Plukken

Ik was laatst even erg gelukkig. Alles klopte, elke dag. Ik was een paar weken ergens 4000 kilometer verderop waar de zon elke dag scheen. Elke ochtend waarop ik wakker werd, soms behoorlijk vroeg voor mijn doen, was er een van Ja, ik mag weer, weer zo’n heerlijke dag voor me. Koffie, kop omhoog in de zon, nog een koffie. Weten van weer een dag van warmte, zon, rust en stilte. Ver weg van lawaai, afspraken, ziektegedoe en mensen. Eerste vakantie sinds 22 jaar zonder kinderen. Raar. Zo’n enorme verandering ten aanzien van vele dagen thuis hier in de winter, vele dagen waarop ik denk: Hoe ga ik in godsnaam deze dag weer doorkomen?

Het enige geluid kwam van zoemende bijen, het bekende briesje en het getinkel van de bellen van de geiten in het weidse rondom het huisje in the middle of nowhere. De rust was ongelooflijk. Vooral rondom Oud en Nieuw. Geen geknal voor een paar dagen die mij al jaren altijd in een zenuwachtige overprikkelde stresskip veranderd. Dat geknal hier in Nederland. “Traditie”. Zo klaar met iedereen en alles hier met die fucking tradietsies. Move on.

Enkel om 12 uur ’s nachts hoorden en zagen we iets van siervuurwerk in de verte. Heel bescheiden, hooguit 10 minuten, amper hoorbaar. Spanjaarden die veel geld aan vuurwerk uitgeven? Lachen, komt niet voor. Ze geven het liever uit aan eten, drinken en familie. Zij leven zonder Zwarte Pietdiscussies en raar geknal. Een hoop gedoe minder. Ik begeef mij graag in die omgeving in de zon als het hier koud is, weg van het gedram over alles.

Oudejaarsdag dronken we een oudejaarsborrel op het strand, net als vorig jaar. Daar willen we trouwens wel een traditie van maken. Kinderen speelden om ons heen. Geen enkel kind had iets van vuurwerk, geen enkel rotje, niets. Niemand was bezig met enige vorm van vuurwerk. Wel met het genieten van de zee en de zon.

Het was een fijne afsluiting van 2018 daar. Alle gedoe van de afgelopen jaren vaarwel zeggen en het vizier op nu en vooruit. We hebben het verdomme toch weer gered met elkaar. Door elkaar.

En als we al een plan hadden om ergens heen te gaan op een dag, dan kon dat zomaar veranderen, omdat we die dag toevallig geen zin hadden om ergens heen te gaan. Als een soort spijbelende kinderen gniffelen om het feit dat we wederom de dag lezend op onze ligbedden zouden doorbrengen. In de zon. Omdat dat kon zonder enige verplichting. Niets hoefde, nooit. Alleen wat wij wilden die dag. En de zon scheen altijd. Dat was een ongekende luxe. Daar kan geen geld tegenop, geld zegt niets, vrijheid, licht en een goede gezondheid bepalen het geluk.

Makkelijk praten als je je het kunt veroorloven, dat begrijp ik uiteraard. Maar we gaan dus niet meer op zomervakantie. In de zomer verblijven we in Casa Familia.

Dit was serieus een hoogtepuntje hoor. Een bord vol met verse vis voor 2 personen. Fuck wat lekker. Idioot betaalbaar, geen achterlijk gedoe zoals de prijzen in Toscane. Met uitzicht op zee en volop in de zon. Drie keer geweest.

En na het eten naar het strand tegenover lopen om te genieten van die prachtige zonsondergang.

Ben nu bijna twee weken thuis en het is zo koud hier en het is fijn om dierbaren te zien, maar ben alweer dubbel zo moe. De kou, de sneeuw, verplichtingen. Ik slaap slechter hier dan daar na een dag vol zon en energie, elke nacht zo goed geslapen daar. De ontspanning komt ook met niets hoeven en geen storende prikkels, alleen energiegevende prikkels. Elke dag die zon en die blauwe lucht. Het was fantastisch.

Ik haat winter. Ik haat het moe. Kutkou. Ik houd van Lente, Zomer en Herfst. Ik probeer het steeds, maar winter lukt nooit. Sneeuw is leuk voor kinderen. Sjouwende ouders zien die dik ingepakte peuters die amper kunnen bewegen op een slee achter zich aan slepen. Heerlijk. Maar dat is het wel. Vrijwillig en betalend ergens in de sneeuw zitten op grote hoogtes, dat gaat alleen gebeuren met een mes op de keel.

Tevens allemaal geslijp en geboor weer elke dag. Ik woon in een dorp notabene, een dorp!  Een dorp vol lawaai. Kutoverprikkeling.

Vorig jaar kwamen we terug en rolden we meteen in een serieus zieke schoonmoeder en vele ziekenhuisweken. En de naarste crisis ooit rondom Jongste. Dit jaar was het mijn eigen moeder in ziekenhuis die de dag na onze aankomst een nieuwe heup kreeg. Dat is niet niks, zij ineens afhankelijk. Een rol die zo niet bij haar past.

Tijdens onze vakantie bleek het heel slecht te gaan met de partner van een dierbare vriendin. Parkinson, infecties, zo’n strijd. Palliatieve zorg was al in zicht. Inmiddels is de grootste strijd bestreden. Godzijdank. Daarbij haar  schoonzus die momenteel een harde strijd voert tegen kanker. Daarnaast zijn er meerde dierbaren om me heen die het behoorlijk moeilijk hebben momenteel. Voor velen is het leven soms zo’n strijd.

Pluk de dag. Carpe Diem.

Ik heb de term plukken van een dag altijd enigszins apart gevonden. Je plukt een bloem en beleeft een dag. Er zijn vele dagen waarop er niets te plukken valt. Van die dagen die je liever terugduwt in de grond en blij bent dat ze weer voorbij zijn. Er zijn dagen waarvan je wenst dat ze eeuwig duren, daar komt geen gepluk aan te pas, ze zijn er ineens.

Ik begreep dat het door Horatius bedachte Carpe Diem (geniet van den dag) door Couperus veranderd is in iets van plukken.

“Pluk den dag. Dweep en droom niet met de schim van het verleden en wees niet bang voor het spook van de toekomst, maar sla de verliefde armen vast om het levende, gloeiende heden”.

Beetje overdreven, maar tevens ook wel mooi gezegd eigenlijk. En eerlijk gezegd, ik heb recentelijk enorm mijn verliefde armen om mijn levende en gloeiende heden geslagen. En dat Horatius in zijn tijd een beetje als atheïst te boek stond vind ik grappig en gedurfd, speaking 8 v. Chr. Onduidelijke goden, wat moet je er ook mee. Je zou maar atheïst zijn in die tijd. Lijkt me verre van een lolletje.

Hoe dan ook, ik bak meer dan ik pluk, dus in feite zou bak de dag meer in mijn straatje passen. Ik sprak laatst iemand die zei: “Stop mij maar net als de bollen in de grond in het najaar, dan kom ik wel weer tevoorschijn ergens in het voorjaar”. Geweldig. Daar kon ik mij erg in vinden.

