Fiets

Ik was in een stad en zat achterop de fiets bij Manlief. We fietsten langs hippe winkels en horecadingetjes met iets van sla en poké bowl. Halverwege was er ook een Jumbo. Daar was het het drukst. Ik zag zelfs een Lundia-winkel en wist niet eens dat Lundia nog steeds bestond. Dat was in de jaren tachtig al erg met de duurste en saaiste vormgeving ooit. Even stilgestaan voor de gevel uit nieuwsgierigheid. Nog immer te saai voor woorden en nog steeds hilarisch duur voor plankjes fineer.

Ik kom niet vaak in een stad en ik zit zelden achterop een fiets. Manlief heeft wel fietsconditie, maar de oude fiets was het vervoer. Ik tik de zestig kilo net niet aan, maar je moet het toch meefietsen, diegene achterop, op een oude fiets met een nogal platte achterband. Snelle mensen passeerden ons. Iedereen was eigenlijk sneller, jonger en vooral student. Hier en daar een bakfiets.

Ik zat achterop de fiets bij mijn lief en alles was ineens zo Turks fruit. Even de pijn van lange tijd op een bagagedrager zitten buiten beschouwing gelaten – kan inmiddels weer op een wc-bril zitten zonder al teveel spierpijn in dat gebied.

Hoe dan ook, Toots Thielemans mondharmonicaadde zachtjes in mijn oor en ik voelde me heel even Monique met Rutger voorop. En we waren niet eens in Amsterdam.

Advertenties
Geplaatst in Home | Een reactie plaatsen

Mooie mensen

“Wie is jouw verwijzer voor dit onderzoek?”

“Dokter Vriesema, de uroloog”.

“Ah ik zie het nu. MS zie ik, hoe lang weet je al dat je MS hebt?”

“Zo’n zeventien jaar inmiddels”

“Echt? Oh, maar ik dacht…”

“Je dacht zeker, waar is die rolstoel?”

”Eh inderdaad ja, de meeste MS-patiënten komen hier in een rolstoel binnen. Wat ben jij dan goed zeg”

“50% van de mensen met MS hebben inderdaad tijdelijk of permanent een rolstoel nodig. Maar hersen- en zenuwgedoe is vaak onzichtbaar voor de buitenwereld”

“Maar ik zie toch het meest mensen met MS in een rolstoel binnenkomen, of mensen met andere lichamelijke handicaps en de bijbehorende blaasproblemen”

“Ik ben blij dat ik nog prima kan lopen inderdaad, maar… ”.

“Je hebt dus last van incontinentie en veel blaasontstekingen begrijp ik? Pijnlijk zeker?”

“Euh nee, gelukkig niet incontinent. Komt soms in Schubs wel eens voor. Ja, soms een blaasontsteking, niet zo vaak hoor. Maar die zijn dus niet pijnlijk, zoals de ‘normale’ blaasontstekingen die de meesten hebben en die ik zelf ken van vroeger, dat elke druppel pijn doet. Dat je dus geen weet hebt van een ontsteking, omdat je het dus niet voelt. Ik denk en voel dat alles uit de blaas is, maar dan zit de helft er nog in. Dat signaal is dus blijkbaar verstoord. Ik plas altijd in drie keer. Ik weet niet anders. En trouwens, de blaas is wel het minste gedoe van alle gedoe, maar deze controle moet dus van de uroloog elk half jaar. Vooral voor de nieren begreep ik”.

“Hmm.” *kijkend op scherm*

“Ik loop prima nu gelukkig, ken ook andere periodes in lopen. Ben halfblind en vermoeidheid en overprikkeling zijn het meest invaliderende. Ben nu toevallig heel erg goed, maar dat is soms best anders. Maar ja, onzichtbaar op zo’n echo hè?”

“Alles ziet er vooralsnog goed uit hoor”

“Dat is fijn”

Het was een bloedmooie echo-mevrouw. Perfecte donkere krullen, ogen en mond die jaloersmakend mooi waren. De veertig gepasseerd schatte ik zo in, dus nog meer reden voor bewondering. Perfecte huid ook.
Maar ze keek zo verbeten met een enigszins trieste uitstraling, ondanks die mooie ogen, alsof haar veel was aangedaan. En dat vertroebelt schoonheid zó enorm. De blik op het scherm met amper oogcontact was logisch, dat was haar taak. De hele onderbuik moest bekeken worden.

Dat gemis van empathie en sympathie, eerder raakte ik daar van in de war als ik dat soort mensen trof, probeerde dan letterlijk iets te doen of te zeggen waardoor zo’n iemand zich beter zou kunnen voelen. Sommige mensen hebben inderdaad een trauma. En helaas, bepaalde mensen zijn gewoon van nature nogal narcistisch en onsympathiek.

Maar onkunde bij professionals, dan houdt het op. Laat maar.

Hoe simpel kun je iets dat genuanceerd en gecompliceerd is (MS) binnen 10 minuten schetsen aan een compleet vreemde? Niet. Dat lukt vaak niet eens aan naasten die niet daadwerkelijk onder hetzelfde dak wonen. Die verwachting heb ik ook niet.

Met MS heb je meerdere logen en peuten als behandelaar, sommigen zijn al jaren vertrouwd. Enkele vertrouwde zijn inmiddels vervangen door nieuwe. Dat mijn vertrouwde neuroloog met pensioen ging vorig jaar vond ik heel moeilijk, want ik wist dat er weinig artsen zo menselijk en empathisch en tegelijkertijd zo kundig en nuchter zijn zoals zij.

Na zeventien jaar ben je niet meer zozeer bezig met iets uitleggen. Dacht ik. Dacht ook dat ik het amper nog deed. Ik hoorde het mezelf toch weer doen. Stom eigenlijk, want waarom energie verspillen aan iemand die je waarschijnlijk eenmaal in je leven ziet? Ik werd blijkbaar toch getriggerd door haar professie en haar onwetendheid. En ik ben er denk ik na zeventien jaar ook wel klaar mee dat ik me moet verdedigen voor het feit dat ik NIET in een rolstoel zit. De ironie. Sommige rolstoelers kunnen nog wel autorijden. Ik niet meer. Wat tevens betekent dat mijn mede-zenuwlijers die wél in een rolstoel zitten wellicht te vaak als zielig worden beschouwd. Dat is ook vreselijk. Die mouwen opstropend wel zouden willen opstaan – letterlijk en figuurlijk – om het tegendeel te bewijzen. Vooroordelen zijn hardnekkig, Voordeel is wel dat 80% van de mensen met MS vaak te moe zijn om discussies aan te gaan. Die zijn al blij dat douchen is gelukt en er eten in huis is.

Ik leer nog steeds en durf meer onder ogen te zien en dat is mede dankzij die neuroloog die ik had dus. Zij heeft me genoeg mee gegeven om te blijven navigeren op intuïtie. Daarin vonden we elkaar altijd. En dat er altijd luchtigheid en humor was in al het zware.

