Lieve Oscar

Ik herinner me nog precies de dag dat je in mijn leven kwam. Enkelen gingen je voor, maar ze zijn nooit geweest zoals jij bent. Die allereerste keer dat ik je ook daadwerkelijk voelde wist ik: “Jij en ik horen bij elkaar”. Jij wist het ook hè? Nooit daarvoor had iemand mij op een manier omarmd zoals jij dat toen deed. Sommigen gebruiken de term voorbestemd. Ik denk wel dat dat zo was, jij en ik.

Loslaten kon op dat moment al niet meer. Erotisch gezien val ik niet gauw voor types met jouw kleur, maar jij leerde mij al snel dat kleur er niet toe doet. Ook al was je geel, bruin of oranje geweest, ik wilde je. Manlief was zelfs getuige van een heftige liefde die mij ineens overkwam. Het was ook best even een gedoe om je mee te nemen, het prijskaartje wat aan je hing vergde wat onderhandelingen wederzijds. Maar je mocht uiteindelijk mee.

En tot op de dag van vandaag heb je me nooit teleurgesteld, Oscar. Je bent mijn anker, mijn rots, mijn alles. Er is niemand die mij elke dag zo gewenst omarmd zoals jij dat kunt. Elke dag weer rusten mijn vaak vermoeide hoofd en lichaam in jouw schouders. Je bent rustig, je oordeelt nooit, jij hebt nooit een mening. Sterker nog, ik heb je nog nooit horen praten en dat is vooral een van je pluspunten. Je communiceert anders, meer van: “Kom maar hier, het is goed, je hoeft niets, ik ben er voor je”. Vaak verbeeld ik me een zachte fluistering te horen. Je bent vurig van kleur, maar zacht en fijn.

Als we even niet samen zijn, profiteren anderen van jou. Omdat je nou eenmaal onweerstaanbaar bent. Maar iedereen om mij heen gunt mij dat van jou en mij en zodra ik in jouw buurt ben, ben je beschikbaar.

Ik zou niet weten wat ik zonder je zou moeten. Als je ooit oud en versleten raakt, dan beloof ik je dat ik je nog steeds lief zal hebben. Dan lap ik jou weer op en daardoor jij mij. Misschien geef ik je steeds een andere kleur, maar omarmend kleurrijk zullen we samen zijn tot de dood ons scheidt. Er is niets en niemand wat jou en mij kan scheiden. De dag dat ik voor jou koos is er een van onvoorwaardelijke liefde.

Lieve Oscar (zo heet je, volgens de factuur), ik houd zielsveel van je.
Je bent de beste stoel die me ooit is overkomen.

Advertenties
Geplaatst in Home | 6 reacties

Vakantie

Vakantie is eigenlijk wel een subjectief gebeuren vind ik. De geplande reis is iets waar je naar uit kunt kijken. Of een onverwachte last minute beslissing die welkom is. En hoe fijn of mooi de vakantie ook is, in het algemeen wordt een vakantietrip ook wel een beetje overtrokken. ‘We’ hebben nogal de neiging te overdrijven als het om vakantie gaat. Waarom eigenlijk?

Misschien omdat alles ineens anders is, weg uit de routine. Het weer vooral, warmer dan Nederland. Misschien omdat het nogal een aanslag is op het jaarlijkse budget, dus móet het wel leuk zijn allemaal. Tweeduizend euries uitgeven en dat het dan regent op de camping/te heet is/schaamluis in een hotelbed/niet kunnen poepen op de camping-wc/die disco verderop elke avond/de zee die azuurblauw leek maar in het echt grijs/enzovoort. Dat denken we lekker weg. Op vakantie veranderen pessimisten ineens in optimisten. Al die moeite en dat geld, je moet het toch ergens verantwoorden.

Vooropgesteld: ik ben een vakantieganger, geen reiziger. Reizigers, dat zijn mensen van een heel andere orde. Die moeten reizen, net als schrijvers moeten schrijven, schilders moeten verven en mensen die aandrang hebben een wc nodig hebben. Reizigers zijn niet zo bezig met een accommodatie, als ze maar ergens kunnen slapen. Die zijn meer gericht op nieuwe plekken en culturen ontdekken in plaats van het klimaat en een zonsondergang aan zee. Die kunnen zelfs even een tijd wonen elders, ver weg. In hun koffer geen hakken, een föhn of lippenstift. Ik bewonder reizigers, maar heb dat gen zelf niet en mis het ook niet. Ik kan ter plekke rustig neervallen zonder Napels en de Chinese muur te hebben gezien.

Als een arts zou zeggen dat ik nog drie dagen te leven heb, dan zou ik de laatste drie dagen van mijn leven in mijn eigen huis en tuin doorbrengen. Nergens anders. Met iedereen die ik oprecht lief heb. En graag ook nog een dag even helemaal alleen. Van jezelf moeten bungeejumpen voordat je dood gaat en ook nog ergens anders dan thuis, wat een nachtmerrie. Alleen al om dat soort dingen heb ik geen Bucket List. En van alles op de wereld is mijn eigen huis het fijnst. Een plek waar je het meest van de tijd in een jaar bent en het meest jezelf kunt zijn. Mensen delen vooral iets als ze ergens anders zijn dan thuis. Ik vind het prima, maar opmerkelijk is het wel. Hoezo die bewijsdrang? Dat van kijk mij eens lekker op vakantie zijn. Vaak wil ik delen ‘kijk mij lekker thuis zijn’, maar niemand die dat leuk vindt dus laat maar.

Ik ben trouwens blij dat reizende mensen vaak een podium krijgen via de tv, want ik kijk er graag naar. Zij het gedoe, ik heerlijk kijken vanuit mijn comfortabele stoel. Vooral in de winter. Wijntje erbij, stukkie kaas ernaast en nog een blokje hout in de kachel.

De medicijntas die ik meesleep op vakantie is al een koffer an sich. Van diarreeremmers tot een mitella, alles gaat mee. Belachelijk, want ik ga nooit naar een derdewereldland. Als control freak met ook nog gedoe word je nooit een reiziger, maar blijf je eeuwig die vakantieganger. Ik vind het best. Heb veel mooie vakanties gehad door de jaren heen met bijzondere herinneringen op prachtige plekken. Ik zou het precies zo weer doen als ik het over moest doen. Moet gezegd, hakken en lippenstift zijn ook geen dingen die ik meeneem op vakantie. Ik heb niet eens lippenstift, alleen Labello.

Ach Floortje, daar aan het eind van de wereld. Het ultieme voorbeeld van een reiziger, verre van vakantieganger. Qua reizen zou ik Floortje willen zijn. Ik ben helaas de floor, zij de je op het eind. Die van het. Het intrigeert wel om te zien hoe thuis ze zich elders voelt. Maar zag een keer een interview met haar hier in Nederland (in haar strandhuisje) en toen was ze ineens toch een wat eenzame en ontheemde Floortje voor mijn gevoel. Je kunt je de pleuris reizen, maar als de basis geen anker heeft blijft reizen schijnbaar toch een vorm van drijven. Dat lijkt mij het lastigste, van reiziger zijn. Eigenlijk diep vanbinnen niet geschikt voor een vaste basis en vrij willen zijn, maar tegelijkertijd ook een basis nodig hebben, een vast gegeven om je heen om op terug te vallen.

Ik houd absoluut van cultuur, ben juist zeer gevoelig voor authentiek. Maar natuur wint het altijd van cultuur, hoe ik het beleef. En ik weet dat ik nooit iets in de trant van All Inclusive moet boeken. Al die mensen en dat gevreet, die buffetten, de plaatsvervangende schaamte die je voelt over de zielige zalvigheid van ‘het personeel’ om je heen, die polsbandjes. Ik heb het nooit gedaan en misschien een onterecht oordeel, maar zo spreekt het gevoel.

Zal daarom ook Dubai nooit gaan zien, moet er niet aan denken. Manlief komt er geregeld via werk. Je gaat daar heen vanwege werk. Je gaat daar wonen omdat je nogal geilt op geld en mag rijden in een kek suvje in je expatbuurtje met hekken en omringd door buren die in een nog grotere auto rijden dan jij en klagen over de hitte en het onderwijs. Zo onverwacht, niet eerlijk allemaal. Met een Chaneltasje in de zwetende elleboog. Of je gaat daar op vakantie als degene die toch al nooit voor de sfeer ging. Een soort Hennie van der Mostprojectje in een woestijn. Ik moet geld krijgen (en behoorlijk veel) om daar vrijwillig naar toe te gaan.

Ik kan niet zeggen dat ik weinig heb gereisd an sich, met ouders die ook altijd de grens over gingen op vakantie. En hoe blij ik was dat het altijd die bestemming na de Alpen was. Na de Gotthard-tunnel ging ineens altijd de zon schijnen, serieus waar. De vouwcaravan was altijd doorweekt na die ene doorreisnacht in Zwitserland of Oostenrijk, met het beeld van een vader die in rubberlaarzen en regenpak met een schop altijd geultjes stond te graven rondom de Alpen Kreuzer. Ja, dat ging altijd mee. Een schop, een regenpak en laarzen. Naar Italië. Ik zeg niets. Adieu regenachtig Zwitserland, welkom Italië. Ik klapte als kind dan altijd in mijn handen na de tunnel. Weg bergen en sombere wolken, welkom zon en alles ineens weer open.

Later drie campers gehad, waarmee we behoorlijk wat kilometers hebben gemaakt en veel hebben gezien. De eerste echte vakantie met Manlief in 1986 naar (toen nog) Joegoslavië, in een Fiat met een tentje. Onder de rook van Tsjernobyl dat jaar. Ja, dat was in meerdere opzichten een stralende vakantie.

Kamperen is helaas echt teveel gedoe geworden. En dat is jammer, want heb zo enorm genoten van al die camperjaren. Toen vrij en flexibel nog bestond, het reizen met jonge kinderen alleen al een feest is door die camper. K3 door de speakers, spelen achterin, ijsje uit de vriezer en altijd kunnen plassen op een eigen wc. Ook in een file.