Manlief heeft te horen gekregen dat hij zijn baan kan behouden binnen het bedrijf die zijn vorige bedrijf heeft overgenomen. Ze hebben genoeg vertrouwen in hem, goede aanbevelingen. Meer dan een jaar in onzekerheid geleefd qua baanbehoud. De opluchting is groot, persoonlijk. Maar het is afschuwelijk dat het merendeel van zijn collega’s is afgewezen. Sommigen die al 30 jaar in dienst waren, enorm capabel, ineens exit. Manlief blijft met twee collega’s over. Van de 20 en meer van zijn afdeling. Een emotionele dag, waarop je zelf blij bent, maar zo overschaduwd wordt door de ellende van anderen.

Misschien is dit eindelijk ons jaar. Het was zoveel op het tandvlees de afgelopen jaren. Het jaar begon goed, daar in de zon. Jongste gaat vooruit, Oudste doet het meer dan goed. Er is veel liefde. En vertrouwen. Positiviteit om vast the houden en te omarmen. Al bijna twee jaar Schubvrij. En ook al ben ik meer dan moe, ik slaap ongekend veel op een dag. ik kan niet wachten totdat iemand de gordijnen buiten open doet en de lente haar intrede doet.

Maar voor nu ben ik meer dan tevreden. Was afgelopen week zelfs bij een concert. Echt zo lang geleden. Iets wat Manlief spontaan regelde, omdat hij vond dat ik dat niet mocht missen. Daarover later meer. Ik ben niet zozeer bang voor het spook van de toekomst, maar sla mijn verliefde armen wel om het heden zonder iets te plukken.

Carpe Fucking Diem.

Advertenties
Geplaatst in Home | 9 reacties

Het leven

In mijn schrijfsels schuw ik persoonlijke omstandigheden niet. Begon een blog om een ziekte die destijds voor mezelf nogal onverwacht kwam, totaal niet uitkwam en vooral onduidelijk was, wat meer handen en voeten te geven. Ik houd van overzicht, structuur en controle. En dat is wel het laatste wat MS vertegenwoordigt. Onvoorspelbaar, de controle overnemen en meestal een slechte timing. Eigenlijk komt geen enkele aandoening ooit gelegen, bij niemand, ook griep niet. MS is voor controlefetisjisten zoals ik nogal hilarisch gemeen, qua grilligheid.

Een aandoening is als die ene persoon die heel veel van praten houdt en komt op een moment dat je heel moe bent. Of komt wanneer je je net comfortabel hebt geïnstalleerd en verheugd hebt op aflevering zes in seizoen twee van een fijne Netflix-serie. Ga weg! Zo is chronisch gedoe. Komt altijd ongelegen. Je kunt het niet even ergens anders parkeren of negeren, het is er altijd. Elke dag. Er zijn goede dagen, in de progressie van verslechtering. Dat zijn bijzonder fijne dagen. Bovendien leer je ook wel het een en ander over controle loslaten en keuzes maken als je al 17 jaar te kampen hebt met grilligheid.

Nog steeds houd ik me vast aan al het moois, ondanks dat ik best achteruit gegaan ben, vooral op cognitief gebied. Onzichtbaar verlies vooral, maar redelijk invaliderend in alles wat ik ooit was en nu niet meer ben en kan zijn. En onder die oppervlakte ben ik heus nog steeds dezelfde persoon, alleen met minder mogelijkheden om dingen te doen en te ervaren zoals voorheen.

Schrijven helpt mij om over dat alles weer een soort van controle te hebben. Daarnaast houd ik ook zeer van luchtige en triviale dingen. Humor graag. Of hele kleine dingen, zoals een vlinder op een struik of simpelweg een goede dag voor mezelf. Met simpele dingen die lukken, die voor anderen vanzelfsprekend zijn en voor mij best groot. Of heel lang niets delen, als ik me liever terugtrek. Het schrijven gaat dan meestal wel door op de achtergrond.

In het echte sociale leven ben ik half zo actief als voorheen. Sociale media verving dat voor lange tijd een beetje. Met weinig inspanning toch contact met de buitenwereld houden. Ik vond het een uitkomst, het maakte de wereld ineens stukken groter. Mijn eerste sociale mediastappen begonnen ongeveer 16 jaar geleden en begonnen meer dan leuk te worden in 2003, met een serieuze piek die nogal neigde naar verslaving rondom 2006.  Dat van eerst ’s morgens alle berichten checken van het oude Bowienet destijds. Was een fansite, maar vooral een soort van Facebook avant la lettre. Maar dan zonder reclame of met konijntjes omgeven teksten in frames. Je kon er niet spelen met fotobewerkingen. Was al lastig genoeg überhaupt een foto te plaatsen. Er was nog geen Youtube toen. Ik leerde daar wat LOL betekende en wat een URL was en hoe te copypasten. En vooral het ontdekken van heel veel muziek en heel veel dierbare mensen. En ik begon te schrijven, in de blogs daar.

Maar Internet, het digitale sociaal actieve, is nog maar een schijn van wat het ooit was. Simpelweg omdat het gewoon veel te veel is om alles van iedereen bij te houden. Ben daar selectiever in geworden, want vermoeiend. Dat klinkt als een snob, maar bedoel dat niet zo. Ik vind die mix van selfies, huishoudelijk geneuzel, natuurfoto’s, een hondenfoto, muziekclips en tips, vakantiefoto’s, domme ongenuanceerde opinies en scherp genuanceerde opinies nog steeds heus wel leuk. Ik vind mensen leuk in al hun gedaantes. Het leven zou saai zijn als iedereen dezelfde mening had, dezelfde boeken zou lezen en dat iedereen dezelfde schoenen zou dragen. En daarop allemaal in dezelfde richting lopen. Liever niet.

Maar het is gewoon te veel van alles geworden voor een brein dat al snel overprikkeld is en een persoonlijkheid die de neiging heeft overal op te reageren. Terugtrekken is voornamelijk zelfbescherming,

In het digitale heb ik lang de MS-scene buiten mijn wereld proberen te duwen. Altijd vermeden. Ik was niet zo, ik voelde mij nooit ‘een van hen’ en ik twijfel daar nog steeds over. Mijn MS was anders dan die van anderen. Zoals iedereen met MS nooit hetzelfde is als ‘die andere’ met MS. Daarvoor heeft een lichaam teveel zenuwen. Soms wel overeenkomsten en het is fijn te weten dat je dus niet ‘gek’ bent als gek gedoe je weer eens overkomt. Ik zit niet in een rolstoel en kan prima lopen. Maar ik ben ook niet die zoveelste met MS die marathons loopt of die de Himalaya zo nodig moet beklimmen. Toch gaat daar altijd de meeste aandacht naar uit in berichtgevingen. Dat is fijn voor de personen in kwestie, dat ze ondanks een kutziekte iets verwezenlijken wat onmogelijk leek. Dat gun ik hen ook zeer. Het zijn alleen niet de mensen die al moe worden en moeten bijkomen van een dagelijkse douchebeurt. Wat ik zelf geregeld ervaar.