Ik gun de echo-mevrouw ook iemand die naar haar luistert en haar luchtigheid biedt. Gewoon even lachen. Mijn God, wat zou ze nog mooier dan mooi zijn, als ze oprecht zou kunnen lachen.

Ddp7MiDUQAEAewQ

Geplaatst in Home | Een reactie plaatsen

Keuze en lijstjes

Laatst stuitte ik op mijn Top 2000-lijst van maanden geleden. En ik had zin om een van die liedjes te luisteren. En nog een. En meer. En met terugwerkende kracht stond ik ineens zo enorm achter mijn gekozen liedjes, veel meer dan tijdens het invullen in december. Altijd die twijfel en die beperkingen: “Ja maar die dan? Die moet ook. Die mooie toch maar niet, want die ene moet sowieso”. Het is altijd M&M (Momentopname en Mood), maar toch. En ik luister eigenlijk nooit naar radio, al jaren niet meer. Ook de Top 2000 niet, dus hoezo die energie verspillen?

Het is toch de liefde voor lijstjes denk ik. En Heroes, want die moet in ere blijven.

Wat heb ik eigenlijk een fijne lijst ingestuurd denk ik nu. Uitermate subjectief, maar zo gaat dat met smaak. Eigenlijk helemaal geen momentopname, maar wat ik in de basis echt mooi vind. Ook over twintig jaar nog. Niet dat ik niet nog meer basislijstjes zou kunnen vullen met alles wat ik net zo mooi vind, maar de twijfel is helemaal weg. Fuck de twijfel, nog meer navigeren op passie en intuïtie dus.

Ik houd dus van lijstjes. En best wel van grafieken. Als control freak met OCD-trekjes ontkom je simpelweg niet aan lijstjesliefde. Verschijnt er ergens een lijstje of een grafiek met – het liefst triviale en banale dingen – dan moet ik kijken. Zoals in welk land de bevolking het meest zuipt, wel of niet de handen wast na een wc-bezoek, waar het het koudst is, het warmst, het gelukkigst is of de meeste seks heeft. Waar de meeste metal-liefhebbers wonen, terwijl ik daar zelf niet eens van houd (Scandinavië en Zuid-Amerika, duh) en waar The Proclaimers naar toe moeten als ze echt 500 miles voor iemand zouden gaan walken and more. Daar is echt een grafiek van. Ik vind die dingen dus onweerstaanbaar. Bovendien, iemand heeft zo’n grafiek daadwerkelijk gemaakt, dus diegene is nog erger dan ik. Waardoor ik me weer normaler voel. Iedereen blij.

Op het moment van kiezen gebeurt er altijd iets merkwaardigs. Zelfs met zoiets banaals als de Top 2000. Iets vissen en kiezen uit een veel te grote vijver met veel teveel keuze is voor controle-neuroten nogal ondoenlijk. Het Zalandosyndroom noem ik het. Je zoekt een simpele trui en bij pagina vijf aangekomen is er geen enkele trui voorbij gekomen die je wilt en je ziet dat er nog dertien pagina’s gaan komen. Klik doei.

Dan gebeurt er dit: “Ik heb ook eigenlijk gewoon wel truien genoeg”. Die opluchting, dat er niets te kiezen valt en hoeft. Wat een waanzin eigenlijk. Ik hoef niets nieuws, al die keuzes. Als het koud is wil ik die favoriete warme trui aan. Die keuze is makkelijk, want die trui heb ik gewoon al.

Maar soms gaat iets over muziek. En dat is vaak de trigger in lijstjes en keuzes. Wie zit er te wachten op mijn keuzes in muziek? Niemand inderdaad. Maar toch hè? Zelf ook geen idee waarom ik dat serieuzer neem dan wenselijk.

Van het luisteren naar het lijstje trof onderstaand nummer mij zeer. Meerdere redenen waarom juist dit nummer mij zo ontroert. Ten eerste, ik heb een enorm zwak voor disco. Guilty Pleasures, zeggen sommigen. Persoonlijk vind ik het raar dat er zoiets als ‘schuldig’ bestaat voor alles wat iemand fijn, prettig of mooi vindt. Mijn hele leven al een zwak gehad voor Jackson 5.

Ten tweede, zo’n (toen nog) krullenboljochie die zingt over hartzeer en zelf geen idee heeft waar het over gaat. Nog voor de eerste natte droom. Zingend over ‘darling’ en ‘When I had you to myself’. Och arm kind toch. En dat je weet van die drillende vader en al die swingende broers op de achtergrond die langer, groter en overweldigender zijn. ‘Give me one more chance’ naar een fictieve geliefde zingen als je net elf ben en doen alsof je alsof je al veel kansen hebt gehad. Die hele tekst van dit lied uit de mond van een kind, het is zowel komisch tot nogal belachelijk en vooral aandoenlijk. Zijn leeftijdsgenootjes destijds ontdekten een skateboard en Pacman. Ook nog jaren verwijderd van haren op een kin of bovenlip.

Dat kereltje toen, dat enorme talent. Kijk dit bewegen, die heupjes! En dat het allemaal zoveel en teveel bleek. Zoveel talent en zoveel van alles en zo snakken naar rust. En dat was al jaren voor Thriller. Je hoeft geen psieg te zijn om te snappen waar een verslaving begint. Of het nou om alcohol, pijnstillers of welk soort drugs dan ook gaat, dat alles van het dempen van pijn en een persoonlijkheid en jeugd die bepaalt wordt door anderen. Maar ook die passie voor dansen en zingen zien, dat kun je niet faken.

Die grote broer met die komische vleugels daarachter. Redelijk hilarisch. Nog een ander klein kereltje op de achtergrond tussen die grote broers. Wie is het? Noch erger, anoniem en dat van tussenin. Wel diezelfde druk, maar nooit succes. En waarom mochten de zussen niet meedoen? Het fascineert me. Tevens dat ene jochie dat altijd op de voorgrond geschoven werd en geen jochie mocht zijn. Later het meest beroemd. Dat passie en talent aan het eind van het figuurlijke en letterlijke liedje uiteindelijk jouw ondergang zijn geworden. Djiezuskraaist.

Ten derde, dit nummer maakt mij altijd blij. Hoe kut alles ook is. Staat heel terecht op mijn lijstje. Het is bijna onmogelijk hier niet blij van te worden.

Zoek blij en kijk dit. Geen dank. Muziek geeft de stem, de woorden en het gevoel die soms lastig te vinden zijn. Soms schuurt het leven. En dat er zelfs uit schuren iets moois kan ontstaan, dat is geruststellend en vervreemdend tegelijk.

Geplaatst in Home | 4 reacties

Lieve Oscar

Ik herinner me nog precies de dag dat je in mijn leven kwam. Enkelen gingen je voor, maar ze zijn nooit geweest zoals jij bent. Die allereerste keer dat ik je ook daadwerkelijk voelde wist ik: “Jij en ik horen bij elkaar”. Jij wist het ook hè? Nooit daarvoor had iemand mij op een manier omarmd zoals jij dat toen deed. Sommigen gebruiken de term voorbestemd. Ik denk wel dat dat zo was, jij en ik.