Voor de rest heeft het merendeel van de vakantiegangers meer landen gezien dan ik, vooral op andere continenten. Laat staan de reizigers. Punt is ook dat ik niet zo dol ben op vliegen. Niet vanwege vliegangst, maar dat veroordeeld zijn tot al die mensen op een paar vierkante meter om me heen voor een paar uur. Ugh. Zoveel prikkels. Ik ben denk ik ook de enige die altijd de safety instructions van de stewardessen volgt, terwijl de rest dan al verdiept is in een boek. Ik vind het zielig dat niemand kijkt én ik ben gefascineerd door dat ultieme protocoldingetje en die bewegingen. Ik kan het ook niet niet zien, al zou ik dat best wel willen. En let er ook op hoe deze stewardess dan weer toneelgespeeld in het blaastuitje blaast. Dat blaasmomentje, ik moet het zien. Sneu? Ja behoorlijk. En dan de hele reis al die anderen om je heen. Feit is, in een vliegtuig of trein met anderen is er geen ruimte over voor extra prikkels in de vorm van lezen of muziek luisteren. De hele reis en aanloop vooraf (snelweg, ander ritme, Schipholgedoe, opletten, heel veel mensen, wachten bij een gate) heeft zijn tol al geëist. Doodmoe betreed ik een vliegtuig. Vol hoofd. Na twee uur snak ik al zo erg naar de landing en de uitgang.

Ik zie mannetjes op een bankje zitten op een buitenlands plein en geniet van die cultuur vanaf een afstand. Om vervolgens vooral heel erg de natuur in te duiken. Want daar is het praatloos. Ik geniet van prachtige steden, zoals Rome, dat je voelt hoe oud alles is. Maar jammer van al die duizenden mensen om je heen op die paar vierkante meters die er ook van genieten. Of in Florence. Of in Siena. Ik heb in twee weken meer mensen gezien dan in de afgelopen twintig jaar. Kuddes mensen, zoveel mensen, nooit mensloos op geen enkele plek. Anderen houden misschien meer van mensen en drukte, ik niet. Ga weg allemaal. En hoezo ben ik hier? Ook nog eigen schuld dikke bult.

Er zijn vakantiemomenten die alles de moeite waard maken en waarvan je denkt: “Dit is de reden waarom ik ging”. De onverwachte verrassingen, de rust, dat ene etentje, een lucht, de zee dichtbij als dat thuis niet zo is. Dierbaren allemaal om je heen, zwaluwen die naast je een duik in het zwembad nemen (echt, zo mooi). En terugkijkend op al die vakantiejaren achter me, die uitzichten op en die duiken in die echt turquoise zeeën, poh. Fijn hoor. Ben in bergen en op bergtoppen geweest en ken bijna elke col in Europa. Gelukkig allemaal gezien voordat hoogtevrees ineens een dingetje werd. Toen de hersens het lieten afweten. Toen een gezonde coördinatie nog leidend was, geen angst, geen paniek, geen controleverlies. Toen er nog een filter voor prikkels was.

De allereerste keer in Corsica, 1991. Onvergetelijk. Niet in een zomervakantie (nog geen kinderen). Zo overweldigend mooi. En vooral, rustig. We zijn er inmiddels meer dan tien keer teruggekeerd. Oudste was negen maanden toen ze daar voor het eerst was. Het was daar dat ze voor het eerst de hele nacht sliep. Haar eerste tand kreeg, voor het eerst ging staan, ging zwaaien en oprecht lachen. In nog geen twee weken. Voor het eerst in het leven een beetje een gelukkig mensje worden, na maanden van gehuil. Zo’n eiland.

Misschien hebben we de vakantie zo lief omdat we ons eens per jaar permitteren niets te moeten en te hoeven, dat het eens per jaar ook een legaal excuus is: “Sorry, heb je/het/je bericht/uw verzoek gemist, ik was op vakantie”. Het is vaak een combinatie van alles op het juiste moment tezamen waardoor het soms best leuk is.

Vakantie dus. Even weg. En er zijn momenten op vakantie die je zeer naar thuis doen verlangen. Hoor je daar iemand over? Welnee. We zijn op vakantie, dus het is allemaal alleen maar leuk. We delen net als die tachtig procent anderen onze vers gelakte teennageltjes met glad geschoren benen in de zoveelste branding en ja, ook ik vind alles net iets gezelliger daar elders, dus spreken we vooral in verkleinwoorden als terrasje, wijntje, slippertjes, het bakkertje en het vriendelijke obertje in dat leuke tentje. Wie durft er eens ongelakte kalknagels en Bokitobenen thuis op een wc-bril in de winter te plaatsen? Doe es, toe dan.

Voorbeeldje van subjectief, je bent bij de Trevifontein in Rome en deelt dit. Het is ook best mooi, die fontein.

Maar vanaf een afstandje is het eerlijker en redelijk hilarisch. Je ziet ineens honderd Instagram en Facebookposts in wording. De duckfaces vliegen je om de oren en mensen die elkaar in het oog van de camera kussen, terwijl hun hele houding verraadt dat dat buiten die camera niet nog een keer gaat gebeuren. Ik vind dat grappig. Ik zou wel een hele dag vanaf een afstandje naar het Trevigebeuren willen kijken vanaf een bankje. Gewoon, om die mensen en al hun geploeter. Omdat delen tegenwoordig belangrijker lijkt dan zelf ervaren.

En ook al ben je die eenling die daadwerkelijk van zoiets wil genieten zonder de behoefte het te delen, dat kán dus niet eens, met al die mensen om je heen. Heb heel cliché ook de twee muntjes over mijn schouder gegooid, maar of de tweede wens ook zal uitkomen – dat je naar Rome terugkeert – ik betwijfel het. Prachtige stad, maar mij veel te druk.

We waren op een ander moment ineens onverwacht bij een onbekende andere fontein en Jongste vond dat het meest memorabele van heel Rome. “Daar bij die ene fontein, dat was pas mooi”.

En gelijk heeft ze. Mensen die een boek lazen aan de rand. Een peuter die een plastic bootje heen en weer liet varen, met opa en oma lachend en wakend. Geen duckfaces in de scherm van een mobiel die gedeeld moesten worden. Vakantie is soms best leuk, je moet alleen zelf je eigen fontein ontdekken.

En als een stad gaat slapen en al die mensen om je heen een beetje gaan verdwijnen, dan ontvouwt zich het mooie. Rome by night, daar aan de Tiber. Wonderschoon.

De vakantie was een mix van prachtig, doodvermoeiend, veel te veel drukte, later heel veel rust, veel te heet, samen en mooie dingen. Rome en Toscane. De voorbereiding was meer dan zorgvuldig. Na jaren vakantie-ervaring vermijd je de valkuilen en met de tegenwoordig bijbehorende makke kijk je zelfs naar het type stoel bij de accommodatie. En die viel trouwens weer tegen, mooie gietijzeren stoeltjes ammehoela, dus haalde ik stiekem ’s avonds een stoel bij het zwembad weg.

Maar dan nog heb je nooit alles in de hand. Het weer, bijvoorbeeld. Florence is leuk, maar niet met 42 graden. Ik zag daar vanaf een terras iemand die met zijn best wel grote hond in de armen liep naar de fontein op het plein om daar de verschroeide voetzolen van de viervoeter af te koelen. Arm beest. Lief baasje. De ober gooide emmers water op de straat rondom het terras. Nat oogt koel, dus klandizie. Ik vond dat best slim. Bij de fontein stonden ook Aziatische mensen met een soort van regenjas aan. Ik vermoed UV-werend. Hier wil men bruin, daar absoluut niet. Hoe dan ook, van alleen al kijken naar mensen die iets van plastic aan hadden begon de bovenlip al meer te zweten dan ie al deed en mijn onderbroek verdween steeds smeltend in de bilspleet. Dat soort hitte. Ik was er ook niet mee bekend voorheen, dat soort hitte. Links naast het plein was een winkel die wollen sjaals en jassen in de opruiming had. Ook nog vooral rood (hitte), hoe geinig. Prachtig hoor, die Basilica di Santa Maria del Fiore. De dom van Florence. Maar kijk, dit. Al die mensen. Het is toch verschrikkelijk?

Met je Kathedraal en acht euro voor een glaasje bier en hetzelfde voor een wijntje, formaat neusgat. Proberen drie slokjes te nemen in een uur zonder dat het glas leeg raakt, dat is ook een kunst. Dat van (z)onder nippen. Is daar ook een term voor?

En dat je even vergeten was dat Romeinse stadjes van oudsher áltijd op een heuvel of berg gebouwd zijn en dat je altijd klimmend moet lopen.We gingen naar Siena en elke gek weet, dat betekent vooral klimmen. Hoe groot was mijn vreugde dat er inmiddels een roltrap voorhanden was. Heb even mijn authentieke voorkeur opzij geschoven en enorm geprofiteerd van de zes roltrappen omhoog. Zes! Het voor Christus Romeins versus het nu. 2017. Mijn benen vonden het meer dan fijn, maar grappig is het wel.

Jongste wordt vooral heel erg blij van dit Italië.

 

Siena was heus leuk. Vooral in de avond. Maar zo overdreven leuk nou ook weer niet. Het heeft de naam en helaas, als bijen op honing wederom al die mensen. Ik ken vele andere onbekende historische stadjes die ik net zo bijzonder vond. Zonder al die mensen en poeha.

Had mij al geruime tijd verheugd op de vakantie, vooral op het eten. Die pasta Vongole vooral. En hij kwam er.

Wat mooi hè? Daarna nog even een ijsje scoren bij de famous Giolitti ijssalon in Rome voor iemand die nooit ijs eet. Enorm beroerd geworden daarna en vreselijk overgegeven. Het was ook een lange dag en heel vermoeiend. Dat is ook vakantie, tegenwoordig. Letterlijk kotsen van vermoeidheid. Ik sta niet bekend als een kotser. Sterker nog, heb vele malen gewenst dat ik het kon maar dat lukte nooit. Het afgelopen jaar heb ik onvrijwillig al een paar keer mijn maag geledigd. In het kader van ruimte voor jezelf vrijmaken vond ik het wel enigszins overdreven, maar er moest dus blijkbaar op alle fronten wat uit.

Vakantie is letterlijk en figuurlijk de grens over gaan. Van niets naar ineens zoveel tegelijk. En om niet de afhaker te zijn ga je daar die grenzen wel over om niet de lulligste te zijn (het is vakantie, dus het moet wel leuk blijven), maar het lichaam vond van niet. MS is helaas niet eens weg als je zelf weg bent. Ik denk het dan vooral weg, maar ook op vakantie reist die fucker gewoon mee. Vooral dan. Manlief moest de wasbak in de airbnb ontstoppen vanwege de spaghetti en de kokkels. Vongole will never be the same.