De onzichtbare hoek, dat wat niemand ziet. De filters voor geluid die niet meer werken. Een wereld die constant schreeuwt. De angsten die er steeds bijkomen. Inmiddels rijd ik al twee jaar geen auto meer, voorheen was autorijden altijd ontspanning. Eén hand aan het stuur, muziekje erbij, easy going. Snelwegen, alles. Tegenwoordig ervaar ik zelfs als bijrijder elk autoritje als doodvermoeiend. In de auto heb ik altijd mijn ogen dicht. Alles op de weg komt te veel binnen met een kapot filter. Depressies die mij vaak voor maanden verlammen. Totaal contactloos.

Fysieke pijn is er elke dag, maar dat is eigenlijk het meest te controleren en behandelbaar, met een Diclofenacje of Ibuprofen. Met het warmteschild dat ik toegestuurd kreeg van een dierbare vriendin die zelf alles weet van neurologisch gedoe en kutkou. Zo fijn! Massages van Manlief en Jongste. Vooral Jongste, die elke knoop en kramp in spieren feilloos weet te vinden inmiddels. Heel fijn, want ik ben door verkramping in de nek vaak regelmatig duizelig. Veel medicatie, kan er niet om heen. Tecfidera, mijn hoofdmedicijn. De beste MS-remmer tot nu toe om Schubs te weren. Is echt zo, al anderhalf jaar geen Schub meer. Daarnaast: ijzer en Magnesium tegen krampen ’s nachts en laag HB. En ik begin de dag met hoge doses vitamine D en C. Vitamine D voor (achterstallig) MS-onderhoud en zonvervanging en C voor het blaasgedoe. Recent is er anti-depressiva bijgekomen. Daarbij Omeprazol (maagzuurremmer) om al die medicatie verdraagbaar voor de maag te maken.

Zo moet het maar. Gaat ook best wel. Inmiddels veel therapie en revalidatie gehad, dat traject is wel passé. Ik volg mijn eigen gevoel inmiddels. Vooral omdat afspraken energie kosten. Want daar moet je naar toe. En ik wil liever nergens naar toe, ik wil rust en vooral niet praten. Je kunt me niet blijer maken met een keukenkalender die heel veel blanco vakjes vertonen. Daar word ik pas echt beter van.

Ik lees soms verhalen van anderen met MS die zo hartverscheurend zijn. Dat van ‘dat wil ik niet weten, handen voor ogen en oren en tralala’. Zo begon ik dit blog. Dat ik op 21 januari 2001 bij de kapper zat en ineens half blind werd. Alles nog fysiek, mijn eerste serieuze ‘Schub’. Dat wist ik pas weken later, die term, want ik had nog nooit van dat woord gehoord. Daarvoor zijn er veel rare dingen geweest die misschien ook al Schubs waren, maar vooral in de categorie lichamelijk ongemak vielen. En daar heb je als werkende moeder helemaal geen tijd voor, om dat serieus te nemen. Al die periodes van somberheid, rare gevoelsstoornissen en uitval tussendoor, het ging altijd op de automatische piloot. Als jonge moeder zit je bij de huisarts als het kind een oorontsteking of rare huiduitslag heeft. Nooit voor jezelf. Een beetje toen baby Oudste meer dan 12 uur per dag/nacht huilde en ik nogal apathisch was.

“Ben je depressief?” vroeg de huisarts.

“Ik weet niet eens wat dat is en hoe dat voelt. Ik voel eigenlijk niets. Wat is dat dan, depressief? Ik kan geen eten doorslikken, ik slaap niet. Ik eet en slaap eigenlijk al weken niet. ik kan niet huilen of lachen en het lijkt alsof ik in een andere dimensie ben. Een soort van toeschouwer van mezelf. Ik besta niet. Ik ben er niet echt. Niemand is er.

Ik ben gewoon zo moe. Echt zo moe. Ik kan niet eens denken zo moe.”

Even daarna stikte ik bijna in een hyperventilatieaanval en de wens om me te pletter te rijden tegen een muur. Toen drogeerde de desbetreffende huisarts me uiteindelijk met een zodanige hoeveelheid aan oxazepam, waardoor ik uiteindelijk drie dagen in bed heb doorgebracht zonder enig besef van zijn en volledig uitgeschakeld. Ik weet nog dat ik naar beneden kwam, totaal gedesoriënteerd en dat mijn (wijlen) schoonvader beneden zat. Blijkbaar oppas qua toerbeurt. Ik was eigenlijk een dode die deed alsof ze levend was.

Daarna werd het leven gelukkig wat levendiger. Dat alles was nog voor de diagnose MS.

Jongste was een baby van acht maanden ten tijde van de MS-diagnose. De makkelijkste baby die je je maar kunt wensen. Altijd blij, altijd slapen en al op zeer jonge leeftijd kunnen schaterlachen om alles. Vooral toen kleuter Oudste destijds altijd gekke moves maakte voor Jongste. Dat schaterlachen van een baby, we zochten het constant op, want niets was mooier en leuker dan dat te horen en te beleven.

Alles gaat hier in mijn blog vooral over mezelf, maar soms ook over mijn gezin. Goede en slechte tijden. Zoals zes jaar geleden even wat schurende dingen over Oudste, dat was een moeilijke tijd toen. Het is inmiddels geschiedenis en het is zo fijn om te schrijven over hoe goed het haar gaat nu. Maar ellende heeft impact gehad, haar ook gevormd en vooral sterker gemaakt. Ik zou niet pleiten voor enige vorm van ellende voor wie dan ook. Maar er is een specifiek soort van kracht en optimisme  – zonder vals sentiment – waardoor je weet dat iemand weet van die bodem en dat zwarte gat ooit. Oudste houdt niet van een podium, deelt niet graag emoties. Maar heeft grote stappen gemaakt die wij als ouders wel zien. Er is zoveel dat telt, zonder dat het gedeeld wordt met de wereld.

Er is een ander kwetsbaar verhaal dat ik hier in mijn blogspace ga delen. Over Jongste. Waarschijnlijk het meest moeilijke en kwetsbaarste dat ik ooit zal gaan delen.

Jongste leest mijn blogs ook. We hebben erover gesproken en ik weet dat zij behoefte heeft aan begrip en heeft mij een fiat gegeven om haar verhaal te delen. Omdat dat voor haar zelf lastig is om te doen. Ik heb haar erg bevraagd over in hoeverre ze het erg zou vinden als anderen dat dan lezen als ik het ga delen. Ze wil gewoon heel graag begrip en schuwt kwetsbaarheden hierin niet.

Zij schrijft ook, al jaren, en hoe. Maar verre van publiekelijk. Onlangs durfde ze haar schrijfsels van de afgelopen jaren met ons, ouders, te delen. Nadat ze het aan haar psychologe had overhandigd. Die heeft er tot haar en onze frustratie destijds weinig mee gedaan. Terwijl wij wisten hoe ongelooflijk moeilijk en kwetsbaar dat is geweest voor haar. Heel veel papieren en titels hebben zegt niets over empathie en weten waar de kneep ligt als zorgverlener. Zover is ons inmiddels wel duidelijk geworden de afgelopen jaren.

