach liebe, zo’n tevreden meisje. Functioneel gehuil en ook stil na troosten. In nachtelijke onrust gewoon tussen ons in slapen. Honger, voeden, stil, klaar. Het “Oei, ik groei-boek” had ik jaren terug al vernietigd na het hebben van een huilbaby. Slapen is het hoogste doel. Geen Joannekes die op 1-jarige leeftijd al hun eigen potje leeggooien in de w.c. Tsssk. Ik heb liever een Einstein die gewoon slaapt, eet, plast en poept zoals het hoort.

En ik ben net zo blij met ons tweede meisje als onze eerste. Ik voel me gelukkig. Geen antidepressiva nodig, niets. Baby is lief, een klein aapje, zoals ze zich aan me klemt. Twee weekjes te vroeg, veel honger. Maar makkelijk en troostbaar.  Heb inmiddels een nieuwe baan binnen eigen organisatie, op eigen verzoek, nieuwe leuke uitdaging. Ben mezelf op een andere manier weer aan het ontwikkelen. Lastig soms, maar het begin is gemaakt. Maar ik ben zo verdomde moe steeds. Een niet bekende vermoeidheid die zo overheersend is. Totaal anders dan dat van uitschakeling door depressie. Ik weet nog dat ik mij op een bepaald moment ziekmeldde bij mijn leidinggevende. Ik kon mijn ene been amper voor het andere krijgen en lag hele dagen uitgeput in bed. 

En dan beginnen die therapietjes. Want ik ben wel vaker veroordeeld voor mijn gebrek aan enthousiasme (zo moe). Of voor mijn stressbestendigheid (zo moe). Of voor mijn inzet (zo moe). Ik doe iets fout, mijn karakter deugt niet, ik ben te lui etc. Dus.

Homeopathie. Waar ik al snel klaar was met de flauwekul van verdunnen. Bij de derde keer roeren in een beker van een lepel van een theelepel van een honderdste van een theelepel en dat dan opdrinken voelde me ik zo’n idioot (het hielp trouwens ook voor geen meter) en daar ontstond denk ik mijn haat voor kwakzalvers, waarvan er velen nog volgden.

Haptonomie. Was een prima vent, datdanweerwel. Die me vertelde over geboorte en dood. En was wel enigszins zinvol ten opzichte van vader die overleed vóór mijn geboorte en geboorte van mijn eigen kind. De Poort van leven en dood. Maar ik kan niets met op de grond liggen en vertellen welke kleur ik voel (hmm ja blauw want blauwe trui) of “Voel je de aarde dichtbij of veraf?” Nou, ik lig op de grond…dichtbij neem ik aan. Toen verhuisde hij en kwam zijn collega. Een vrouw met behaarde tenen. Jezus-slippers, groene thee en wierook. Aargh! Wierook, too misselijk for words. Ik, liggend op een smoezelige mat en zij de hele tijd bewegend om me heen: “Vind je dat ik hier moet zitten of hier. Of hier? En ik dacht alleen maar: ‘Djiezuskraaist mens, ga gewoon ergens zitten, wat kan mij het schelen! En dan 98 euro afrekenen en denken: Hmm. Had daar ook een paar nieuwe schoenen voor kunnen kopen, was ik gelukkiger van geworden. Wat wil ik? Wat doe ik fout? Dit helpt mij niet.

Psychotherapie. Nou komen we ergens. Geen alternatief gedoe. Professioneel, klip en klaar. Ik zal potdomme nu echt moeten weten waar het fout gaat met mij. Aardige psychologe. Op voorhand toch bescheiden verteld dat ik gewend ben aan ‘de andere kant’ te zitten qua hulpverlening (haar kant) en de rol van patiënt mij moeilijk afgaat en dat ze daar niet moet intrappen, vanwege mijn trucjes om daar onderuit te komen. Ik dacht, ik zeg het maar even. Echt waar, heb echt moeite gedaan me door de ontvangstbevestiging (herhalen van wat patiënt zegt) heen te worstelen en open te staan voor adviezen. Totdat we tegen Kerst aanzaten en ik die haast voelde van vakantie, van haar kant. Ik dacht nog: ze zal me nu toch niet afschepen met iets van het R.E.T. principe (Amerikaanse school, voor de hulpverleners onder ons. Dat van willen en kunnen). En ja hoor. Geeft ze me een R.E.T boekje mee om door te lezen in de vakantie. I rest my case.

Ik ben moedeloos. Ik ben te moe. Ik kan me niet eens laten helpen, want ik laat het niet toe. Hulp. Maar ook, ze snappen me niet. Wat moet ik? En dan wijst het zichzelf, eenmaal in het ziekenhuis beland. Daar verblijvende, heel naïef nog geen weet van alles. En dan de diagnose, twee weken later. Dus ik ben toch niet gek. Dat op zich is al een geruststelling voor al dat geworstel van de jaren ervoor. Gesprekken met MS-ervaringsdeskundigen: Jouw MS is in feite al aangewakkerd na de geboorte van jouw eerste kind. The trigger. Maar ja, toen heette dat nog lui en gek. Ik ben gek geweest. Maar nu niet meer. En tot op de dag van vandaag – hoezeer MS mijn leven ook bepaald – die depressie vond ik vele malen erger. 

En MS? Het heeft uiteindelijk een grote invloed op mijn zijn. Daarover later meer. To be continued….

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s