En dat je net in de hittegolf “Lucifer” bent in die twee weken dat jij toevallig net in Italië bent. Gelukkig net na Rome toen we inmiddels in Toscane waren. Dit is de milde versie, de 42 kwam ook voorbij. Uit de auto stappen en denken: “Rot op met die föhn in mijn gezicht blazen”. Hitte, daar klaagden anderen altijd over, ik nooit. Toen het brein en het gevoel het nog wonnen van de makke. Inmiddels wint de makke. Vroeger werd ik vooral actief vanaf dertig graden, tegenwoordig zie ik dan letterlijk alles wazig. Hete mist, noem ik het. Heel leuk zo’n Toscaans landschap, maar vanuit mijn falende zicht bij dertigplusgraden helaas vrij mistig.

Met airco en zwembad trouwens prima te doen, de locatie was fantastisch daar in Toscane. Op een wijnboerderij met zoveel rust en privacy. Godskolere wat was het mooi.

Stadjes bezoeken werd ineens ’s avonds vanwege de hitte. Wat trouwens ook wel weer mooi was met die lichtjes. En ook, ik weet nog precies welk hoopje hopeloze ellende ik was aan het begin van dit jaar met dat best wel donkere dal. Dan maar Lucifer en wazig zien. Mentaal geploeter is zoveel malen meer verwoestend in al het zijn.

De vakantie was best te pruimen hoor. Vele momenten waarvan ik oprecht heb genoten. Ik heb zelfs een Facebookwaardige foto van gladgeschoren benen die ook nog eens gladder lijken dan in het echt met hangvel, jeuj. Niet gaan zeiken over die spatader op rechts hè, ben ook geen zestien meer. Hier zat ik vaak met een muziekje op, benen in het water. Enorm veel rust. Ja, dat was echt fijn. Zelfs met vijf keer per nacht buiten zitten vanwege het slechte slapen.

Een zandpad leidde ons naar het huis, niet te vinden op een kaart. Links het terras, rechts het huis met airco en verderop het zwembad.

San Gimignano was wederom mijn favoriet. Mooier dan Siena en Florence. Nu daar na al die tijd met Oudste, 21 jaar geleden ook al, maar toen zat ze nog binnenin, als uit de kluiten gewassen foetus. Kijk daar staat ze rechts, die foetus van toen, 21 jaar later.

Sfeer

   

En als de zon dan onder gaat daar in Toscane… dit was bij het huisje. Nooit zelf gezien, want toen lag ik altijd voor pampus op bed.

Soms reden we door de heuvels met de ondergaande zon en dat voelde alsof je in een filmdecor was beland. Sommige clichés zijn gelukkig echt heel erg mooi.

Katten die ’s avonds op je schoot liggen… Dat alles van zoveel rust. Echt zoveel rust.

En op de allerlaatste avond hadden we de Chianti Classico van Eva en Fabricio, onze hosts die hun eigen wijn maken van de wijngaarden die we om ons heen zagen. Die laatste avond met die wijn, dat moment, die stilte. Ik ken mun wijntjes, maar heb werkelijk nog nooit zo iets fijns geproefd. Daar onder de Toscaanse hemel die avond.

Ik ben een simpele vakantieganger die een poging doet een reiziger te lijken. We doen allemaal pogingen om te zorgen dat het leven een beetje leuk en draaglijk blijft.

“In de poging ligt al het moois”, aldus Griet op de Beeck in haar boek ´Vele hemels boven de zevende’. Een van de boeken die ik las daar in Toscane en het was een aaneenschakeling van zoveel moois en zoveel mooie taligheid. Las haar tweede boek ´Kom hier dat ik u kus´eerder dan dit debuut en dat vond ik ook al meer dan mooi, maar als schrijver zo’n debuut schrijven, wonderbaarlijk mooi.

En van alle plekken op de wereld, wat houd ik toch enorm veel van mijn eigen plek.

Thuis.

Geplaatst in Home | 9 reacties

Asociaal

Ik schrijf af en toe nog steeds wel, maar krijg op een of andere manier een verhaal niet zo goed meer op een rijtje. Wierp net even een blik op al mijn onafgemaakte verhaaltjes en dat op zich veroorzaakte al kortsluiting. Onderwerpen zat en ik weet ook nog precies hoe ik dan begon en wat ik daarover wilde schrijven. Cohesie is ver te zoeken.

Heb me nu als doel gesteld in ieder geval één verhaal proberen te maken én te publiceren en als je dit leest is dat dus gelukt. Hoera. Daarna ga ik me richten op al die andere dingen die ik eigenlijk wilde delen, om daar iets van te maken. Voordat ik dat doe, is het misschien zinvol om te schrijven over waarom zoiets als schrijven niet zo vanzelfsprekend (meer) is. Misschien wordt het een te lang verhaal (ik voel de bui al hangen), maar als ik mezelf weer restricties opleg wordt het nooit wat.

Eigenlijk heb ik na al die jaren niet altijd zin meer om het over de ongein van het brein te hebben. Liever schrijf ik over vakanties (en het overdrijven daarvan), al mijn beste aankopen ooit, hoe stom valentijnsdag is en de medicinale wiet-hype. Allemaal over begonnen, maar niet af dus. Ik zag een stukje over mensen die complete zitbanken of kapotte buggy’s naast een glas(!)bak zetten. Over de leuke Iraanse kapper van Manlief en spaghetti slurpende en kokkels opboerende Aziaten in Rome. En hoe ik zelf een lading Vongole niet eens gewoon opboerde, maar volledig in de wastafel van de airbnb heb gekotst en hoe de boel toen verstopt raakte. Van dat soort luchtige dingen. Zag ook nog iets over de verkiezingen in Maart. Ik zat toen vooral in wacht- en spreekkamers elke week. Oud nieuws, laat maar.

Ik ga mijn best doen en proberen compacte schrijfsels over algemene onderwerpen te schrijven en er een geheel van zien te maken. Maar nu dus eerst even over gedoe. Gedoe hebben is maar gedoe. Iedereen heeft gedoe. Maar een bepaald soort gedoe heeft nogal invloed op het sociale verkeer. Met name als het gedoe in kwestie maakt dat iemand zich nogal terugtrekt en zich het liefst onthoudt van sociaal gedoe.

Manlief: “Zou je het niet nog eens in een blog kunnen uitleggen? Dan hoeft dat niet steeds aan iedereen individueel. Veel te vermoeiend”. Dat vond ik wel opvallend, want zelf is Manlief het type die zelden een podium zoekt of iets deelt via social media.

De aanleiding voor dit schrijven komt ook voort uit het feit dat ik laatst weer geconfronteerd werd met de moeite die anderen met mij hebben. Ik dacht dat ik na al die jaren daar wel sterker in was geworden, en het is nogal een verschil uit welke hoek het komt, maar vanuit een bepaalde ‘hoek’ kan ineens iets zo ongenadig hard binnenkomen. Opgekruld in bed liggen en niet kunnen stoppen met huilen. Om het moe, het inleveren, de leegte in je hoofd en hart, de ruis om je heen, de angsten, het onvermogen, de verwachtingen, het verliezen. Er is zoveel verlies. En misschien is het wel eens goed om eens een keer echt te huilen om al het verlies. Misschien had ik dat al veel eerder moeten doen. Maar heel fijn is het ook weer niet, als je ineens zo emotioneel incontinent bent. Je wordt er nog meer moe van en je raakt nogal in conflict met jezelf vanwege je intense haat voor zelfmedelijden.

En daarna was er die dierbare vriendin die een vraag stelde die me echt aan het denken zette. “Kun je uitleggen wat je echt nodig hebt? En er kwam een: “Laat daar wat bij een ander hoort”. Ik voelde die woorden in mijn buik. Ik dacht: “Kan ik dat eigenlijk wel, iets uitleggen, hét uitleggen? Iets daar laten wat bij anderen hoort?” De twijfel sloeg toe. Ik dacht eerst ‘Ja, dat kan ik’, want dat heb ik al zo lang gedaan, of althans geprobeerd te doen. Dat uitleggen. Maar iets daar laten wat bij een ander hoort, ik denk dat ik vooral daar niet zo goed in ben. Of in ieder geval nog net niet goed genoeg.

Mensen die je dit soort vragen stellen maken van twijfelen ineens iets waardevols. Omdat het vooral begrip bij jezelf veroorzaakt, even met een afstand kijken naar jezelf. En dat is groeien, verder komen. In alles wat soms schuurt en tegen zit. Het gaat niet om een ander en het eventuele onbegrip, het gaat erom in hoeverre jij toelaat om het nog een extra onderdeel van alle stress op een dag te laten zijn. De boodschap staat of valt niet alleen met de manier van communiceren door de boodschapper, maar heeft ook te maken met de interpretatie van de ontvanger.

Heb mensen om me heen die een rots in de branding zijn. Vooral die van het niet praktische. Mensen die nooit turven en niet zoveel verwachten en er toch altijd zijn. Ook al is het niet fysiek en op de achtergrond. Afstand is een rekbaar begrip. Een simpele app met ‘Lieve vriendin’, alleen dat. Net op een rotdag en diegene weet dat niet eens. Een gesproken bericht waarin zij zegt dat ze wel dertig keer hier wil komen en ik niet per se naar haar hoef.

Andere anderen verwachten meer wederzijds begrip, omdat iedereen zijn of haar eigen sores heeft en dat snap ik ook. Ik weet heus wel hoe slecht ik inmiddels ben geworden in het onderhouden van sociale contacten. Soms schuurt het met mensen die verwachtingen hebben waaraan je niet kunt voldoen.

Gedoe treft niet alleen de persoon in kwestie, maar ook diegene aan de zijde van die van de kwestie. Manlief klaagt weinig en verwacht niet veel. Tenminste, nooit iets van een ander. Verongelijkt zijn is hem vreemd. Hij is degene die bewaakt en beschermd. Hij houdt mensen buiten de deur hier als het sociale mij niet lukt. Dat is soms langer dan een ander redelijk vindt. Drie maanden is soms niks. Geduld en tijd lopen hier in huis nogal uit de pas met anderen. Drie maanden voor mij zijn vaak drie weken voor anderen. Er kunnen maanden voorbij zijn gegaan waarin ik totaal ergens anders was, of er helemaal niet was. Hoe moet je dat uitleggen? Ik heb echt geen idee. Ook de puf meestal niet voor.