In de praktijk is er veel verdriet, onmacht en vechten geweest. Maar we hebben ook ongelooflijk veel steun ervaren van de juiste mensen om haar heen. Er is veel gezegd en gestreden, oneindige gesprekken met hulpverleners, de beste docenten, gekmakende wachttijden in de jeugdzorg, nieuwe vormen van onderwijs zoeken. Gelukt, mislukt en steeds weer opnieuw beginnen. Steeds weer nieuwe moed vinden. Niet opgeven.

En dat is, in alle ellende, allemaal nog praktisch. En praktisch kost al heel veel energie voor mensen die de energie al lange tijd zijn verloren. We praten veel. Maar waar het echt om gaat, wat er echt wordt gevoeld, dat kan alleen in schrijven. Ik heb me zelden zo machteloos gevoeld, zelden zo fucking hard gehuild op die dag dat ik las hoe mijn kind zich echt voelde de afgelopen jaren, toen ze haar schrijfsels ook met ons deelde. Die snijdende pijn van een diep ongelukkig kind lezen als moeder, niet te doen. Ik snap nu waarom ze het niet eerder deelde, omdat ze ons wilde beschermen tegen de rauwe werkelijkheid.

Maar ze heeft het schrijven als wapen. Ze heeft zich uitgesproken en zich veilig genoeg gevoeld om het te delen. Hoe moeilijk ook, ik ben er dankbaar voor. En ze is er nog. En als je als ouder meemaakt dat jouw kind zo wanhopig is en het liefst het leven zou willen verlaten en zelfs serieus nagedacht heeft over een methode, ik heb niet eens woorden voor dat intense gevoel van machteloosheid en verdriet.

Jongste sprak zich uit, maar als het echt teveel wordt, dan treedt er dus blijkbaar een mechanisme op van bescherming en een schild, omdat je weet dat naasten dan teveel verdriet hebben. De keerzijde van liefde en empathie: elkaar teveel beschermen. Wanneer doe je het goed, waar ging het fout, wat had ik eerder moeten zien? De frustratie in beperkte energie, de vreugde over samen een kluizenaar zijn en elkaar zo begrijpen. En je weet, niemand snapt dit buiten dit gezin. Die details.

Opeens vervalt elke regel en elk systeem en kruip je met elkaar onder een hele grote deken van rust en liefde. Ver weg van alles wat moet en hoort in een maatschappij van scoren, doelen, diploma’s, sociale verplichtingen en erbij horen.

Ik ga mijn best doen om haar verhaal uit te leggen. Ik weet nog niet goed waar te beginnen. Over hoe depressie zelfs de meest sprankelende mensen weet te treffen. Hoe autisme een fucker is voor een meisje in een wereld met verwachtingen waaraan je niet kunt voldoen. Maar ook hoe mooi het is om een kind te hebben die altijd het mooie ziet, altijd het mooie in mensen. Verdomd eigenwijs ook, eigen waarheden, obsessies en monologen zonder nuances.  

Kijk die foto hierboven, zeker meer dan tien jaar gelden. Toen ik nog geen oude kop had en Jongste zoals altijd weer de clown uithing toen ze nog klein was. Dat was en is heel hilarisch, maar zegt met terugwerkende kracht en kennis veel over het kind van toen en de jonge vrouw van nu.

Af en toe ben ik te moe om te schrijven. Maar ik wil dit doen, voor haar. Omdat ze aangaf dat ik wellicht wel woorden voor haar verhaal zou kunnen vinden.  Ik heb best vaak woorden, maar voor het eerst weet ik niet hoe te beginnen. Omdat het om mijn meisje gaat.

Geplaatst in Home | 15 reacties

Buismuziek

Vorig jaar vergezelde Damien Rice me, recent lag ik samen met Bowie in de claustrofobische lawaaibuis. Had de jaarlijkse MRI weer en koos het album Hunky Dory dit keer als afleiding voor al het oorverdovende. Dat album is als comfort food. Een van mijn favoriete albums van alle 25 officiële studioalbums. Soms wisselt het al naar gelang de gemoedstoestand, maar toch.

De gemoedstoestand in een MRI-buis vraagt om comfort food. Alle nummers van dat album kan ik wel dromen en weet elke tekstregel. Saai misschien, maar juist in zo’n situatie heel fijn. Voor iemand die nogal claustofobisch is en de filters is kwijtgeraakt tegen geluid en lawaai is een MRI elke keer weer best hard werken. Kom daar dan ook altijd lichtelijk hondsdol uit gegleden. Het geluid is genadeloos en je mag vooral niet bewegen, dus heb je een half uur jeuk op je kin, neus en vooral het ooglid, hetgeen je dan godzijdank nog enigszins kunt verhelpen door heel veel te knipperen. Want met je handen en armen kun je niets. Sowieso niet omdat in de ene arm een infuus zit vanwege de contrastvloeistof.

Ik kreeg oordoppen aangereikt. “Goh, dat is voor het eerst. Hoor ik de muziek dan wel?”, vroeg ik aan de verpleegkundige. “Ja hoor, geen zorgen”. Was wel zo, maar het was een wollige Hunky Dory, dat wel. Wel net genoeg om me enigszins af te leiden van het altijd weer vreselijke gebonk en kabaal. Mijn dierbare ‘Life on Mars?’ kwam voorbij en het hele gebeuren duurde zolang tot het nummer “Fill your heart”. Niet eens het hele album. Het tube-gedoe was voorbij en de muziek werd stopgezet na het zingen van de regel “Lovers never lose”.

Dat vond ik wel mooi. De liefdes om me heen, alles en iedereen waar ik liefde voor heb. Het is er nog. Zij zijn er nog. Het is allemaal anders geworden door heel veel gedoe, niet alleen bij ons, mijzelf. Mensen dichtbij hebben zelf hun eigen shit gehad en nog.

En dat van die angsten verwoord in dat nummer en dat ‘only in your head’ en hoe angsten mij ineens zo te pakken hebben al zo lang. Ik wil mijn head ook best wel forgetten, al zo lang. Lukt steeds beter hoor, met nee zeggen en sociaal gedoe. Behalve die angsten. En letterlijk in een MRI-buis liggen met hersengedoe, waarvan er op dat moment gedetailleerde foto’s van je hoofd worden gemaakt en dat iemand dan ‘forget your head’ zingt, dat is best grappig.

“Happiness is happening
The dragons have been bled
Gentleness is everywhere. Fear’s just in your head. Only in  your head. Fear is in your head. So forget your head.