Loslaten kon op dat moment al niet meer. Erotisch gezien val ik niet gauw voor types met jouw kleur, maar jij leerde mij al snel dat kleur er niet toe doet. Ook al was je geel, bruin of oranje geweest, ik wilde je. Manlief was zelfs getuige van een heftige liefde die mij ineens overkwam. Het was ook best even een gedoe om je mee te nemen, het prijskaartje wat aan je hing vergde wat onderhandelingen wederzijds. Maar je mocht uiteindelijk mee.

En tot op de dag van vandaag heb je me nooit teleurgesteld, Oscar. Je bent mijn anker, mijn rots, mijn alles. Er is niemand die mij elke dag zo gewenst omarmd zoals jij dat kunt. Elke dag weer rusten mijn vaak vermoeide hoofd en lichaam in jouw schouders. Je bent rustig, je oordeelt nooit, jij hebt nooit een mening. Sterker nog, ik heb je nog nooit horen praten en dat is vooral een van je pluspunten. Je communiceert anders, meer van: “Kom maar hier, het is goed, je hoeft niets, ik ben er voor je”. Vaak verbeeld ik me een zachte fluistering te horen. Je bent vurig van kleur, maar zacht en fijn.

Als we even niet samen zijn, profiteren anderen van jou. Omdat je nou eenmaal onweerstaanbaar bent. Maar iedereen om mij heen gunt mij dat van jou en mij en zodra ik in jouw buurt ben, ben je beschikbaar.

Ik zou niet weten wat ik zonder je zou moeten. Als je ooit oud en versleten raakt, dan beloof ik je dat ik je nog steeds lief zal hebben. Dan lap ik jou weer op en daardoor jij mij. Misschien geef ik je steeds een andere kleur, maar omarmend kleurrijk zullen we samen zijn tot de dood ons scheidt. Er is niets en niemand wat jou en mij kan scheiden. De dag dat ik voor jou koos is er een van onvoorwaardelijke liefde.

Lieve Oscar (zo heet je, volgens de factuur), ik houd zielsveel van je.
Je bent de beste stoel die me ooit is overkomen.

Geplaatst in Home | 6 reacties

Vakantie

Vakantie is eigenlijk wel een subjectief gebeuren vind ik. De geplande reis is iets waar je naar uit kunt kijken. Of een onverwachte last minute beslissing die welkom is. En hoe fijn of mooi de vakantie ook is, in het algemeen wordt een vakantietrip ook wel een beetje overtrokken. ‘We’ hebben nogal de neiging te overdrijven als het om vakantie gaat. Waarom eigenlijk?

Misschien omdat alles ineens anders is, weg uit de routine. Het weer vooral, warmer dan Nederland. Misschien omdat het nogal een aanslag is op het jaarlijkse budget, dus móet het wel leuk zijn allemaal. Tweeduizend euries uitgeven en dat het dan regent op de camping/te heet is/schaamluis in een hotelbed/niet kunnen poepen op de camping-wc/die disco verderop elke avond/de zee die azuurblauw leek maar in het echt grijs/enzovoort. Dat denken we lekker weg. Op vakantie veranderen pessimisten ineens in optimisten. Al die moeite en dat geld, je moet het toch ergens verantwoorden.

Vooropgesteld: ik ben een vakantieganger, geen reiziger. Reizigers, dat zijn mensen van een heel andere orde. Die moeten reizen, net als schrijvers moeten schrijven, schilders moeten verven en mensen die aandrang hebben een wc nodig hebben. Reizigers zijn niet zo bezig met een accommodatie, als ze maar ergens kunnen slapen. Die zijn meer gericht op nieuwe plekken en culturen ontdekken in plaats van het klimaat en een zonsondergang aan zee. Die kunnen zelfs even een tijd wonen elders, ver weg. In hun koffer geen hakken, een föhn of lippenstift. Ik bewonder reizigers, maar heb dat gen zelf niet en mis het ook niet. Ik kan ter plekke rustig neervallen zonder Napels en de Chinese muur te hebben gezien.

Als een arts zou zeggen dat ik nog drie dagen te leven heb, dan zou ik de laatste drie dagen van mijn leven in mijn eigen huis en tuin doorbrengen. Nergens anders. Met iedereen die ik oprecht lief heb. En graag ook nog een dag even helemaal alleen. Van jezelf moeten bungeejumpen voordat je dood gaat en ook nog ergens anders dan thuis, wat een nachtmerrie. Alleen al om dat soort dingen heb ik geen Bucket List. En van alles op de wereld is mijn eigen huis het fijnst. Een plek waar je het meest van de tijd in een jaar bent en het meest jezelf kunt zijn. Mensen delen vooral iets als ze ergens anders zijn dan thuis. Ik vind het prima, maar opmerkelijk is het wel. Hoezo die bewijsdrang? Dat van kijk mij eens lekker op vakantie zijn. Vaak wil ik delen ‘kijk mij lekker thuis zijn’, maar niemand die dat leuk vindt dus laat maar.

Ik ben trouwens blij dat reizende mensen vaak een podium krijgen via de tv, want ik kijk er graag naar. Zij het gedoe, ik heerlijk kijken vanuit mijn comfortabele stoel. Vooral in de winter. Wijntje erbij, stukkie kaas ernaast en nog een blokje hout in de kachel.

De medicijntas die ik meesleep op vakantie is al een koffer an sich. Van diarreeremmers tot een mitella, alles gaat mee. Belachelijk, want ik ga nooit naar een derdewereldland. Als control freak met ook nog gedoe word je nooit een reiziger, maar blijf je eeuwig die vakantieganger. Ik vind het best. Heb veel mooie vakanties gehad door de jaren heen met bijzondere herinneringen op prachtige plekken. Ik zou het precies zo weer doen als ik het over moest doen. Moet gezegd, hakken en lippenstift zijn ook geen dingen die ik meeneem op vakantie. Ik heb niet eens lippenstift, alleen Labello.

Ach Floortje, daar aan het eind van de wereld. Het ultieme voorbeeld van een reiziger, verre van vakantieganger. Qua reizen zou ik Floortje willen zijn. Ik ben helaas de floor, zij de je op het eind. Die van het. Het intrigeert wel om te zien hoe thuis ze zich elders voelt. Maar zag een keer een interview met haar hier in Nederland (in haar strandhuisje) en toen was ze ineens toch een wat eenzame en ontheemde Floortje voor mijn gevoel. Je kunt je de pleuris reizen, maar als de basis geen anker heeft blijft reizen schijnbaar toch een vorm van drijven. Dat lijkt mij het lastigste, van reiziger zijn. Eigenlijk diep vanbinnen niet geschikt voor een vaste basis en vrij willen zijn, maar tegelijkertijd ook een basis nodig hebben, een vast gegeven om je heen om op terug te vallen.