En dan is Manlief de lul als ie weer mensen buitenboord houdt en ik niet. Hij kan dat. De lul zijn en daar geen seconde van wakker liggen. Als ik daar al drie procent van had was ik al blij. Ziekte treft niet alleen degene die ziek wordt. De tentakels van ziekte omarmen ook iedereen dichtbij diegene met makke.

Sociaal, flexibel en spontaan zijn, allemaal begrippen uit een eerder leven en alles wat ik nu niet meer ben. Voor alle duidelijkheid, ik heb een ieder lief, maar ben consequent asociaal bij iedereen. Het is nooit een keuze geweest. Natuurlijk zou ik wensen dat verjaardagen, etentjes, concerten, autorijden, spontaan binnenlopen en wat al niet meer net zoals vroeger nog gewoon zouden kunnen. En feest vieren in een kermistent.

En dan heb ik het allang niet meer over mijn werk wat ik zestien jaar geleden al op moest geven. Inmiddels is de vraag ‘wel of niet douchen’ al iets waar ik over na moet denken en wanneer op een dag.
Heb door schade en schande mijn eigen weg gevonden en daar komen ook keuzes uit voort. Zeg maar, de subkeuzes. En een eigen weg werkt prima, maar het is altijd al dat van anderen waardoor je je weer kut voelt. Ik baal er wel van dat het me nog steeds raakt, het onbegrip bij tijd en wijle. Ik wil daar zo graag ongevoelig voor zijn, maar helaas. Het blijft toch verdomde moeilijk.

Ben ooit met dit blog begonnen om alles wat op een rijtje zetten voor mezelf. Ik val daar nu even op terug. Geen verwijten, geen verwachtingen. Oordelen is altijd makkelijk als je naar de buitendeur kijkt en niet weet wat er zich daarachter afspeelt. Miscommunicatie ligt altijd op de loer. En bij terugtrekken mis je veel als niemand je iets vertelt. En ook ik kan mezelf verwijten niet altijd duidelijk te zijn. Of er te zijn voor anderen, dat vooral.

Het leven is eigenlijk zo simpel zonder alle verwachtingen, aannames en mensen die hun eigen grote broek niet kunnen optrekken zonder de hulp of aandacht van anderen en kiezen voor het verongelijkte. Als sores op je pad komt, komt het altijd met verlies en afscheid. Je levert in, bepaalde dingen komen niet meer terug. De winst zit hem in alles wat echt overblijft en wie overblijven en wat er toe doet. Omdat het door al die jaren van gedoe meer transparant en meer bewust is geworden dan ooit tevoren.

Heb een redelijk stabiele periode achter de rug waar ik dankbaar voor ben. Momenteel beetje minder. Maar ik ben wel gegroeid in mijn niet best zijn en in mijn niet best zijn ook nog altijd rekening houden met anderen zoals voorheen, dat wringt. Ik ben er mee bij de cardioloog beland. Uiteindelijk niks mis met het hart, maar als een vechtend lichaam en hoofd een hart zo op hol kan brengen, hoe belachelijk ben je dan bezig? Dan moet je wat met dat hoofd. Het was een goede les, het moest echt anders. Leven met een lijf en hoofd die constant in een vecht en vluchtmodus verkeren, dat heeft een grens en dat vraagt echt om een keuze.

Aan het begin van het nieuwe jaar had ik simpele goede voornemens: “Minder sorry zeggen, stoppen met de eeuwige pleaser te zijn en de zon zoeken als ze er is”. Dat lukt steeds beter en daar ben ik trots op. Voorheen vond ik het woord trots moeilijk, maar voor het eerst ben ik best een beetje trots op het feit dat ik echt voor mezelf leer te kiezen. Ik ben er nog lang niet en het doet vooral pijn in het sociale, maar het is de enige manier.

Ik leef in een soort van cocon en dat is nodig. Dat is niet leuk voor anderen, maar anders lukt niet. Ben altijd wars geweest van lotgenotengedoe, ben nooit zo goed in collectief gezeik en voel mij zelfs tussen lotgenoten al een vreemde eend. Totdat ik deze groep zag en alles wat ik daar las zo enorm herkenbaar was en zo binnenkwam in zoveel herkenning. Ik deel met jullie nu wat ik deelde met hen. Om maar iets van uitleg te vinden. Om uit te leggen waarom ik soms enorm blij ben dat douchen en de boodschappen zijn gelukt op een dag. En waardoor ik je weer niet uitnodigde of bij je ging koffiedrinken of op je verjaardag was.

Wil je ons vertellen waarom je lid wil worden van de groep Overprikkeling bij Hersenletsel?

“Ik leef al 16 jaar met MS. De bijbehorende lichamelijke klachten zijn nog enigszins hanteerbaar. Wat mij dagelijks het meest invalideert is overprikkeling. Overprikkeling heeft mij veranderd van een actief persoon in een kluizenaar. Ik ben gevoelig voor depressie en door de MS en de daaruit voortvloeiende beschadigingen die overprikkeling tot gevolg heeft, is depressie inmiddels verworden tot een constant gegeven. Deelnemen aan elke vorm van verkeer – zowel sociaal als letterlijk op de weg – is te moeilijk geworden. Verjaardagen, feestjes, ‘even bellen’, niets is meer vanzelfsprekend. Niet meer zelf autorijden. Als bijrijder gaat alles nog te snel en zit ik achterin een auto met mijn ogen dicht. Ik ben van een stabiel en actief persoon veranderd in een passief persoon met angsten. Angst voor geluid, voor hoogtes, voor alles vergeten, voor niet slapen met een vol hoofd, voor sociale contacten, voor afspraken, onbegrip en verwachtingen waar ik niet aan kan voldoen”.

Even geleden was er een dag van de suïcide preventie. Chronische depressie is inmiddels wel meer bespreekbaar geworden, maar nog steeds heel ingewikkeld. MS is best een gedoe met alles, maar een leeg hoofd en hart is waarschijnlijk de grootste motherfucker in alles wat ik wil maar niet kan. Ik stuitte op deze woorden van een jonge vrouw op Twitter die dag. Woorden die ik zelf nooit kan vinden, kwam enorm binnen….

“Dag van de suïcide preventie. Ik wou dat ik daar een succesverhaal over had. Hoe ik mijn broer redde van de dood. Dat verhaal heb ik niet.

Wat ik nog wel even kwijt wil: mijn broer maakte mij niet depressief, ik slikte al antidepressiva toen hij nog leefde.

Wat ik wél heb zijn tips hoe om te gaan met een depressief iemand. Er is geen gouden regel. Maar belangrijk: bagatelliseer niet, verwijt niet.

Zegt ze voor de 10x af, zeg dat het oké is. Laat weten dat ze waardevol is. Benoem het. Laat weten dat het géén persoonlijk falen is.

Benoem het positieve: voor het eerst in 2 weken gedoucht? Zeg dat het goed is, en niet dat ze eerder had moeten douchen.

Vraag wat ze wil. Zwijgend naast elkaar op de bank zitten? Prima. Help met dingen die moeilijk zijn. Opruimen, koken.

Vriendschap met een depressief iemand kan eenrichtingsverkeer zijn. Soms is reageren te moeilijk. Weet dat de berichten gewaardeerd worden

Ik was/ben de slechtste vriendin ever, maar weten dat er aan je gedacht wordt maakt het minder eenzaam.

Een depressief iemand doet dat niet om gemeen te zijn, maar de ruis in je hoofd is te groot voor ruis van buitenaf.

Weet dat het niet aan jou ligt als je depressieve vriend, kortaf doet, boos word om niks, ineens gaat huilen, of zich afsluit van je.

Er is niks redelijks aan een depressie. Ik durfde het huis niet uit. Kroop achter de bank bij elke witte bus die voorbij reed.

Kom naar de depressieve toe. naast elkaar op de bank zitten is al intensief genoeg. Zonder jezelf te fatsoeneren en de deur uit te gaan.

Zie je dat ze nu wel bij vriendin X is, maar vorige week jou afzegde, neem het niet persoonlijk op. De ene dag is de andere niet.

Laat de goedbedoelde adviezen over aan professionals. Bij iemand met kanker geef je ook geen behandeltips die zeker weten werken

Een depressie is niet 24/7 ongelukkig zijn. Er zit angst, wanhoop, frustratie, leegte, verdriet en nog veel meer in.

Één zwaluw maakt nog geen zomer, een aantal goede dagen maakt niet dat je beter bent.

Samengevat: don’t be judgy, niemand kiest voor een depressie, laat weten dat je er bent. Verwacht niet te veel, voel je niet afgewezen”

Het begon eigenlijk met deze foto die ze deelde en het ontroerde mij zeer. Als je die mensen om je heen hebt, dan bof je.

In al je gedoe zoveel moois vinden. Zolang er nog steeds dit soort mensen bestaan – ook in mijn bestaan – blijf ik vertrouwen houden. In alles.
Morgen ga ik naar de zee en daar verheug ik mij erg op. Overmorgen mijn eerste afspraak in het VU MS centrum Amsterdam. Benieuwd hoe dat zal gaan.

Zo. Dat was het.

Hopelijk alles goed in jullie wereld lieve lezers.
Liefs x

Geplaatst in Home | 8 reacties

Meisjes

Meisjes in de rij voor de boyband die toen vooral hun leven beheerste. Hun eerste echte concert.

Een zee van ouders buiten. Om hun dochters te brengen en op te pikken. Vele ouders die ook een kaartje hadden en met hun dochter mee naar binnen gingen. Want zo jong zijn ze, die meisjes. Die gaan ’s avonds niet zelf met de trein en vinden zo’n grote concertzaal voor het eerst behoorlijk spannend.

Op de foto Grote Zus die bereid was met de concertfeuten mee naar binnen te gaan, zodat wij ouders ergens verderop lekker ontspannen op een terras konden zitten. En o zo blij waren daar zelf niet binnen te hoeven zijn, met meer dan tienduizend uitgelaten en gillende meisjes.