And you’ll be free”

Geplaatst in Home | 2 reacties

Spleet

Selfie met Oudste toen ze nog een meisje was, lang geleden. Nog inclusief het spleetje tussen de tanden. Ik vond dat spleetje altijd juist leuk, het sierde haar zo en wilde haar niet anders. Maar zij vond dus van niet. Dus een paar jaar later moest er een beugel komen. Zelfs kaakchirurg vooraf, want een spleetloos leven begint met het doorsnijden van de lipspleet. Maar ze wilde het zelf en zo reed ik destijds samen met haar terug van het ziekenhuis terwijl ze vanachter de ijszak tegen de gehavende mond piepte: “Hwet gwaat bwest hwoor mam”. Het moederhart barstte van zieligheid. Maar liever niet erover praten. Klagen over pijn is zelden in het vocabulaire van Oudste voorgekomen.

Dus hield ik me stil (ik begrijp en herken de behoefte tot sololijden) en tijdens de rit dacht ik terug aan de dag dat haar keelamandelen verwijderd werden toen ze een jaar of vijf was. En aan die zielige afdeling van al die vers geopereerde amandelkindertjes in het ziekenhuis destijds. Met lieflijke tekeningen van konijnen en zonnen op deuren en muren, terwijl kinderen in die toestand meer associaties met boze heksen en grote boze wolven hebben. Ik stam zelf uit een tijdperk waarbij mijn handen als driejarige vastgebonden werden aan de spijlen van het ziekenhuisbed na de amandeloperatie. Keel en neus tegelijk, amandelloos Full Package.

Letterlijk vastgebonden als peuter met pijn en jeuk, want krabben was de grootste zonde. En moeders mochten een kwartiertje per dag komen. Je longen uit je lijf huilen en een huilende moeder die gewoon weg ging. Omdat dat moest volgens de regels. In een groot, vreemd en kil bed zonder konijnen op de muur en een mama aan je zijde. Drie jaar jong, de eerste vormende herinneringen. Bijna vijftig jaar later komt het nog steeds in mijn dromen voor en dan word ik weer zwetend wakker. Mijn angst voor dwang en aversie tegen een keurslijf is al vroeg aangewakkerd. Wat bezielde die mensen toen?

Ik herinnerde me ook weer hoe al die kinderen op de amandelafdeling van Oudste allemaal gretig likten aan de uitgedeelde ijsjes door hele lieve zusters. Die allang niet meer van het vastbinden van peuterarmpjes waren. Er waren ook meer ouders dan kinderen in die zaal, die er de hele dag mochten zijn. Oudste weigerde als enige het ijsje. De makkelijke weg lag voor de hand, maar waarom makkelijk als het ook moeilijk kan hè? “Kind, neem dat ijsje nou, het helpt!” Maar nee. Alsof lijden een moetje was. Te chagrijnig vanwege teveel gedoe en dus een houding van: “Rot allemaal maar op met dat zalvige gedoe en die kutijsjes. Wanneer mag ik hier weg?’. Best knap van onszelf als ouders dat het heel soms lukte een zetpil in dat kind te drukken in tijden van koorts of ellende. Type geen polonaise aan mijn lijf.

Dat niet beroerd om te ploeteren en tegelijkertijd zo no nonsense en praktisch kunnen denken. Veel geduld ook, ik vind het wonderlijk. Terwijl anderen het wel best vonden en ongelooflijk blij waren eindelijk het VO te kunnen verlaten (waartoe ik zelf als puber ook behoorde, ik haatte de Middelbare), ging Oudste door. Door ziekte van vwo naar havo en toch de moed vinden om daarna weer twee jaar vwo te doen, terwijl echt letterlijk iedereen om haar heen andere keuzes maakte en opgelucht in HBO-opleidingen startten. Als vroege leerling heeft ze op enig moment zelfs de eer gehad de oudste leerling van de 1500 scholieren te zijn geweest. Want zonder vwo kon ze niet de studie doen die ze wenste.

Inmiddels met het rijbewijs op zak reed ze zelf in de auto naar de examens. Het is geen type die per se achten en negens wil halen. Een zes is ook ok, alles voor het doel. Dat herken ik dan wel weer, ik was ook zo’n 5,5 persoon, maar dan zonder lol voor leren. Soms kwam ze thuis met anekdotes over medeleerlingen die hadden gehuild in de klas, omdat ze ineens een zeven hadden. Dat vond zij heel komisch. Wij als ouders ook trouwens. Maar ook, je moet leren op z’n minst wel een beetje leuk vinden om vwo te doen. Je moet nou eenmaal veel leren om dat te halen, dat deed ze ook wel, veel leren. Altijd dat gebogen lijf, de neus bijna op het papier over het zoveelste boek en aantekeningen. “Je krijgt er nog een nekhernia van!”, riep ik weleens.

Gezond zijn, mentaal en fysiek. Dat bepaalt ook wel het een en ander.

Stiekem mis ik het spleetje van kleine Oudste nog steeds een beetje. Maar ben blij om haar oprechte lachen en haar welzijn van nu. Waar ze vandaan komt, zoveel inzet en vechten. Zo weinig klagen. Mijn huilbaby van toen, waarvan ik ooit zei dat het kind wel tot haar achttiende bij mij in bed mocht slapen, als we maar konden slapen. Slapen was het hoogste doel. Tegenwoordig kun je tien kanonnen afsteken en ze wordt nog niet wakker. Als ik dat toen had geweten, met die fucking venkelthee en anijsmelk. Sinds haar tweede heb ik haar amper meer zien huilen.

Ze is inmiddels al even volwassen. Al twee jaar op zichzelf elders, gaat het derde studiejaar in. Al een tijd een fijne liefde aan haar zijde. Ik ben zo ongelooflijk trots op mijn meisje die ondanks alles nooit heeft opgegeven, doorging en haar eigen keuzes maakte. Het is geen haantje de voorste, verlegenheid werkt lang door. Tegenslagen hebben haar sterker gemaakt en ze is nog steeds wars van zelfmedelijden. Praktisch en analytisch. Ze heeft de juiste keuzes gemaakt, voor haarzelf. Dat vind ik het allerbelangrijkste.

Een sporadische selfie, ook al weer even geleden, waarbij ik een poging deed een selfie te maken en dat dat nooit zo goed lukt (nooit eigenlijk) en daar moest zij erg om lachen. Mijn gestuntel. Oudste en ik. Zij lacht oprechter dan ik. Spleetloos en blij.

Afgelopen winter, toen we even samen waren verderop in Fuerteventura. Het is allemaal niet zo standaard hier in huis, maar ik weet verdomd goed wat ik liefheb en waar het om gaat.

Ik ben al best lang heel erg rijk, met dit.

 

Geplaatst in Home | 2 reacties

Zomer (2)

Zat vanavond binnen. Ik kan mij de laatste keer dat ik overdag of  ’s avonds binnen heb gezeten niet eens meer herinneren. Was het April? Mei? Zo’n zomer. Over televisieprogramma’s kan ik nooit meepraten. In de winter al amper, laat staan in de zomer. Zoiets als Zomergasten gaat altijd totaal aan mij voorbij. Alsof ik drie uur lang tv ga zitten kijken, dat trek ik zelfs in binnentijden niet eens.

De regen is fijn voor de tuin, de natuur, werd echt tijd. Maar die kou ineens, een halve dag ineens echte kou na drie maanden droogte en warmte en de eerste tekenen van chagrijn vormen zich in mijn kop in trui en lange broek. Ik moet ineens weer iets met binnen en dat is raar.