Ik houd absoluut van cultuur, ben juist zeer gevoelig voor authentiek. Maar natuur wint het altijd van cultuur, hoe ik het beleef. En ik weet dat ik nooit iets in de trant van All Inclusive moet boeken. Al die mensen en dat gevreet, die buffetten, de plaatsvervangende schaamte die je voelt over de zielige zalvigheid van ‘het personeel’ om je heen, die polsbandjes. Ik heb het nooit gedaan en misschien een onterecht oordeel, maar zo spreekt het gevoel.

Zal daarom ook Dubai nooit gaan zien, moet er niet aan denken. Manlief komt er geregeld via werk. Je gaat daar heen vanwege werk. Je gaat daar wonen omdat je nogal geilt op geld en mag rijden in een kek suvje in je expatbuurtje met hekken en omringd door buren die in een nog grotere auto rijden dan jij en klagen over de hitte en het onderwijs. Zo onverwacht, niet eerlijk allemaal. Met een Chaneltasje in de zwetende elleboog. Of je gaat daar op vakantie als degene die toch al nooit voor de sfeer ging. Een soort Hennie van der Mostprojectje in een woestijn. Ik moet geld krijgen (en behoorlijk veel) om daar vrijwillig naar toe te gaan.

Ik kan niet zeggen dat ik weinig heb gereisd an sich, met ouders die ook altijd de grens over gingen op vakantie. En hoe blij ik was dat het altijd die bestemming na de Alpen was. Na de Gotthard-tunnel ging ineens altijd de zon schijnen, serieus waar. De vouwcaravan was altijd doorweekt na die ene doorreisnacht in Zwitserland of Oostenrijk, met het beeld van een vader die in rubberlaarzen en regenpak met een schop altijd geultjes stond te graven rondom de Alpen Kreuzer. Ja, dat ging altijd mee. Een schop, een regenpak en laarzen. Naar Italië. Ik zeg niets. Adieu regenachtig Zwitserland, welkom Italië. Ik klapte als kind dan altijd in mijn handen na de tunnel. Weg bergen en sombere wolken, welkom zon en alles ineens weer open.

Later drie campers gehad, waarmee we behoorlijk wat kilometers hebben gemaakt en veel hebben gezien. De eerste echte vakantie met Manlief in 1986 naar (toen nog) Joegoslavië, in een Fiat met een tentje. Onder de rook van Tsjernobyl dat jaar. Ja, dat was in meerdere opzichten een stralende vakantie.

Kamperen is helaas echt teveel gedoe geworden. En dat is jammer, want heb zo enorm genoten van al die camperjaren. Toen vrij en flexibel nog bestond, het reizen met jonge kinderen alleen al een feest is door die camper. K3 door de speakers, spelen achterin, ijsje uit de vriezer en altijd kunnen plassen op een eigen wc. Ook in een file.

Voor de rest heeft het merendeel van de vakantiegangers meer landen gezien dan ik, vooral op andere continenten. Laat staan de reizigers. Punt is ook dat ik niet zo dol ben op vliegen. Niet vanwege vliegangst, maar dat veroordeeld zijn tot al die mensen op een paar vierkante meter om me heen voor een paar uur. Ugh. Zoveel prikkels. Ik ben denk ik ook de enige die altijd de safety instructions van de stewardessen volgt, terwijl de rest dan al verdiept is in een boek. Ik vind het zielig dat niemand kijkt én ik ben gefascineerd door dat ultieme protocoldingetje en die bewegingen. Ik kan het ook niet niet zien, al zou ik dat best wel willen. En let er ook op hoe deze stewardess dan weer toneelgespeeld in het blaastuitje blaast. Dat blaasmomentje, ik moet het zien. Sneu? Ja behoorlijk. En dan de hele reis al die anderen om je heen. Feit is, in een vliegtuig of trein met anderen is er geen ruimte over voor extra prikkels in de vorm van lezen of muziek luisteren. De hele reis en aanloop vooraf (snelweg, ander ritme, Schipholgedoe, opletten, heel veel mensen, wachten bij een gate) heeft zijn tol al geëist. Doodmoe betreed ik een vliegtuig. Vol hoofd. Na twee uur snak ik al zo erg naar de landing en de uitgang.

Ik zie mannetjes op een bankje zitten op een buitenlands plein en geniet van die cultuur vanaf een afstand. Om vervolgens vooral heel erg de natuur in te duiken. Want daar is het praatloos. Ik geniet van prachtige steden, zoals Rome, dat je voelt hoe oud alles is. Maar jammer van al die duizenden mensen om je heen op die paar vierkante meters die er ook van genieten. Of in Florence. Of in Siena. Ik heb in twee weken meer mensen gezien dan in de afgelopen twintig jaar. Kuddes mensen, zoveel mensen, nooit mensloos op geen enkele plek. Anderen houden misschien meer van mensen en drukte, ik niet. Ga weg allemaal. En hoezo ben ik hier? Ook nog eigen schuld dikke bult.

Er zijn vakantiemomenten die alles de moeite waard maken en waarvan je denkt: “Dit is de reden waarom ik ging”. De onverwachte verrassingen, de rust, dat ene etentje, een lucht, de zee dichtbij als dat thuis niet zo is. Dierbaren allemaal om je heen, zwaluwen die naast je een duik in het zwembad nemen (echt, zo mooi). En terugkijkend op al die vakantiejaren achter me, die uitzichten op en die duiken in die echt turquoise zeeën, poh. Fijn hoor. Ben in bergen en op bergtoppen geweest en ken bijna elke col in Europa. Gelukkig allemaal gezien voordat hoogtevrees ineens een dingetje werd. Toen de hersens het lieten afweten. Toen een gezonde coördinatie nog leidend was, geen angst, geen paniek, geen controleverlies. Toen er nog een filter voor prikkels was.

De allereerste keer in Corsica, 1991. Onvergetelijk. Niet in een zomervakantie (nog geen kinderen). Zo overweldigend mooi. En vooral, rustig. We zijn er inmiddels meer dan tien keer teruggekeerd. Oudste was negen maanden toen ze daar voor het eerst was. Het was daar dat ze voor het eerst de hele nacht sliep. Haar eerste tand kreeg, voor het eerst ging staan, ging zwaaien en oprecht lachen. In nog geen twee weken. Voor het eerst in het leven een beetje een gelukkig mensje worden, na maanden van gehuil. Zo’n eiland.

Misschien hebben we de vakantie zo lief omdat we ons eens per jaar permitteren niets te moeten en te hoeven, dat het eens per jaar ook een legaal excuus is: “Sorry, heb je/het/je bericht/uw verzoek gemist, ik was op vakantie”. Het is vaak een combinatie van alles op het juiste moment tezamen waardoor het soms best leuk is.

Vakantie dus. Even weg. En er zijn momenten op vakantie die je zeer naar thuis doen verlangen. Hoor je daar iemand over? Welnee. We zijn op vakantie, dus het is allemaal alleen maar leuk. We delen net als die tachtig procent anderen onze vers gelakte teennageltjes met glad geschoren benen in de zoveelste branding en ja, ook ik vind alles net iets gezelliger daar elders, dus spreken we vooral in verkleinwoorden als terrasje, wijntje, slippertjes, het bakkertje en het vriendelijke obertje in dat leuke tentje. Wie durft er eens ongelakte kalknagels en Bokitobenen thuis op een wc-bril in de winter te plaatsen? Doe es, toe dan.