Huilend kwamen sommigen naar buiten. Van vreugde. De omekot’s en “Harry keek me aan!” Aandoenlijk. Die opwinding op die leeftijd. Ik keek ernaar en snapte dat zo goed. Meisjes. Op de terugweg anderhalf uur lang gestuiter op de achterbank. Ze lieten ons zelfgemaakte, niet om aan te horen opnames horen, want alleen maar gegil. Vier jaar geleden dit.

Ik probeer steeds weer te relativeren, de nuances te zoeken en objectief te blijven. Dat gaat ook zeker niet veranderen. Vandaag verloor Ajax wat ik begreep, ligt mijn vergeten krop sla nog op de loopband bij de kassa van de buurtsuper en verdronken er weer talloze bootvluchtelingen. Vooral peuters deze keer. Ik heb geeneens zin en puf om ook nog iets over Trump, de paus en nationaal formatiegedoe te zeggen.

Het enige wat ik wil is een knuffel van mijn levende meisjes. En dat dat gewoon kan. En keihard muziek van One Direction draaien.

Geplaatst in Home | 8 reacties

Schrijven

Ik ben iemand die zich graag terugtrekt, maar tevens altijd ergens een moment zoekt om te schrijven als dat lukt. Schrijven is er in de afgelopen maanden vaak bij ingeschoten. Soms wel doorgegaan, maar vaak zonder enige vorm van delen. Denk dat ik maar zo’n tien procent van schrijfsels deel. Schrijven helpt mijn soms chaotische en haperende brein een soort van structuur te geven en ik slaap er letterlijk beter door als ik heb geschreven. Terwijl veel mensen zoeken naar mindfullness, zoek ik vooral naar mindemptiness.

Voor mij persoonlijk vergelijkbaar met de tuin in en me ontfermen over plantjes of onkruid plukken. Ik houd stiekem een beetje van onkruid en het verwijderen ervan. Het geeft veel voldoening een half uur bezig te zijn met de focus op onkruid. Zou het wel pluskruid willen noemen. Elk plukje die ik verwijder is net zoiets als dat zinnetje op papier zetten. Daarna moet er gerust worden en volgt er wat gestaar naar allerhande dingen in de tuin.

En koken, hoe ik dat door de jaren heen steeds leuker ben gaan vinden. Lang geen expert, maar wel veel bijgeleerd en uitgeprobeerd. Niet alleen de lol van lekkere maaltijden, maar alles daar aan voorafgaand. Het liefst alles vers kopen en maar snijden. Bijkomend voordeel, door mijn snijplezier halen we de twee ons groente pp per dag ruimschoots. Iets de hele dag stoven, ook zo fijn. En als dat dan van malsheid uit elkaar valt als resultaat, geluksmomentje hoor.

Vroeger ging ik veel naar concerten. Of feestjes. Dat was ook enorm leuk. Maar ik schik me maar naar dat tegenwoordige hoofd. Ik kan ervoor kiezen ervan te balen dat allemaal niet meer zo fijn te vinden, maar als je hoofd het toch niet fijn vindt, is het niet eens een verlies. En prijs ik me gelukkig met alle herinneringen, ik teer er nog op. En dat ik de mogelijkheid heb om fatsoenlijk eten te kunnen kopen, überhaupt een tuin heb en er genoeg moois is om naar te staren. Dat ik de mogelijkheid tot mindemptiness elke dag kan opzoeken vind ik rijkdom.

Schrijven, plukken, stoven, snijden en bakken. Het zijn dingen die op mindere dagen qua energie meestal wel lukken. Niet allemaal tegelijk, soms het een, soms het ander. Op betere dagen wordt er geplukt, gesneden en geschreven. Op mindere dagen veel gestaard. Zo volg ik dus onbewust allerlei cursussen en workshops, helemaal in mijn eentje. Soms met een eendje.

Velen volgen een meditatie, mindfullness of yogacursus en ik snap dat. Want dagelijks gedoe en je wilt toch rust in die kop en dat lijf. Maar dat zijn allemaal vaste afspraken en doorgaans kan ik daar niet zoveel mee. De ene dinsdag om drie uur is de andere niet. En erger, met anderen. Zoeken naar rust en dan bij elkaar gaan klitten, voor een ander werkt het misschien, voor mij wat minder als inmiddels antisociale hopeloze. Anderen. Sommigen heb je oprecht lief. Sommigen heb je zeker nodig. Anderen soms. Sommige anderen zijn overbodig. Dat klinkt akeliger dan ik bedoel, maar er komt een moment dat je daadwerkelijk vastgeroest gedrag moet gaan veranderen als eeuwige pleaser.

Het grappigste voorbeeld voor hen die zoeken naar rust en stilte is trouwens de ‘stiltecursus’. Dat je betaalt voor het zoeken naar stilte, maar wel met een groep (praten praten praten) en allemaal in die rustieke doch beperkte omgeving na al dat praten je eigen plek van stilte moet gaan zoeken. Wil je net onder die fijne boom gaan zitten, maar daar zit die medecursist al die een Burn Out heeft en je gunt hem die plek. Je zoekt jouw heil even verderop in dat grasveld, maar daar zit inmiddels die needy vrouw hardop te praten, die sowieso altijd al constant aan het woord was in de gezamenlijke sessies. Je hoeft er maar één te hebben om de boel te verprutsen in zo’n retraite, maar let er maar eens op, die ene is er áltijd. En denk je: “Ducktape van de Action om die mond af te plakken kost 200 euro minder dan deze dag hier om met anderen naar stilte zoeken”. Stilletjes wegwezen blijkt achteraf het enige fijne stille aan de stilte die je zocht.

Alleen en gratis het bos in met honderden bomen en velden ter beschikking lijkt mij praktischer. Ik ken die bossen en die velden. Ze zijn vijf minuten om de hoek. Dat is makkelijk praten ja, realiseer ik me ook wel. Heb er vele malen in vertoeft en erin gelegen en gewandeld, gratis en voor niets. Een ander heeft de zee weer dichtbij. Trouwens, wat is ver weg als je in een klein kikkerlandje woont?

Met het zoeken naar breinlediging zit het vaak wel goed. Zolang ik maar alleen ben en niet iedereen in de buurt tegelijk de bosmaaier of de slijptol gebruikt. Die dagen heb je ook natuurlijk. Zo’n sprookje is het nou ook weer niet op het platteland. Veel groen betekent ook veel gesnoei en geloei.

Schrijven. Ik ben geen echte blogger. Andere bloggers zijn beter dan ik in het constante schrijven. Of überhaupt in schrijven en het concept blog. Nog steeds blijf ik moeite houden met een soort van podium, dat pedante wat aan een blog kleeft. Ik tag ook zelden, om meer lezers te trekken (en geef toe, ik vergeet het ook vaak). Ik hoef niet per se veel lezers. Ben ook verre van interactief op WordPress. Het zal vast interessant zijn me meer te verdiepen in zo’n gemeenschap en andere blogs en soms lees ik ze ook, zitten goede tussen. Maar dat heb ik al eens jarenlang ergens anders gehad, zo’n komjunitie. Toen Hyves nog niet eens bestond. Heel leuk destijds, maar zoiets vergt tijd, loyaliteit en energie. Dat is ook allemaal al geweest en had daar veel lol aan, maar hoeft niet opnieuw.

Soms is het gewoon fijn om alles even uit te leggen in een blog. Om vervolgens weer voor een tijd niet alles uit te hoeven leggen in het echt. En dan wordt het soms een heel verhaal, veel te lang. Zoals nu. Dat hoort niet in blogs. Ook voor blogs gelden ‘regels’ heb ik begrepen. Daar zijn, jawel, ook cursussen voor. Ik ben geen betaalde columnist, dus ik hoef niks met regels en mensen met een korte spanningsboog. Best fijn.

Je bent nu trouwens op het punt beland waarbij je volgens de regels van een blog en spanningsbogen allang afgehaakt bent. “Should I stay or should I go?”. Aldus The Clash.

Soms deel ik mijn blog op Facebook. Handmatig, want ik wil daar niet alles automatisch delen. En meestal daarna word ik altijd redelijk zenuwachtig. Omdat op Vreesboek altijd de meeste reacties zijn. Ik heb een aantal volgers van mijn blog en dat reageren gaat vaak via email en app. Het vraagt een e-mailadres om direct op WordPress te reageren en dat is net iets meer gedoe. En mensen houden niet van gedoe. Toch nemen sommigen de moeite, dat is vaak meer dan ik zelf doe. Dank aan jullie, jij ja.

De reacties op mijn bloglink via Facebook zijn meestal positief en opbeurend. Dat mensen de moeite nemen te lezen en ook nog reageren is lief. Ik snap ook niet waarom ik me dan toch ongemakkelijk voel na het delen, in plaats van me juist aangemoedigd voelen om meer te delen. Dat is toch idioot? Waarom vind ik het zo moeilijk complimenten aan te nemen en ze ter harte te nemen?

Dat het ineens op Facebook voor mij zo overdreven voelt, dat schrijven. Ineens ook zo zichtbaar. Om vervolgens weer voor een tijd in de luwte te schrijven.

“Privézaken moet je voor jezelf houden”.

Negatieve privézaken deel je natuurlijk niet, want dat komt zo pathetisch over. We scrollen vluchtig door onze sociale media en zoeken vluchtig naar iedereen die ons een luchtig gevoel geeft. Hoezo eigenlijk? Alsof er altijd iets te bewijzen valt: “Kijk, ik heb het wel leuk!” Waarom moeten we altijd aan anderen (maar vooral aan onszelf) bewijzen hoe leuk het leven is? Het leven is heus wel leuk, heel leuk zelfs. Zelfs met gedoe.

Kom nog even terug op mijn vorige blog. Heb veel reacties op mijn laatste blogbericht, vooral in privéberichten en whatsapp. Ik realiseer me nu dat het verwoorden van pijn en het praten over levensbeëindiging wat heftig kan overkomen. Het was niet eens mijn bedoeling. Het was vooral iets over wat hopelijk nog lang voor me ligt. En ik vind het persoonlijk belangrijk dat dat soort onderwerpen niet geschuwd worden. Want dat is ook het leven. Net zoals sociale zekerheid, ouderenzorg, milieubewustzijn en onderwijs. We stemmen verdorie voor al die dingen die in politieke debatten een speerpunt zijn en waar we allemaal een persoonlijke mening over hebben, maar als het écht een issue zou kunnen zijn of worden in je leven en het dan ineens uit de weg gaan?