Voor het eerst thuisgebleven tijdens de zomer, zonder weg te gaan naar elders. Het bevalt nog beter dan ik al vermoedde. Geen gedoe, geen massatoerisme, niet meer gebonden aan een schoolvakantie. Dat laatste heeft dan weer een reden die ook niet geheel vrijwillig is, maar toch. Geen files, geen Schipholgedoe en een heter gebied opzoeken dan we hier al hadden. Ik ben blij voor iedereen die elders een fijne vakantie heeft of had, ik weet ook wel dat mijn eigen gedoe tegenwoordig meespeelt in deze keuze. Bovendien teer ik op heel veel fijne vakantieherinneringen van weleer en weet ik hoe fijn het kan zijn.

Maar ook, vakanties met kleine kinderen waarvan ik achteraf denk: “Wat bezielde ons in vredesnaam om te gaan? Wie deden we daar een plezier mee?”

Bij elke vakantiefoto die voorbijkomt snap ik het genietmoment wel, maar ben ik steeds blij daar niet te zijn. Ik zie trouwens niet zo veel vakantiefoto’s meer, sinds ik amper nog op Facebook kijk.  Ik vind dat een best wel opvallende constatering. Blij zijn ergens niet te te zijn, maar gewoon thuis. Heel voorzichtig durf ik te beweren dat ik echt beste stappen maak in ‘volg je gevoel’. Vanzelfsprekendheden loslaten, dat proces ken ik al best een tijd. Het gaat er meer om dat ik vooral senang ben geworden met niets hoeven. In plaats van gefrustreerd te zijn over alles wat niet meer lukt en niet meer zo fijn voelt zoals vroeger, juist blij zijn over het feit dát het allemaal niet per se hoeft.

Eerder wilde ik veel en deed ik het. Er kwam een tijd dat ik veel wilde ik en dat ineens niet meer kon. En soms – in oplevende tijden – kon het even wel en heb daar dan ook enorm van geprofiteerd. Ik heb zo random gepiekt soms. Dat is voorbij nu en dat is ok. Een beetje weer een soort van piek deze zomer dus, al is het gerelateerd aan een wat meer ingeleverde status. Maar zo zal het blijven gaan en zo hoop ik het te kunnen blijven benaderen. Het omarmen van alle mooie momenten met een inmiddels beschadigd en beperkt lichaam en brein. Prioriteiten verschuiven, veranderen.

En als het zwarte breinmonster op vakantie is, dan heb ik vooral zelf heel erg vakantie. Dat is de allerfijnste vakantie.

Hersenschade is helaas onherroepelijk en niet te herstellen. De filters in mijn brein die prikkels horen te parkeren zijn kapot en blijven kapot. Alle geluiden, acties, drukte en conversaties blijven vaak in filestand staan, omdat het niet meteen verwerkt wordt. Dus ’s nachts gaat dat verwerken door. Het levert wat gedoe op en slapen op tijden dat anderen wakker zijn en wakker als anderen slapen. Dat is ook al best lang vanzelfsprekend. Maar zolang ik me vasthoud aan alles wat ik wel kan, ineens weer kan, elke dag dat ik me beter voel dan al die dagen die soms zo uitzichtloos leken te zijn grijp ik me ongelooflijk vast aan het nu. Het is vaak te klein voor woorden om uit te drukken waar ik blij van word nu.

Ik kan mijzelf haten om meerdere dingen, maar heb altijd genavigeerd op mijn intuïtie. Ik heb niet bijzonder veel vaardigheden, maar mijn intuïtie heeft zelden ongelijk gehad. Dat vind ik een eigenschap van mezelf die ik oprecht lief heb, omdat het het mij ook echt iets heeft opgeleverd. Misschien voor anderen een nietszeggend iets, maar in mijn simpele terugtrekkende leven voelt het als een groot goed. Mijn gevoel volgen. Ook al komt dat ook met (letterlijk) verlies, omdat het vaak totaal niet strookt met het leven van anderen. Sowieso als je niet meer mee doet en relevant bent.

Het begint met verwachtingen, dan komt er een heel gebied van uitleggen, niets kunnen, gunnen, misgunnen, turven en begrip, tot het punt waarop het klaar is en dat laat wat bij anderen hoort en toe laat wat je zelf echt nodig hebt. En daarbij geef ik volledig toe, het is ook vaak niet te doen voor anderen om om te gaan met een kluizenaar zoals ik. Ik heb dan ook totaal geen verwijten en verwachtingen. Naar niemand.

Er zat een Konningepage op de vlinderstruik in de tuin en ik word daar zo blij van, die dingen.

Ik heb een “Hoera, mijn man is klusser” Manlief, die weliswaar geregeld lawaai maakt door dat klussen, maar voor elkaar krijgt dat mijn thuis (cocon) altijd zo fijn blijft.

Oudste trekt met Vriendlief en tent al weken door Slovenië en Kroatië en ze overleven en genieten wonderbaarlijk wel. Voor het eerst kamperen met elkaar, de ultieme relatietest. Via app deelt ze alles en alle foto’s en ik geniet daar zo van.

Ik word erg gelukkig van deze foto van een stralende Oudste. Mijn eerste vakantie met Manlief was ook met een tent in Kroatië, in 1986 (toen nog Joegoslavië geheten). Ik herken zoveel plaatsen waarover ze vertelt. Ze woont al een tijd niet meer thuis en vooral een eigen leven. Ik weet van haar vechten, haar doorzetten, no nonsense, discipline. Het is zo fijn haar zo gelukkig en compleet zelfredzaam te zien nu. Met een liefde aan haar zijde die haar gelukkig maakt.

Met Jongste gaat het ook beter, dat is ook een grote zegen nu. Het is allemaal al heel lang vooral niet vanzelfsprekend, maar nu, nu gaat het en voelt het zo goed. Soms word ik bijna angstig van het feit dat ineens alles zo goed gaat. Want als het even goed ging, ging het altijd daarna zo enorm mis. Dat vertrouwen, daar moet ik nog wat aan werken.

Maar voor nu omarm ik het goed met heel mijn hart en ziel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Home | 2 reacties

Zomer

20180606_193511

Altijd al een zomermens geweest. Eigenlijk nog net iets meer lentemens, maar zomers kunnen mij niet lang genoeg duren.

Heel eerlijk, vroeger was ik beter in hitte dan tegenwoordig. Bij 30plus graden doe ik ook amper wat en moet ik redelijk doseren in activiteit. Vroeger kon ik gerust in de tuin werken met 31 graden, duizend dingen op een dag doen. Dat is wel anders geworden. Ik ga nu letterlijk totaal wazig zien bij teveel hitte en heb dan niet al te veel energie. Maar ja, wie wel als het snikheet is?