Voorbeeldje van subjectief, je bent bij de Trevifontein in Rome en deelt dit. Het is ook best mooi, die fontein.

Maar vanaf een afstandje is het eerlijker en redelijk hilarisch. Je ziet ineens honderd Instagram en Facebookposts in wording. De duckfaces vliegen je om de oren en mensen die elkaar in het oog van de camera kussen, terwijl hun hele houding verraadt dat dat buiten die camera niet nog een keer gaat gebeuren. Ik vind dat grappig. Ik zou wel een hele dag vanaf een afstandje naar het Trevigebeuren willen kijken vanaf een bankje. Gewoon, om die mensen en al hun geploeter. Omdat delen tegenwoordig belangrijker lijkt dan zelf ervaren.

En ook al ben je die eenling die daadwerkelijk van zoiets wil genieten zonder de behoefte het te delen, dat kán dus niet eens, met al die mensen om je heen. Heb heel cliché ook de twee muntjes over mijn schouder gegooid, maar of de tweede wens ook zal uitkomen – dat je naar Rome terugkeert – ik betwijfel het. Prachtige stad, maar mij veel te druk.

We waren op een ander moment ineens onverwacht bij een onbekende andere fontein en Jongste vond dat het meest memorabele van heel Rome. “Daar bij die ene fontein, dat was pas mooi”.

En gelijk heeft ze. Mensen die een boek lazen aan de rand. Een peuter die een plastic bootje heen en weer liet varen, met opa en oma lachend en wakend. Geen duckfaces in de scherm van een mobiel die gedeeld moesten worden. Vakantie is soms best leuk, je moet alleen zelf je eigen fontein ontdekken.

En als een stad gaat slapen en al die mensen om je heen een beetje gaan verdwijnen, dan ontvouwt zich het mooie. Rome by night, daar aan de Tiber. Wonderschoon.

De vakantie was een mix van prachtig, doodvermoeiend, veel te veel drukte, later heel veel rust, veel te heet, samen en mooie dingen. Rome en Toscane. De voorbereiding was meer dan zorgvuldig. Na jaren vakantie-ervaring vermijd je de valkuilen en met de tegenwoordig bijbehorende makke kijk je zelfs naar het type stoel bij de accommodatie. En die viel trouwens weer tegen, mooie gietijzeren stoeltjes ammehoela, dus haalde ik stiekem ’s avonds een stoel bij het zwembad weg.

Maar dan nog heb je nooit alles in de hand. Het weer, bijvoorbeeld. Florence is leuk, maar niet met 42 graden. Ik zag daar vanaf een terras iemand die met zijn best wel grote hond in de armen liep naar de fontein op het plein om daar de verschroeide voetzolen van de viervoeter af te koelen. Arm beest. Lief baasje. De ober gooide emmers water op de straat rondom het terras. Nat oogt koel, dus klandizie. Ik vond dat best slim. Bij de fontein stonden ook Aziatische mensen met een soort van regenjas aan. Ik vermoed UV-werend. Hier wil men bruin, daar absoluut niet. Hoe dan ook, van alleen al kijken naar mensen die iets van plastic aan hadden begon de bovenlip al meer te zweten dan ie al deed en mijn onderbroek verdween steeds smeltend in de bilspleet. Dat soort hitte. Ik was er ook niet mee bekend voorheen, dat soort hitte. Links naast het plein was een winkel die wollen sjaals en jassen in de opruiming had. Ook nog vooral rood (hitte), hoe geinig. Prachtig hoor, die Basilica di Santa Maria del Fiore. De dom van Florence. Maar kijk, dit. Al die mensen. Het is toch verschrikkelijk?

Met je Kathedraal en acht euro voor een glaasje bier en hetzelfde voor een wijntje, formaat neusgat. Proberen drie slokjes te nemen in een uur zonder dat het glas leeg raakt, dat is ook een kunst. Dat van (z)onder nippen. Is daar ook een term voor?

En dat je even vergeten was dat Romeinse stadjes van oudsher áltijd op een heuvel of berg gebouwd zijn en dat je altijd klimmend moet lopen.We gingen naar Siena en elke gek weet, dat betekent vooral klimmen. Hoe groot was mijn vreugde dat er inmiddels een roltrap voorhanden was. Heb even mijn authentieke voorkeur opzij geschoven en enorm geprofiteerd van de zes roltrappen omhoog. Zes! Het voor Christus Romeins versus het nu. 2017. Mijn benen vonden het meer dan fijn, maar grappig is het wel.

Jongste wordt vooral heel erg blij van dit Italië.

 

Siena was heus leuk. Vooral in de avond. Maar zo overdreven leuk nou ook weer niet. Het heeft de naam en helaas, als bijen op honing wederom al die mensen. Ik ken vele andere onbekende historische stadjes die ik net zo bijzonder vond. Zonder al die mensen en poeha.

Had mij al geruime tijd verheugd op de vakantie, vooral op het eten. Die pasta Vongole vooral. En hij kwam er.

Wat mooi hè? Daarna nog even een ijsje scoren bij de famous Giolitti ijssalon in Rome voor iemand die nooit ijs eet. Enorm beroerd geworden daarna en vreselijk overgegeven. Het was ook een lange dag en heel vermoeiend. Dat is ook vakantie, tegenwoordig. Letterlijk kotsen van vermoeidheid. Ik sta niet bekend als een kotser. Sterker nog, heb vele malen gewenst dat ik het kon maar dat lukte nooit. Het afgelopen jaar heb ik onvrijwillig al een paar keer mijn maag geledigd. In het kader van ruimte voor jezelf vrijmaken vond ik het wel enigszins overdreven, maar er moest dus blijkbaar op alle fronten wat uit.

Vakantie is letterlijk en figuurlijk de grens over gaan. Van niets naar ineens zoveel tegelijk. En om niet de afhaker te zijn ga je daar die grenzen wel over om niet de lulligste te zijn (het is vakantie, dus het moet wel leuk blijven), maar het lichaam vond van niet. MS is helaas niet eens weg als je zelf weg bent. Ik denk het dan vooral weg, maar ook op vakantie reist die fucker gewoon mee. Vooral dan. Manlief moest de wasbak in de airbnb ontstoppen vanwege de spaghetti en de kokkels. Vongole will never be the same.

En dat je net in de hittegolf “Lucifer” bent in die twee weken dat jij toevallig net in Italië bent. Gelukkig net na Rome toen we inmiddels in Toscane waren. Dit is de milde versie, de 42 kwam ook voorbij. Uit de auto stappen en denken: “Rot op met die föhn in mijn gezicht blazen”. Hitte, daar klaagden anderen altijd over, ik nooit. Toen het brein en het gevoel het nog wonnen van de makke. Inmiddels wint de makke. Vroeger werd ik vooral actief vanaf dertig graden, tegenwoordig zie ik dan letterlijk alles wazig. Hete mist, noem ik het. Heel leuk zo’n Toscaans landschap, maar vanuit mijn falende zicht bij dertigplusgraden helaas vrij mistig.