Ik heb allang geen zin meer in het meedoen met zo’n schijnheilige werkelijkheid van alleen maar iets delen wat leuk is. Ik deel ook het liefst leuke dingen. Soms is het allemaal leuk ja, soms niet. Ik snap die kramp over dat laatste niet. Waar komt die bewijsdrang voor het leuke leven vandaan? En als het een pijnlijk onderwerp betreft, dan hebben we het graag ludiek. Ik snap dat ergens wel. Voor de persoon met chronisch – of zelfs terminaal  – gedoe in kwestie is het vooral zaak om het luchtig te houden voor anderen. Omgaan met, winnen of verliezen van een ziekte (ook mentaal), alsof het een competitie is in dapperheid. Persoonlijk word ik behoorlijk zenuwachtig en nogal misselijk van al die beelden van aan hongersnood stervende en naar adem snakkende kinderen na een gifaanval. Ik probeer vooral de beelden te vermijden, want dan slaap ik niet, maar doneer me dan maar de pleuris. Me realiseren waar ik soms over klaag. Luchtig en ludiek, graag. Maar wat dood en verderf betreft (kanker, hongersnood, oorlog), zelfs ik raak dan door mijn sarcasme heen.

Schrijnend voorbeeld, dat elk jaar terugkomende mysterieuze gedoe onder vrouwen op social media over welke bh er die dag gedragen wordt en meer van die flauwekul, allemaal als een support voor vrouwen met borstkanker. En dan mannen buitensluiten als ‘grap’. Tenenkrommend. Mannen die in de wachtkamer van oncologie de hand van hun partner vasthielden en zelf ook doodsbenauwd waren voor een uitslag.

Met support is niks mis, maar met “Kijk mij eens supporten” wel. Schei toch uit. Besteed je energie liever direct in het overmaken van een bedrag naar het KWF. Met je stoere roze pink ribbon armband (tip: verdiep je in Pink Ribbon, al is het alleen maar voor je eigen portemonnee. Just saying). Ga collecteren, voor wat jij belangrijk vindt. Voor gezonde mensen echt maar een uurtje tijdsbeslag en het levert zoveel op! Ik weet dat, omdat ik  zelf een paar jaar een collecte heb gecoördineerd.

Deel het fijne van je leven, vooral. Ik word ook blij van fijne berichten. Maar het delen van pijn, het is blijkbaar niet zo vanzelfsprekend.

Ik doe het gewoon. Zo schrijven. Ik kan en wil niet anders, omdat het ook bij mijn leven hoort. Plus al het fijne. En dat is nog steeds behoorlijk veel. Geloof me, ik wil echt niet dood. Nog lang niet. Ik mag toch hopen dat men dat heeft begrepen. Het leven is echt te mooi, vooral nu. Heb oprecht geen kramp over de dood en vind dat geen eng onderwerp. Ben nog steeds van mening dat iedereen dingen op papier moet zetten qua wensen, juist als je nog gezond en goed van geest bent. Juist voor de nabestaanden wel zo handig.

Velen kennen sores, gedoe en nare dingen in zijn of haar persoonlijke omgeving. Ieder op zijn of haar eigen manier met een persoonlijke draagkracht. Ook vaak onzichtbaar. Dat ik zo denk en schrijf heeft alles te maken met mijn eigen omstandigheden en die verschillen soms van de omstandigheden en interesses van anderen. En soms ook weer niet. Er zijn best veel mensen die moeten leven met gedoe. Ik heb ze ook dichtbij. En de mensen met het rottigste gedoe schuilen vooral, zijn zichtbaar op dat juiste moment en verwachten niets van een ander.

Ik ben heel erg van het leven. In het nu. En soms is dat kut ja. En je probeert het beste eruit te halen met elkaar. Op een dinsdagmiddag in de lentezon een wijntje drinken achterin de tuin in de zon. Omdat het op dinsdag zo’n dag is. Zaterdag misschien niet. Het is enorm fijn dat er iemand naast mij is die snapt dat er misschien ooit een grens is. Dat is niet dramatisch, maar realistisch. Andersom geldt dat ook.

Met MS leven is soms geen lolletje. Net zoals het voor al diegenen met ander onzichtbaar gedoe en heftige omstandigheden vaak ook verre van halleluja is. Met MS kun je nog steeds heus wel sociaal zijn, ondanks uitval en pijn. Het valt uit te leggen. Lamleggende somberheid niet. Dat is niets en niets willen. Het voelt vele malen meer overheersend en je kunt het nooit uitleggen, nooit goedmaken en lichter maken. Je verliest er mensen door die het niet snappen, je komt meer dichtbij dan ooit bij de mensen die je blijven omarmen. Ik zie het als winst, omdat er een filter wegvalt en het oprechte stand houdt.

Dank aan allen die ondanks mijn stilte en afwezigheid het de laatste maanden niet opgaven, niets verwachtten. Aan de deur kwamen, terwijl die weer op slot zat. Wilden komen en ik dat afhield.

Waarom Manlief nog meer alles afhield, ter bescherming. Waarmee ik zestien jaar geleden het ziekenhuis inwandelde, beiden nerveus voor een uitslag, en samen met hem het ziekenhuis uitwandelde en ik zei dat ik dat dus aan niemand ging vertellen, zo’n diagnose. Hij snapte dat. Zo’n stempel niet willen. Misschien heeft niet iedereen zo’n man of vrouwlief, maar schaam je kapot hen buiten te sluiten in welk ludiek bericht dan ook.

Meer dan dertig jaar samen. Dat van alles in de laatste zestien jaren en hij is nog steeds niet weg. En de laatste maanden steeds maar weer vrij nemen voor afspraken met mij en Jongste. Gedoe komt altijd als All You Can Eat tezamen. Hoe Manlief ook eigen gedoe heeft, maar de gave heeft zelden iets als gedoe te zien. Held. Mijn moeder, ver in de zeventig (en dan heb je vooral veel gedoe met mensen om je heen die ziek zijn en wegvallen, het is verschrikkelijk, in haar geval), die steeds weer klaar staat. Heldin. Niet zelf meer kunnen rijden is een van mijn grootste ergernissen. Eergisteren mijn mam weer mee naar een ziekenhuisafspraak, want Manlief vertoeft nogal eens In Midden Oosten voor werk. De allerlaatste afspraak. De aller-laat-ste. Na maanden te vaak het ziekenhuis van binnen te hebben gezien. Het is klaar nu. Vizier vooruit.

Waar anderen het ook moeilijk hadden en we er niet waren. Je doet je best, maar helemaal goed doe je het nooit. Het is zoals het is. Met gedoe.

Het leven is nog steeds mooi genoeg. Veel te mooi om te verlaten. Ben van plan nog lang te genieten.

“One day is fine and next is black”

Geplaatst in Home | 4 reacties

Carpe nog wat

Je zou kunnen zeggen dat ik de laatste maanden onder een steen heb gelegen. Persoonlijk vind ik dat er een hele grote steen bovenop míj lag. Die zelfs vanbinnen nogal wat betonvorming en corrosie wist te veroorzaken. Wie heeft wie of wat gezocht? Ik vind dat persoonlijk wel een nuance.

Dat je langzaamaan steeds meer moe wordt. Moe ben ik wel gewend, maar dan ineens een tijd net iets meer moe. Het werd koud, dus nog een versnelling meer moe. Pijn komt ineens om de hoek kijken. Beetje uitval. Niet al te vrolijk. Het werd nog kouder. Ik keek naar de sneeuw en probeerde het in mijn hoofd mooi te vinden. De voordelen ervan te zien. Zoals de wereld zachter wordt ineens, want sneeuw dempt alle geluiden en dat is fijn. Sneeuw kan alleen bestaan bij heel koud. En dus overheersen moeheid en pijn. Zelfs zo dat het me letterlijk mijn adem benam. Pijn is als een razende reporter door mijn lijf gegaan. Paniek en angst volgen dan. En apathie.

Dat niveau van donker en pijn de afgelopen tijd, ik heb geen idee hoe ik het heb gedaan en wat er bij kwam kijken. Een constante golf van overleven. Een roes vooral, een grote grijze deken van niets en dat daaronder. Ik was vooral een toeschouwer die soms wel iets voorbij zag komen, maar nergens deel van uitmaakte.

Ik ken die periodes wel, als pijn op de voorgrond treedt. En ik ken die periodes maar al te goed als apathie het voortouw neemt. Apathie en somberheid vragen actie. Dan loop je in grote, rustgevende en oplichtende bossen. En net als bij de zee, vind ik altijd rust en een beter gemoed tussen bomen. Ik houd enorm van allebei. Of open grasvelden, ook zo fijn. Zelfs mijn eigen tuin. De natuur is vaak mijn beste medicijn. Lopen, wegwezen, afleiding. Soms ineens even stilstaan, naar boven kijken, zonlicht voelen en heel diep inademen. Of opzij en naar beneden en een prachtig detail zien. De eerste blaadjes aanraken, een klavertje vier vinden. Het heeft mij er heel veel jaren zo doorheen geholpen. Zwartgalligheid heb ik altijd vooral proberen te bestrijden met actie en heel veel lopen, erop uit. Letterlijk het sombere eruit lopen. Fysiek moe worden, omdat dat zoveel malen beter te hanteren is.

Maar pijn en uitputting vragen rust. En dan ben je verloren. Als je letterlijk niet in staat bent te lopen. Als fysieke en mentale uitputting tezamen komen. Dan is de nooduitgang vergrendeld.

In een dip, of misschien wel een goede periode zoek je naar tegelwijsheden en houvast over slingers, positiviteit et cetera en daar is absoluut helemaal niets mis mee. Als je je in een werkelijke mentale donkere kerker begeeft voel je niets, wil je niets en zoek je naar niets, behalve het niets. De apathie die overheersend is heeft ongemerkt binnen weten te dringen. In combinatie met letterlijk veel lichamelijke pijn en uitval – en angst -probeer je juist niet te voelen of bewust te leven. Want dat alles tegelijk voelen is gewoon teveel. Je probeert al het scherpe te reduceren. Elke ongewenste prikkel  buitenboord te houden. Menselijk voelt het niet, laat staan dat je ook nog maar op enig front sociaal bent. Het schuldgevoel neemt met de dag toe. Maar alles is en voelt teveel.