Maar toch, warmte wint. In alles. Vooral van ellende genaamd kou. Ik zal nooit klagen over deze zomer van 2018. Sowieso hoor je me zelden klagen over het weer. Ook niet als het te koud is. Alleen al omdat ik in koude tijden niet eens de puf heb om te klagen. Het is ook zinloos. Mensen die van alles over het weer delen, alsof de rest van de wereld achterlijk is en niks zelf voelt, nooit buiten komt en nooit zelf Weeronline checkt.

Klimaattechnisch is het een tikkie zorgelijk allemaal, dat wel. In Toscane hadden ze vorig jaar al geen regen meer van januari tot augustus. Nog steeds water uit de kraan toen wij er waren. Gerri Eickhof trotseerde Code Oranje in Zeeland vandaag in regenponcho met gevaar voor eigen leven, terwijl in Lombok de tweede aardbeving plaatsvond.

Ik ben al anderhalf jaar Schubvrij. Zo lang ben ik eigenlijk nooit zonder Schubs en de bijbehorende Prednisolonkuren geweest de laatste jaren. Ik ben nog heel vaak een kluizenaar, in koude en warme tijden. Dat is noodzakelijk. Maar al die ellende van de afgelopen jaren, vooral de winters, ik lijk eindelijk weer tot leven te komen. Zo voelt het en ik ben daar zo oneindig dankbaar voor, om dat weer te kunnen voelen. Dat het leven de moeite waard is, dat het fijn voelt. MS is niet eens het grootste probleem, depressies maken alles kapot. In vriendschappen, in meedoen, in begrip, in mens zijn. Het leven.

Het is fysiek en mentaal behoorlijk aanpoten geweest voor lange tijd. Zelf bijna ten onder gaan aan depressie is één, maar een kind hebben die ook bijna ten onder ging aan dat zwarte monster is nog zwaarder. Uiteindelijk beland je bij de cardioloog, met een hart dat op hol slaat. Als het brein en hart het niet meer keer kunnen bolwerken allemaal.

Maar alles is stabiel nu en mijn kind kruipt uit dat diepe dal. Dat maakt mij meer dan gelukkig en alles de moeite waard.

Ik ben allang niet meer relevant of interessant voor anderen, vele mensen keren je de rug toe als je niet sociaal meer bent. Of iets verwachten van je in een tijd waarin je zelf niet eens weet hoe je een dag moet doorkomen met jezelf, een hele dag en hopen dat die dag weer voorbij is en opstaan en denken “Hoe ga ik in godsnaam deze dag weer doen?’

Hat is nu niet het geval en dat is zo fucking fijn.

Geplaatst in Home | 2 reacties

Als je haar maar goed zit

Manlief gaat altijd naar de kapper in zijn werkpauze. Al jaren een vast adres in de plaats waar hij werkt. De eigenaar is de van oorsprong Irakese Safir. Het knippen daar is wat ik begrijp niet alleen knippen, maar vooral iets van iemand een verzorgd uiterlijk geven. Dus ook harige oren en neuzen worden meegenomen. Dan komt Manlief thuis met zo’n perfect Ronaldohoofd. Ik vind dat mooi en grappig tegelijk, vooral omdat Manlief nooit zou zeggen: “Doe maar coupe Ronaldo”. Hier thuis trouwens geen aversie tegen Christiano, hoor. Het is gewoon Firma Strakwerk daar, Safir kan niet eens anders.

De meeste klanten bezoeken die kapper wekelijks, nogal een contrast met het bezoek van Manlief eens in de twee maanden. Soms duurt het knippen wel een uur. Niet echt handig met een half uur pauze, maar halverwege kun je niet meer terug. En ik weet dat Manlief harig is, maar zoveel haar heeft hij nou ook weer niet in oren of neusgaten, laat staan op zijn hoofd. Het moet gewoon heel precies en goed zijn, volgens Safir. Met van die touwtjes. Misschien heet ie wel barbier, maar dat leeft niet zo in ons taalgebruik. Ik blijf het overhemd van de man een blouse en een kostuum een pak noemen. En iemand die haren knipt een kapper. Zo gaat dat hier. Tukkerterminologie.

“Doe maar een tientje”, zegt Safir dan na een uur bezig te zijn geweest. Alleen al voor knippen betaal ik minimaal 25 euro bij mijn kapster, die ik innig lief heb en voor geen goud zou willen missen, al meer dan vijftien jaar. En met al dat kleuren is het nogal wat tientjes meer in mijn geval.

Een tientje. Dan vertrek je niet zonder fooi. De hele dag op die manier werken en maar afwachten wat de klant als fooi geeft, dat uitgangspunt. In een land waarin zuinigheid zo’n beetje de eerste levensbehoefte is, heel dapper. En veel teleurstelling vrees ik.

Sinds een tijdje werkt er ook een jong Irakees familielid bij die kapper. Een knul bijna even oud als Oudste, begin twintig. Inmiddels twee keer Manlief geknipt. Ook Ronaldoknipwaardig. Hij heet Müller, als voornaam. “Mijn vader is enorm voetballiefhebber, vandaar. Mijn broer heet Marten, haha!”.

Müller was sinds kort hier, woont met broer en moeder. Als ik het goed heb begrepen woonde en werkte hij als kok een tijd in Libanon voordat hij naar Nederland kwam, Manlief heeft namelijk nog tips gevraagd over Libanese gerechten. Goed kunnen koken én knippen, wie kan dat? Dat Müller hier wel de laatste naam is die een Nederlandse Oranjefan zijn kind zou geven sinds de jaren zeventig heeft Manlief hem maar niet verteld. Daarvoor was Müller te aardig. Ik begreep dat die naam nog net niet synoniem staat aan Adolf. Het kind kan er ook niets aan doen.

Ik zocht het een en ander op als voetballeek en vernam dat dé Gerd Müller tegenwoordig aan Alzheimer lijdt. Dan heb je het niet meer over winnen of verliezen toch?

Manlief had de indruk dat Müller naar Nederland was gekomen om eindelijk eens vrijuit uit de kast te komen. Dat klinkt misschien als een fout vooroordeel, maar als Manlief zoiets vertelt dan weet ik wat hij bedoelt. Zijn tolerantie is hoog, maar ook redelijk sensitief voor menselijke voorkeuren. Het heeft met een gevoel en niets met een oordeel te maken. Vanuit een biologische intuïtie vinden mensen elkaar, in elke vorm van voorkeur. Ik ken niet anders dan al die mixen van relaties in mijn kring en Manlief ook. Man vrouw. Vrouw vrouw. Man man. Mens mens. Je voelt het simpelweg aan en zo heeft de natuur het blijkbaar bedoeld om degene aan je zijde te krijgen die je gelukkig maakt, die sensor.

Müller bleek een vriendin te hebben hier. Daar ga je dan ineens met je inschatting. Müller wil gaan samenwonen. Manlief (die in twee seconden overstapt van sensor naar cultuurbegrip): “Dus jij als Oudste verlaat als eerste je moeder. De verantwoordelijkheid naar je broer nu, lastig?” Müller: “Ja precies, jij snapt het Mark!”