Met airco en zwembad trouwens prima te doen, de locatie was fantastisch daar in Toscane. Op een wijnboerderij met zoveel rust en privacy. Godskolere wat was het mooi.

Stadjes bezoeken werd ineens ’s avonds vanwege de hitte. Wat trouwens ook wel weer mooi was met die lichtjes. En ook, ik weet nog precies welk hoopje hopeloze ellende ik was aan het begin van dit jaar met dat best wel donkere dal. Dan maar Lucifer en wazig zien. Mentaal geploeter is zoveel malen meer verwoestend in al het zijn.

De vakantie was best te pruimen hoor. Vele momenten waarvan ik oprecht heb genoten. Ik heb zelfs een Facebookwaardige foto van gladgeschoren benen die ook nog eens gladder lijken dan in het echt met hangvel, jeuj. Niet gaan zeiken over die spatader op rechts hè, ben ook geen zestien meer. Hier zat ik vaak met een muziekje op, benen in het water. Enorm veel rust. Ja, dat was echt fijn. Zelfs met vijf keer per nacht buiten zitten vanwege het slechte slapen.

Een zandpad leidde ons naar het huis, niet te vinden op een kaart. Links het terras, rechts het huis met airco en verderop het zwembad.

San Gimignano was wederom mijn favoriet. Mooier dan Siena en Florence. Nu daar na al die tijd met Oudste, 21 jaar geleden ook al, maar toen zat ze nog binnenin, als uit de kluiten gewassen foetus. Kijk daar staat ze rechts, die foetus van toen, 21 jaar later.

Sfeer

   

En als de zon dan onder gaat daar in Toscane… dit was bij het huisje. Nooit zelf gezien, want toen lag ik altijd voor pampus op bed.

Soms reden we door de heuvels met de ondergaande zon en dat voelde alsof je in een filmdecor was beland. Sommige clichés zijn gelukkig echt heel erg mooi.

Katten die ’s avonds op je schoot liggen… Dat alles van zoveel rust. Echt zoveel rust.

En op de allerlaatste avond hadden we de Chianti Classico van Eva en Fabricio, onze hosts die hun eigen wijn maken van de wijngaarden die we om ons heen zagen. Die laatste avond met die wijn, dat moment, die stilte. Ik ken mun wijntjes, maar heb werkelijk nog nooit zo iets fijns geproefd. Daar onder de Toscaanse hemel die avond.

Ik ben een simpele vakantieganger die een poging doet een reiziger te lijken. We doen allemaal pogingen om te zorgen dat het leven een beetje leuk en draaglijk blijft.

“In de poging ligt al het moois”, aldus Griet op de Beeck in haar boek ´Vele hemels boven de zevende’. Een van de boeken die ik las daar in Toscane en het was een aaneenschakeling van zoveel moois en zoveel mooie taligheid. Las haar tweede boek ´Kom hier dat ik u kus´eerder dan dit debuut en dat vond ik ook al meer dan mooi, maar als schrijver zo’n debuut schrijven, wonderbaarlijk mooi.

En van alle plekken op de wereld, wat houd ik toch enorm veel van mijn eigen plek.

Thuis.

Geplaatst in Home | 9 reacties

Asociaal

Ik schrijf af en toe nog steeds wel, maar krijg op een of andere manier een verhaal niet zo goed meer op een rijtje. Wierp net even een blik op al mijn onafgemaakte verhaaltjes en dat op zich veroorzaakte al kortsluiting. Onderwerpen zat en ik weet ook nog precies hoe ik dan begon en wat ik daarover wilde schrijven. Cohesie is ver te zoeken.

Heb me nu als doel gesteld in ieder geval één verhaal proberen te maken én te publiceren en als je dit leest is dat dus gelukt. Hoera. Daarna ga ik me richten op al die andere dingen die ik eigenlijk wilde delen, om daar iets van te maken. Voordat ik dat doe, is het misschien zinvol om te schrijven over waarom zoiets als schrijven niet zo vanzelfsprekend (meer) is. Misschien wordt het een te lang verhaal (ik voel de bui al hangen), maar als ik mezelf weer restricties opleg wordt het nooit wat.

Eigenlijk heb ik na al die jaren niet altijd zin meer om het over de ongein van het brein te hebben. Liever schrijf ik over vakanties (en het overdrijven daarvan), al mijn beste aankopen ooit, hoe stom valentijnsdag is en de medicinale wiet-hype. Allemaal over begonnen, maar niet af dus. Ik zag een stukje over mensen die complete zitbanken of kapotte buggy’s naast een glas(!)bak zetten. Over de leuke Iraanse kapper van Manlief en spaghetti slurpende en kokkels opboerende Aziaten in Rome. En hoe ik zelf een lading Vongole niet eens gewoon opboerde, maar volledig in de wastafel van de airbnb heb gekotst en hoe de boel toen verstopt raakte. Van dat soort luchtige dingen. Zag ook nog iets over de verkiezingen in Maart. Ik zat toen vooral in wacht- en spreekkamers elke week. Oud nieuws, laat maar.

Ik ga mijn best doen en proberen compacte schrijfsels over algemene onderwerpen te schrijven en er een geheel van zien te maken. Maar nu dus eerst even over gedoe. Gedoe hebben is maar gedoe. Iedereen heeft gedoe. Maar een bepaald soort gedoe heeft nogal invloed op het sociale verkeer. Met name als het gedoe in kwestie maakt dat iemand zich nogal terugtrekt en zich het liefst onthoudt van sociaal gedoe.

Manlief: “Zou je het niet nog eens in een blog kunnen uitleggen? Dan hoeft dat niet steeds aan iedereen individueel. Veel te vermoeiend”. Dat vond ik wel opvallend, want zelf is Manlief het type die zelden een podium zoekt of iets deelt via social media.

De aanleiding voor dit schrijven komt ook voort uit het feit dat ik laatst weer geconfronteerd werd met de moeite die anderen met mij hebben. Ik dacht dat ik na al die jaren daar wel sterker in was geworden, en het is nogal een verschil uit welke hoek het komt, maar vanuit een bepaalde ‘hoek’ kan ineens iets zo ongenadig hard binnenkomen. Opgekruld in bed liggen en niet kunnen stoppen met huilen. Om het moe, het inleveren, de leegte in je hoofd en hart, de ruis om je heen, de angsten, het onvermogen, de verwachtingen, het verliezen. Er is zoveel verlies. En misschien is het wel eens goed om eens een keer echt te huilen om al het verlies. Misschien had ik dat al veel eerder moeten doen. Maar heel fijn is het ook weer niet, als je ineens zo emotioneel incontinent bent. Je wordt er nog meer moe van en je raakt nogal in conflict met jezelf vanwege je intense haat voor zelfmedelijden.