Je weet dat je een arts moet bellen en ik twijfelde nog even over wie, maar het werd toch de neuroloog als eerste. De hardnekkige terughoudendheid in het bellen zit hem vooral in de angst voor alles wat te verwachten valt daarna. Dat er weer een heel circuit van afspraken en onderzoeken komt en dat je daar eigenlijk te moe voor bent. En alles wat ik vreesde kwam ook uit.

Ik ben inmiddels al twee maanden kampioen in polibezoeken bij allerlei logen. Inclusief de cardioloog. Want het beklemmende gevoel op de borst benam mij vaak de adem. Letterlijk. Dus ECG en het hele rataplan. Ik ben al niet de zwaarste en ben in de afgelopen periode ook nog eens een paar kilo afgevallen met compleet niets doen (ja dat kan ook mensen, geen idee hoe dat werkt, mental crash diet, voor al uw wensen tot afvallen. Geen aanrader trouwens). Had ineens een hoge bloeddruk, iets wat ik in mijn leven nog nooit heb gehad. Ik kan van alles hebben, maar was altijd het 120/80 type. Daar bij die cardioloog leek mijn hart ineens nog meer op volle toeren te draaien.

Angst. Natuurlijk angst. Een apathische stresskip. Doodop, uitgeput. Al die bezoeken op het tandvlees en het verlangen naar een lege agenda, het snakken naar niets. Een MRI. Blaasonderzoeken. De afspraken rondom Jongste vanaf oktober en haar therapieën. De constante communicatie via mail. Het moet. De energie om in een bos te lopen is ver weg. Het schuldgevoel betreffende het negeren en verwaarlozen van dierbaren is inmiddels zo groot, dat ik werkelijk geen idee heb hoe daar weer een begin in te maken.

Er is geen mens die meer naar slingers zoekt en zich probeert vast te houden aan alles wat ook maar enigszins feestelijk is aan het leven dan iemand die wanhopig is van pijn en moedeloosheid. Dichterbij dierbaren en de kleine dingen van het leven kom je niet, als je daar bekend mee bent. Ook al zou je het niet eens willen (want je hebt een bloedhekel aan gezeik en dat verongelijkte), het gebeurt vanzelf. Als Carpe Diem van een tegeltje verdwijnt.

Geluk is geen bewuste keuze en maakbaar. Een keuze is er uiteraard altijd, in hoe om te gaan met ellende. De een trekt zich terug, de ander heeft anderen nodig. Daar is geen protocol voor, want iedereen is anders. Je kunt duizenden slingers ophangen en nog steeds voelt het nep als het iets is wat je geleerd hebt te doen (anderen) in tijden waarin je je ongelukkig, verdrietig. uitgeput of radeloos voelt. Het werkt niet. Want dat is wat anderen van je verwachten, niet hoe je het zelf ervaart. De pijn is zo intens, de hopeloosheid beheerst je zijn. Dat van ’s morgens wakker worden en dag na dag denken: “Hoe ga ik in godsnaam de dag weer doorkomen? Hoe?” Als slapen allang geen medicijn meer is en je zelfs na een goede nachtrust al doodmoe opstaat. Hoezo slingers? En dat je geen idee hebt hoe lang dat nog gaat duren. Een week? Weken? Maanden? Het is altijd afwachten en overgeleverd aan. Als iets maanden duurt kun je wel spreken van enige vorm van moedeloosheid. Hoe stoer en dapper je het ook wilt hebben. Wilt zijn. Wat anderen prettig vinden te horen.

Als pluk de dag fuck de dag is geworden. En daar zijn heel, heel veel therapieën, artsen, logen en een hele medische wereld aan vooraf gegaan, waarin je steeds maar weer die afspraken had en beter wilde worden. En hebt, zoals nu. Iemand zoeken die een oplossing heeft voor deze ellende en je eigenlijk zo uitgeput bent en helemaal niets wilt. Maar je gaat. Tandvlees of niet. Naar een arts in plaats van een verjaardag. Ziek is heel veel moeten en snakken naar niets. Niet tenminste twee keer per week in een ziekenhuis, maar koffiedrinken met een vriendin die je al weken niet hebt gesproken. Maar de energie is al vergeven. Om nog ergens die slingers te vinden. Zo belachelijk kan het zijn.

Ik zag even geleden iemand bij RTL Late Night vertellen over haar zelfgekozen dood. 21 januari zou het gebeuren. Vastgesteld. Haar puberdochter zat in het publiek. Haar partner naast haar. Even geleden op die dag dacht ik aan haar. Ze is er dus niet meer. Ze heeft inmiddels haar rust waar ze zo naar snakte. Ze had MS. Haar pijn was zodanig dat het leven alleen maar een strijd was geworden. Elke dag. Tandvlees heeft een grens qua pijn. Als je eigen pijn groter is dan het constante vechten voor alles en iedereen, wat je zo hebt geprobeerd voor zo lang. Dan kun je simpelweg niet meer. Op is op.

Ik begreep haar. Niet in het delen van levensbeeïndiging, want ik heb die wens niet. Maar als dat soort pijn, zoals ik het nu zelf heb ervaren niet meer over gaat dan is het leven alleen maar een strijd. Zij heeft telkens ook gehoopt en gewacht op het moment dat het anders zou worden. En dat moment is er voor haar niet gekomen. Die eeuwige pijn en leven in het donkerste gat op aarde, dat is zonder enige vorm van hoop en uitzicht, simpelweg niet te doen. Dat ik nu kleine stapjes voorwaarts voel, ook al ben ik er nog lang niet, ik klamp me er als een aap aan vast. Die kleine stappen voelen zo groot. Ik heb inmiddels minder pijn en kan zelfs weer het een ander doen. Ik klim langzaam weer uit dat donkere gat en ik kan wel janken van opluchting. Dat doe ik niet, want dat vreet energie, maar misschien zou ik dat eens een dag moeten doen. Gewoon huilen. De hele godganse dag. Van ellende of opluchting. Misschien had ik dat eerder moeten doen. Maar dat lukt dan ook weer niet als alles te zwart is.

Zelfs die kleine stapjes kwamen er voor haar niet meer. Wat een ellende. Voelde me schuldig over de dankbaarheid dat ik zelf toch nog op sommige dagen weer ergens de kracht vind en minder pijn ervaar. Had zij dat maar gehad. Het kwam niet meer voor haar, dat van vooruit en hoop.

Een zelfverkozen dood. Als je het stadium van slingers allang gepasseerd bent. Want die slingers die zij had en zocht had ze wel geprobeerd te vinden vermoed ik. Al jaren. Ze zag er niet ziek uit en dat zal ongetwijfeld vragen hebben opgeroepen. Van buiten oké. Van binnen kapot, verrot en het dagelijkse vechten zo moe zijn, dat zal niet iedereen snappen. Geen mens op aarde die vrijwillig afstand doet van een kind, een dierbare. Je blijft in leven om hen het verdriet te besparen. Maar niet voor jezelf. Je snakt naar dat leven zonder pijn, maar dat komt niet. Nooit meer.

Ik ben daar zelf nog niet klaar voor, ik heb nog een levenswens en de hoop dat het beter gaat worden. En de eerste kleine tekenen zijn er weer, dus daar ligt mijn focus. Ook al is het minimaal en gaat het in kleine stappen, dat gevoel van even zonder pijn en angst, dat dat kan, dat ik dat daadwerkelijk heb gevoeld en nog steeds voel nu, dat is zo hoopvol.

Maar ga binnenkort eindelijk wel dat euthanasiegesprek aan met de huisarts (nog heel even wachten, want het woord afspraak veroorzaakt al een hoge bloeddruk). Sterker nog, ik ben lid geworden van de NVVE en heb inmiddels al een wilsverklaring ingevuld. Omdat er misschien ooit een tijd komt dat dit soort pijn en hopeloosheid, net als bij haar bij Humberto niet meer over gaat. De angst dat ik ooit zelf niet meer bij machte ben om uit te leggen dat de pijn ondraaglijk is geworden en het leven alleen nog maar hel is, is groter dan de angst voor de dood. Ik ben trouwens nooit bang voor de dood geweest. Vroeg of laat komt het toch wel. Ik ben meer bang voor alles wat onzeker is. De dood is uiteindelijk zeker. Zelfs voor gezonde mensen is zoiets als een wilsverklaring geen slecht idee, want niets is zeker. Maar de hoeveelheid pijn, de mentale uitputting, als je niet zeker bent over hoe lang daar mee te leven en of het zal afzwakken of erger wordt, daar kan ik serieus angstig over worden. Als ik wist dat ik voor altijd zou moeten leven met de pijn van afgelopen tijd, die angst en die enorme zware donkere deken, dat lukt voor een tijdje op tandvlees, maar niet voor altijd. Dat gaat gewoon niet. Dat zou echt teveel zijn en niet menswaardig.

En dan ga je daadwerkelijk zo’n wilsverklaring invullen. Dat valt nog niet mee . Zet maar eens in woorden heel concreet op papier wat jouw eigen grenzen zijn. Je denkt dat je daar wel een mening over hebt, maar als je dat in detail en gevoel moet opschrijven, poeh. Daar is het stemmen voor een partij naar jouw keuze betreffende volksvertegenwoordiging een eitje bij.

Bovendien heb ik te maken met een monster die cognitief nogal het een en ander verwoest. In combinatie met een sterke controledwang en een nogal groot gevoel voor eigen regie, moet ik daar wel wat mee. Nadenken over wat jouw eigen grenzen zijn wat ‘leefbaar’ betreft. Ik hou van het leven, ik hou waanzinnig van het leven. Ik weet dat ik kan genieten van dingen die anderen niet eens opmerken. Ik heb het leven altijd zo omarmd en doe dat nog steeds.

Binnenkort komen de tulpen. De nieuwe blaadjes zijn overal. Het licht. En dat ik dat oprecht kan zien en voelen. Dat ik misschien eens kan huilen. Ik snak naar een huilbui, om echt iets te voelen. Ik wil dat soort dingen zo graag, maar ze lukken nog moeilijk. Dat alles beweegt in plaats van vast zit. Dat de energie niet meer in pijn gaat zitten. Het grote gat van niets en donker.