Even uitleggen, op een of andere manier heet Manlief P. daar al jarenlang Mark bij die kapper. Hij heeft geen idee hoe dat ooit is ontstaan. Hij laat het maar zo. Ik vind dat enorm komisch. Niet alleen om het mysterieuze Mark, maar ook dat van dat ‘laat maar’. Jongste en ik zeggen inmiddels standaard na zijn kappersbezoek: “Strakke kop weer Mark!”

Mark is veel meer bekend met het Midden Oosten en de bijbehorende cultuur dan ik. Het is niet alleen de kapper, hij vertoeft daar in die contreien al jarenlang simpelweg vaak vanwege zijn werk en heeft elke dag met ze te maken. Als er iemand is die weet van enige nuances ten aanzien van die cultuur dan is hij het wel. Hij weet wat te zeggen (in het Arabisch) tegen collega’s en klanten daar tijdens islamitische feestdagen. En dat zijn er net als hier naast Kerst ook nogal wat, meer zelfs.

Alle mensen die hij daar spreekt verwerpen IS. Zijn erg geïnteresseerd in de mening van ons westerlingen. De nuance ligt wel in het feit dat hij mensen spreekt die allemaal werken in een internationale wereld. Hij spreekt dus bijvoorbeeld geen kappers of imams daar ter plekke.

Soms zijn ze ineens weg middenin een vergadering, want bidden. Dat zeggen ze niet, maar zo gaat dat. Je zou je om die reden bijna bekeren tot de Islam, of in ieder geval net doen alsof je moslim bent. Lekker weglopen van die oersaaie vergadering in Hoogeveen met een kelim kleedje onder de arm naar een plek zonder gezeur en dan net voor het einde weer terugkomen. Wie wil dat niet?

Maar ook, vaak zijn het enorme haantjes wat ik begrijp. Eer en schaamte die een grote rol spelen in die cultuur, daar moet je tegen kunnen. Je niet laten verleiden door een soort van banale competitie. Zoiets als Ronaldo kunnen verdragen. Op de schaal van etterbakken op de wereld niet echt moeilijk, maar sommigen vinden dus van wel. Eigen ego-dingetjes. Gelukkig is daar therapie voor in ons vrije westen.

Waar het irritant begint te worden heeft voornamelijk met efficiëntie te maken. Tijdens het schrijven van dit stukje nog even te rade gegaan bij Mark om de feiten wel juist te vermelden. “Efficiëntie? Een totaal onbekend begrip daar”. Het vergt wat geduld en aanpassingsvermogen dus. Het is meer dat ze het daar vooral allemaal gezellig willen houden. Efficiëntie vinden ze daar saai, het opent geen deuren tot leuke gesprekken, overal zo’n deksel op. En in al die 34 jaar dat ik samen ben met Manlief weet ik inmiddels dat de gave tot geduld en aanpassen hem redelijk goed af gaat. Jaloersmakend goed, om eerlijk te zijn. En vooral grappig dat ie daar zo tegen kan, omdat hij zelf nogal van efficiëntie is.

Maar ook, de gastvrijheid en de vriendelijkheid die hij daar ervaart, dat is steeds weer mooi om te horen. Soms moet ie uitleggen aan zijn directie, die graag wil weten of een order nog binnen gaat komen, dat ie zelf ook nog wacht op een fiat van een of andere sjeik of een koning en weet dat elke vorm van aansporing of druk alleen maar averechts gaat werken. Ik zou daar helemaal niet tegen kunnen, zo’n poppenkast. Dus doei, die order van vijf miljoen, met dat sjeikgezeik. Geduld en begrip is soms letterlijk een schone, maar ook best wel nuttige en kostbare zaak.

Je kan ervoor kiezen zo´n cultuur heel erg te verwerpen en je te ergeren, redenen genoeg om dat te doen. Zeker als het om emancipatie en vrouwenrechten gaat. Democratie en mensenrechten. Je kunt iedereen daar over een kam scheren en elk individu als een bedreiging zien. Maar zie het eens omgekeerd, dat mensen daar, zonder nuances en dankzij de media, mij als Nederlander meteen als een PVV of SGP-aanhanger neerzetten. Het idee alleen al.

Je kunt er ook voor kiezen om te begrijpen waarom anderen in een andere cultuur anders denken dan wij. Beperkte vrijheden hebben, een compleet andere opvoeding. En oorlog en geweld meemaken. Elke dag. En als je daadwerkelijk contact heb met die mensen en je letterlijk ook vertoeft in dat soort contreien, ontdek je dat er gelukkig vele mensen zijn daar, mannen en vrouwen, die veel vrijer en democratischer denken dan het beeld dat steeds wordt geschetst door alles wat wij lezen via de media.

Misschien een mooi voorbeeld: in de Arabische landen die Manlief soms bezoekt (Emiraten, Egypte, Quatar, Saudie Arabië, Koeweit, Oman en meer) is het vrij gebruikelijk dat vrienden letterlijk hand in hand lopen. Zo tonen ze hun vriendschap. Zoals Franse mannen elkaar kussen bij een begroeting, zo is het hand in hand lopen tussen mannen als vrienden heel gebruikelijk in de Arabische wereld. Haantjes met ego’s. Maar een vriend is belangrijk en dat mag de hele wereld weten. Dus loop je hand in hand. Ik wist dat niet, ik vond dat mooi om te horen.

En ja, het is soms verschrikkelijk daar, als het om emancipatie gaat. Ik denk ook meteen: “Je vrouw beperken op zoveel gebieden en wel hand in hand met je vriend, hoe dan?” Maar gelukkig zijn de meeste mannen daar niet zo. Gelukkig heb ik Manlief die me op z’n minst op de hoogte brengt van de mannen die hij spreekt daar en dat geeft wel enigszins hoop en inzicht.

Een buitenlandse collega uit het Midden Oosten van Manlief vroeg : “A trip is planned to the Netherlands. I thought that walking hand in hand would be no problem in your country. Especially in Amsterdam. For the first time I have to think about it, because I heard it is not safe to do so nowadays. I am confused. What exactly happened?”

Inderdaad, wat?

Waren wij ooit niet zo trots op alles wat garant staat voor vrijheid en dat ieder individu zichzelf mag zijn hier in Nederland? Onze voorouders hebben vele kinderen gered door ze op te nemen en te verbergen voor de Nazi’s. Trots en blij in een land te wonen dat nogal hoog in het wereldwijde lijstje van welzijn en acceptatie staat. En kinderen opvangen die ellende ontvluchten gaat echt niet ten koste van onze eigen kinderen. En wat dan nog? De meeste vluchtelingen zijn ouders die hun kind uit een verschrikkelijke situatie proberen te halen. Niemand verlaat vrijwillig huis, haard en cultuur. Je moet je diep schamen om daar gevoelloos boven te staan.

Als zij daar in de kameelzones zelfs over gehoord hebben, onze huidige intolerantie, wat zegt dat dan over onze tolerantie die ons decennia lang altijd zo sierde en ineens middeleeuws terug geworpen blijkt? Snap er geen snars van. Is het angst? Onwetendheid?

Een ding scheelt wel. Als je haar goed zit voelt alles meer oké.

Geplaatst in Home | Een reactie plaatsen