En daarna was er die dierbare vriendin die een vraag stelde die me echt aan het denken zette. “Kun je uitleggen wat je echt nodig hebt? En er kwam een: “Laat daar wat bij een ander hoort”. Ik voelde die woorden in mijn buik. Ik dacht: “Kan ik dat eigenlijk wel, iets uitleggen, hét uitleggen? Iets daar laten wat bij anderen hoort?” De twijfel sloeg toe. Ik dacht eerst ‘Ja, dat kan ik’, want dat heb ik al zo lang gedaan, of althans geprobeerd te doen. Dat uitleggen. Maar iets daar laten wat bij een ander hoort, ik denk dat ik vooral daar niet zo goed in ben. Of in ieder geval nog net niet goed genoeg.

Mensen die je dit soort vragen stellen maken van twijfelen ineens iets waardevols. Omdat het vooral begrip bij jezelf veroorzaakt, even met een afstand kijken naar jezelf. En dat is groeien, verder komen. In alles wat soms schuurt en tegen zit. Het gaat niet om een ander en het eventuele onbegrip, het gaat erom in hoeverre jij toelaat om het nog een extra onderdeel van alle stress op een dag te laten zijn. De boodschap staat of valt niet alleen met de manier van communiceren door de boodschapper, maar heeft ook te maken met de interpretatie van de ontvanger.

Heb mensen om me heen die een rots in de branding zijn. Vooral die van het niet praktische. Mensen die nooit turven en niet zoveel verwachten en er toch altijd zijn. Ook al is het niet fysiek en op de achtergrond. Afstand is een rekbaar begrip. Een simpele app met ‘Lieve vriendin’, alleen dat. Net op een rotdag en diegene weet dat niet eens. Een gesproken bericht waarin zij zegt dat ze wel dertig keer hier wil komen en ik niet per se naar haar hoef.

Andere anderen verwachten meer wederzijds begrip, omdat iedereen zijn of haar eigen sores heeft en dat snap ik ook. Ik weet heus wel hoe slecht ik inmiddels ben geworden in het onderhouden van sociale contacten. Soms schuurt het met mensen die verwachtingen hebben waaraan je niet kunt voldoen.

Gedoe treft niet alleen de persoon in kwestie, maar ook diegene aan de zijde van die van de kwestie. Manlief klaagt weinig en verwacht niet veel. Tenminste, nooit iets van een ander. Verongelijkt zijn is hem vreemd. Hij is degene die bewaakt en beschermd. Hij houdt mensen buiten de deur hier als het sociale mij niet lukt. Dat is soms langer dan een ander redelijk vindt. Drie maanden is soms niks. Geduld en tijd lopen hier in huis nogal uit de pas met anderen. Drie maanden voor mij zijn vaak drie weken voor anderen. Er kunnen maanden voorbij zijn gegaan waarin ik totaal ergens anders was, of er helemaal niet was. Hoe moet je dat uitleggen? Ik heb echt geen idee. Ook de puf meestal niet voor.

En dan is Manlief de lul als ie weer mensen buitenboord houdt en ik niet. Hij kan dat. De lul zijn en daar geen seconde van wakker liggen. Als ik daar al drie procent van had was ik al blij. Ziekte treft niet alleen degene die ziek wordt. De tentakels van ziekte omarmen ook iedereen dichtbij diegene met makke.

Sociaal, flexibel en spontaan zijn, allemaal begrippen uit een eerder leven en alles wat ik nu niet meer ben. Voor alle duidelijkheid, ik heb een ieder lief, maar ben consequent asociaal bij iedereen. Het is nooit een keuze geweest. Natuurlijk zou ik wensen dat verjaardagen, etentjes, concerten, autorijden, spontaan binnenlopen en wat al niet meer net zoals vroeger nog gewoon zouden kunnen. En feest vieren in een kermistent.

En dan heb ik het allang niet meer over mijn werk wat ik zestien jaar geleden al op moest geven. Inmiddels is de vraag ‘wel of niet douchen’ al iets waar ik over na moet denken en wanneer op een dag.
Heb door schade en schande mijn eigen weg gevonden en daar komen ook keuzes uit voort. Zeg maar, de subkeuzes. En een eigen weg werkt prima, maar het is altijd al dat van anderen waardoor je je weer kut voelt. Ik baal er wel van dat het me nog steeds raakt, het onbegrip bij tijd en wijle. Ik wil daar zo graag ongevoelig voor zijn, maar helaas. Het blijft toch verdomde moeilijk.

Ben ooit met dit blog begonnen om alles wat op een rijtje zetten voor mezelf. Ik val daar nu even op terug. Geen verwijten, geen verwachtingen. Oordelen is altijd makkelijk als je naar de buitendeur kijkt en niet weet wat er zich daarachter afspeelt. Miscommunicatie ligt altijd op de loer. En bij terugtrekken mis je veel als niemand je iets vertelt. En ook ik kan mezelf verwijten niet altijd duidelijk te zijn. Of er te zijn voor anderen, dat vooral.

Het leven is eigenlijk zo simpel zonder alle verwachtingen, aannames en mensen die hun eigen grote broek niet kunnen optrekken zonder de hulp of aandacht van anderen en kiezen voor het verongelijkte. Als sores op je pad komt, komt het altijd met verlies en afscheid. Je levert in, bepaalde dingen komen niet meer terug. De winst zit hem in alles wat echt overblijft en wie overblijven en wat er toe doet. Omdat het door al die jaren van gedoe meer transparant en meer bewust is geworden dan ooit tevoren.

Heb een redelijk stabiele periode achter de rug waar ik dankbaar voor ben. Momenteel beetje minder. Maar ik ben wel gegroeid in mijn niet best zijn en in mijn niet best zijn ook nog altijd rekening houden met anderen zoals voorheen, dat wringt. Ik ben er mee bij de cardioloog beland. Uiteindelijk niks mis met het hart, maar als een vechtend lichaam en hoofd een hart zo op hol kan brengen, hoe belachelijk ben je dan bezig? Dan moet je wat met dat hoofd. Het was een goede les, het moest echt anders. Leven met een lijf en hoofd die constant in een vecht en vluchtmodus verkeren, dat heeft een grens en dat vraagt echt om een keuze.

Aan het begin van het nieuwe jaar had ik simpele goede voornemens: “Minder sorry zeggen, stoppen met de eeuwige pleaser te zijn en de zon zoeken als ze er is”. Dat lukt steeds beter en daar ben ik trots op. Voorheen vond ik het woord trots moeilijk, maar voor het eerst ben ik best een beetje trots op het feit dat ik echt voor mezelf leer te kiezen. Ik ben er nog lang niet en het doet vooral pijn in het sociale, maar het is de enige manier.