Straks wordt alles beter. En dat gaat gebeuren. Omdat ik dat wil. En hoop. En ook al een beetje voel.

Ik gedij altijd het best als de dierbaren om me heen het goed doen en dat zal zo blijven, maar voor het eerst sinds tijden gun ik mijzelf ook betere tijden dan dit. Al was het alleen maar voor de dierbaren. Ik gun ze vooral een betere versie van mij. Dat ik er ook weer voor hen kan zijn. En niet zo afhankelijk meer ben. En dat ze niet elke dag weer naar zo’n moe hoofd moeten kijken.

Grab them by the light. Lang leve kaas.

Geplaatst in Home | 14 reacties

As long as there’s sun. As long as there’s you.

Bijna had ik op dit moment in Londen gezeten. Bij een optreden die ik van alles het liefst had gezien dit jaar. Eigenlijk ga ik amper nog naar optredens. Laat staan als er een reisgedoe bij komt kijken. Dit optreden bijwonen heb ik serieus overwogen toen het nieuws bekend werd. Maar door twijfel en andere dingen die aandacht vroegen ook weer naar de achtergrond geraakt. En toen was het inmiddels ook uitverkocht.

Totdat me afgelopen week van verschillende kanten ‘spare tickets’ voor dit evenement werden aangeboden. Ik heb er een nacht slecht van geslapen door twijfel.

Misschien tóch maar doen? De vermoeidheid van het reizen voor lief nemen?

De afspraak in het ziekenhuis de volgende dag is niet per se dringend, kan ik wel verzetten.

De dag dáárna start Jongste op haar nieuwe school en is er de kennismaking, verzetten 100% geen optie. Dus maken ze kennis met een wrak als moeder. Maar dan ga ik gewoon de volgende week nog een keer voor een betere tweede eerste indruk. Moet kunnen.

Hoe ga ik dat doen eigenlijk met dat huidige hoofd, alleen reizen? Ik raak boodschappenkarretjes tegenwoordig al kwijt in een supermarkt. Trein, vliegen, trein, metro. Alles zelf uitzoeken. O ja, er moet ook nog een hotel geboekt.

Ik ga er spijt van krijgen hier niet bij te zijn.

*even naar beneden*

Pre-party vooraf. Uiteraard. Geen ontkomen aan. Bij zoiets zijn altijd voorafgaande parties. Zo zijn ze. Van alles een feestje maken. Party animals. Ooit behoorde ik ook tot dat soort. Ze komen vanuit alle windstreken zoals vanouds. Ik zou ze graag weer eens zien, die bekende crew.

Hoe mooi waren die momenten, wordt het niet eens tijd…? Met juist die mensen juist dit jaar keihard Ziggy Stardust zingen, net zoals toen in Amsterdam. Och, die serenade toen ik jarig was en in Londen. Ik in die stoel, hij met zijn gitaar tegenover me The Bewlay Brothers zingend. Kippenvel als ik er nu weer aan denk. En toen moest het feest nog beginnen. En wat een feest. Zal ik toch…? 

Maar dan moet ik praten, veel praten. En behoorlijk drinken. En mijn aandacht erbij houden, boven muziek uitschreeuwen. Sociaal doen. Help, hoe moet dat ook alweer? En de volgende dag dus weer met frisse energie ‘het’ optreden bijwonen. Ik ben nu al moe bij de gedachte. 

*even naar beneden*

Misschien wil de huisarts me voor deze ene keer wel xtc-pillen of zoiets voorschrijven. Of ik ga op zoek naar coke. Ja coke! Heb nog nooit in mijn leven één snuif coke gehad, maar misschien voor deze ene keer? Nee, toch maar niet. Daar ben ik te mateloos voor en vrees dat ik dat veel te lekker ga vinden. Hee, wat ken ik mijn slechte ik goed, toch een goede constatering vannacht. Heeft wakker liggen toch nog iets opgeleverd.

Lang leve Facebook voor small talk en afleiding. Shit. Hebben ze het op Facebook weer over die avond. Ik. Wil. Nu. Slapen.

Ingedommeld. Wakker. Douchen.

Godsamme wat ben ik moe. Eerst zitten. Ik moet een hotel regelen. En een vlucht. En van alles overleggen met mensen. Ik moet de afwasmachine uitpakken en wat eten we vanavond? Moet de deur uit voor boodschappen, balen. Shit, mascara dus. Wat een gedoe. Mag ik slapen? Nee. Straks pas. Och wat ben ik toch blij met mijn stoel. Laat mij hier voor altijd zitten. Handig ook dat ik door mijn rug ben gegaan bij de slager en nek heeft inmiddels het stenen tijdperk overtroffen. De hoeveelheid Diclofenac vraagt om maagzuurremmers en die zijn op. Ik sta met tegenzin op uit stoel om dat op het boodschappenbriefje te schrijven. Was het nou Omeprezol of Omeprazol?  Ik hoop dat er niemand op visite komt en dat ik dan ook nog moet praten. Straks regel ik die reisdingen allemaal wel. Later. Nu niet. Nu niks. Even zitten.

“Hoe denk je dat te gaan doen in je eentje? Ik gun het jou hoor, maar… ” Manlief is nooit vies van realiteit en eerlijkheid. Hij heeft gelijk.

Wat dacht ik eigenlijk ook? Ik doe het niet. Veel teveel gedoe.

Wederom daalt een rust op mij neer. Ik slaap die nacht weer eens goed. Hoera!

Toch is het een optreden waar ik graag bij had willen zijn. Een tribute to Bowie met al zijn oude bandleden. Degenen die ik zag en hoorde toen hij nog zong. De gitaar van Slicky and Spooky Ghost (Earl Slick en Gerry Leonard), de bas van Gail (Ann Dorsey), Sterling (Campbell) drummend, Cat (Catherine Russell) en Mike Garson op de piano. Ik zie vandaag van alles voorbijkomen.  Al het reizen van iedereen, de opwinding, de emotie. Van de pre-party. Ontmoetingen. Emoties. De foto’s van het soundchecken, de nervositeit van de bandleden. Hoe ze hem missen, het zo goed willen doen. Van iedereen die er bij is. Was.

Ik heb er vrede mee en achteraf was het reizen nog meer gedoe geweest door de sneeuwval. Ik heb in plaats daarvan de BBC docu The Last Five Years gekeken. Bij de eerste seconden schoot ik al vol. Prachtige documentaire met veel nieuwe beelden. Ook al ben je niet per se een fan, ik raad het je zeer aan te kijken. Het vertelt indirect veel over ‘het leven’, grenzen opzoeken en durven, terugtrekken, vooruit denken, creativiteit en stilstaan. En hoe normaal we allemaal zijn, zelfs David Bowie.

Ik heb er vrede mee, omdat ik heel veel jaren juist wél overal bij was. In de afgelopen tien jaar heb ik bepaalde jaren gekend waarin ik extreem veel bijwoonde. Heb tijden gekend waarbij ik avonden op Bowienet doorbracht. Vrienden voor het leven heb gemaakt, al die blogs, het delen van muziek. Met 2006 als hoogtepunt. Nog nooit zoveel muziek ontdekt, zoveel mooie mensen, zoveel buiten in bos en veld met Moby. Zoveel foto’s. Van zonsondergangen tot eerste blaadjes. Feestjes in Amsterdam en Londen. Buitensporig veel concerten bezocht. Ik had fysiek een goed jaar en daar profiteerde ik 200% van. Manlief liet me vooral, vond alles best. Ik vloog volop. Letterlijk en figuurlijk hier en daar en soms uit de bocht en dat nam ie ook voor lief. Later heeft ie wel eens gezegd: “Zag het wel, gewoon laten gaan en doen.”

En zo is het. Gisteravond gooide Manlief The Next Day in de CD-speler en tijdens Where Are We Now werd ik ineens zo gegrepen door het moment. Hoe het is.

Ik ben tien jaar verder. Ik kan niet eens de helft meer wat ik toen kon. De hond is al vier jaar dood. Ik verdraag geen drukte meer. Ik voel de behoefte tot delen niet meer. Ik ben ver verwijderd van goed zijn in sociale dingen. Ik rijd geen auto meer. Er is een best diep dal geweest die mij nu heel andere dingen laat voelen en denken. En hoe gek het ook klinkt, ik hoef het allemaal ook niet meer. Ik ben te vaak te blij iets niet meer te hoeven.

Ik luisterde naar Where Are We Now en keek naar de kast tegenover me. Met al die vuurtorens en persoonlijke dingen. Met alles wat al die dierbaren mij ooit stuurden. Wat mij raakte was dat er een gevoel was van tijdperken afsluiten. En dingen die ooit waren en die nooit meer terug komen. Die energie van toen, dat hoofdstuk is afgesloten. Met een hond struinen in de buitenwereld is afgesloten. Reizen en concerten, gedaan. Bowie? Dood. Door hem had ik mijn beste opleving ooit in 2003, vlak na een diagnose. Nooit zal ik spijt hebben van alles wat ik dankzij hem deed. Hij heeft het beste in mij naar boven gebracht. Me een schop onder de reet gegeven, ik ging er weer uit, al die mooie mensen ontdekken. Al die nieuwe muziek.

Where Are We Now. Dat je je ineens zo bewust bent van alles wat voorbij gaat. Het raakte me zeer. Maar ook nu zijn er weer andere dingen die ontroeren en raken, waar je je energie in steekt. Anders, maar waardevol. Het is prettig dat je in staat bent om steeds te zoeken naar alles wat absoluut de moeite waard is. En gelukkig heb ik dat nog steeds om me heen. Het waardevolle. Het neemt niet weg dat ik best even verdrietig was over alles wat voorbij gaat en niet meer terug komt. En hoe blij ik ben er van geprofiteerd te hebben toen het nog kon. Ik ben een kneus in heel veel, maar dank iets van een hemel dat ik nogal gedij op intuïtie.

Vandaag zou hij 70 zijn geworden. Vorig jaar tegen deze tijd was er geen grotere opleving mogelijk. Met de tentoonstelling in Groningen en zijn nieuwe album. Non stop naar Blackstar luisteren en twee dagen later was ie dood.

Ik mis gewoon even heel veel van alles.

Geplaatst in Home | 2 reacties