Ik leef in een soort van cocon en dat is nodig. Dat is niet leuk voor anderen, maar anders lukt niet. Ben altijd wars geweest van lotgenotengedoe, ben nooit zo goed in collectief gezeik en voel mij zelfs tussen lotgenoten al een vreemde eend. Totdat ik deze groep zag en alles wat ik daar las zo enorm herkenbaar was en zo binnenkwam in zoveel herkenning. Ik deel met jullie nu wat ik deelde met hen. Om maar iets van uitleg te vinden. Om uit te leggen waarom ik soms enorm blij ben dat douchen en de boodschappen zijn gelukt op een dag. En waardoor ik je weer niet uitnodigde of bij je ging koffiedrinken of op je verjaardag was.

Wil je ons vertellen waarom je lid wil worden van de groep Overprikkeling bij Hersenletsel?

“Ik leef al 16 jaar met MS. De bijbehorende lichamelijke klachten zijn nog enigszins hanteerbaar. Wat mij dagelijks het meest invalideert is overprikkeling. Overprikkeling heeft mij veranderd van een actief persoon in een kluizenaar. Ik ben gevoelig voor depressie en door de MS en de daaruit voortvloeiende beschadigingen die overprikkeling tot gevolg heeft, is depressie inmiddels verworden tot een constant gegeven. Deelnemen aan elke vorm van verkeer – zowel sociaal als letterlijk op de weg – is te moeilijk geworden. Verjaardagen, feestjes, ‘even bellen’, niets is meer vanzelfsprekend. Niet meer zelf autorijden. Als bijrijder gaat alles nog te snel en zit ik achterin een auto met mijn ogen dicht. Ik ben van een stabiel en actief persoon veranderd in een passief persoon met angsten. Angst voor geluid, voor hoogtes, voor alles vergeten, voor niet slapen met een vol hoofd, voor sociale contacten, voor afspraken, onbegrip en verwachtingen waar ik niet aan kan voldoen”.

Even geleden was er een dag van de suïcide preventie. Chronische depressie is inmiddels wel meer bespreekbaar geworden, maar nog steeds heel ingewikkeld. MS is best een gedoe met alles, maar een leeg hoofd en hart is waarschijnlijk de grootste motherfucker in alles wat ik wil maar niet kan. Ik stuitte op deze woorden van een jonge vrouw op Twitter die dag. Woorden die ik zelf nooit kan vinden, kwam enorm binnen….

“Dag van de suïcide preventie. Ik wou dat ik daar een succesverhaal over had. Hoe ik mijn broer redde van de dood. Dat verhaal heb ik niet.

Wat ik nog wel even kwijt wil: mijn broer maakte mij niet depressief, ik slikte al antidepressiva toen hij nog leefde.

Wat ik wél heb zijn tips hoe om te gaan met een depressief iemand. Er is geen gouden regel. Maar belangrijk: bagatelliseer niet, verwijt niet.

Zegt ze voor de 10x af, zeg dat het oké is. Laat weten dat ze waardevol is. Benoem het. Laat weten dat het géén persoonlijk falen is.

Benoem het positieve: voor het eerst in 2 weken gedoucht? Zeg dat het goed is, en niet dat ze eerder had moeten douchen.

Vraag wat ze wil. Zwijgend naast elkaar op de bank zitten? Prima. Help met dingen die moeilijk zijn. Opruimen, koken.

Vriendschap met een depressief iemand kan eenrichtingsverkeer zijn. Soms is reageren te moeilijk. Weet dat de berichten gewaardeerd worden

Ik was/ben de slechtste vriendin ever, maar weten dat er aan je gedacht wordt maakt het minder eenzaam.

Een depressief iemand doet dat niet om gemeen te zijn, maar de ruis in je hoofd is te groot voor ruis van buitenaf.

Weet dat het niet aan jou ligt als je depressieve vriend, kortaf doet, boos word om niks, ineens gaat huilen, of zich afsluit van je.

Er is niks redelijks aan een depressie. Ik durfde het huis niet uit. Kroop achter de bank bij elke witte bus die voorbij reed.

Kom naar de depressieve toe. naast elkaar op de bank zitten is al intensief genoeg. Zonder jezelf te fatsoeneren en de deur uit te gaan.

Zie je dat ze nu wel bij vriendin X is, maar vorige week jou afzegde, neem het niet persoonlijk op. De ene dag is de andere niet.

Laat de goedbedoelde adviezen over aan professionals. Bij iemand met kanker geef je ook geen behandeltips die zeker weten werken

Een depressie is niet 24/7 ongelukkig zijn. Er zit angst, wanhoop, frustratie, leegte, verdriet en nog veel meer in.

Één zwaluw maakt nog geen zomer, een aantal goede dagen maakt niet dat je beter bent.

Samengevat: don’t be judgy, niemand kiest voor een depressie, laat weten dat je er bent. Verwacht niet te veel, voel je niet afgewezen”

Het begon eigenlijk met deze foto die ze deelde en het ontroerde mij zeer. Als je die mensen om je heen hebt, dan bof je.

In al je gedoe zoveel moois vinden. Zolang er nog steeds dit soort mensen bestaan – ook in mijn bestaan – blijf ik vertrouwen houden. In alles.
Morgen ga ik naar de zee en daar verheug ik mij erg op. Overmorgen mijn eerste afspraak in het VU MS centrum Amsterdam. Benieuwd hoe dat zal gaan.

Zo. Dat was het.

Hopelijk alles goed in jullie wereld lieve lezers.
Liefs x

Geplaatst in Home | 8 reacties

Meisjes

Meisjes in de rij voor de boyband die toen vooral hun leven beheerste. Hun eerste echte concert.

Een zee van ouders buiten. Om hun dochters te brengen en op te pikken. Vele ouders die ook een kaartje hadden en met hun dochter mee naar binnen gingen. Want zo jong zijn ze, die meisjes. Die gaan ’s avonds niet zelf met de trein en vinden zo’n grote concertzaal voor het eerst behoorlijk spannend.

Op de foto Grote Zus die bereid was met de concertfeuten mee naar binnen te gaan, zodat wij ouders ergens verderop lekker ontspannen op een terras konden zitten. En o zo blij waren daar zelf niet binnen te hoeven zijn, met meer dan tienduizend uitgelaten en gillende meisjes.

Huilend kwamen sommigen naar buiten. Van vreugde. De omekot’s en “Harry keek me aan!” Aandoenlijk. Die opwinding op die leeftijd. Ik keek ernaar en snapte dat zo goed. Meisjes. Op de terugweg anderhalf uur lang gestuiter op de achterbank. Ze lieten ons zelfgemaakte, niet om aan te horen opnames horen, want alleen maar gegil. Vier jaar geleden dit.

Ik probeer steeds weer te relativeren, de nuances te zoeken en objectief te blijven. Dat gaat ook zeker niet veranderen. Vandaag verloor Ajax wat ik begreep, ligt mijn vergeten krop sla nog op de loopband bij de kassa van de buurtsuper en verdronken er weer talloze bootvluchtelingen. Vooral peuters deze keer. Ik heb geeneens zin en puf om ook nog iets over Trump, de paus en nationaal formatiegedoe te zeggen.

Het enige wat ik wil is een knuffel van mijn levende meisjes. En dat dat gewoon kan. En keihard muziek van One Direction draaien.

Geplaatst in Home | 8 reacties